Pseudowetenschappelijke twist

In een recensie (in de nieuwe Awater) van Astrid Lampes Rouw met diertjes preekt Menno Hartman als volgt:

‘[I]ndien […] zinnen goed gesampled worden kan zo’n verzameling losse stukjes veelbetekenend worden. […] En soms levert een opgedolven zin in een ontketend verband ook iets verbazingwekkend levends op. […] Toch kan dit niet het sterkste deel van een dichterlijk oeuvre zijn: echte creativiteit schakelt het geheugen van de lezer die [de schrijver] ook is immers tijdelijk uit.’

Deze redenering rust op een autoriteitsargument: Kees Fens zou in zijn ‘voorbeeldige’ essaybundel De tweede stem namelijk hebben geschreven:

‘Maar misschien legt de creativiteit van de schrijver het geheugen van de lezer die hij altijd ook is – hij begint nooit vanuit niets als dichter – tijdelijk stil.’

Hartmans verdraaiing valt op. Hij laat het woord ‘misschien’ wegvallen en voegt de woorden ‘echte’ en ‘immers’ toe: ECHTE creativiteit schakelt het geheugen van de lezer die [de schrijver] ook is IMMERS tijdelijk uit. Plotsklaps is van de mogelijkheid die Fens voorstelt een algemeen erkende waarheid gemaakt en zijn Lampes ‘gesamplede’ gedichten bestempeld tot pseudocreativiteit. Patsboem. Over de ruggen van Fens en Lampe dringt Hartman ons zijn mening op. Dat vind ik niet netjes. Dat krijg je als je pseudowetenschappelijk over smaak tracht te twisten.

(Dit bericht verscheen eerder, op 19-10-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)