Iemand gebood me vanochtend niet te speculeren, geen houding aan te nemen, doch mijn neus gewoon achterna te lopen, met aandacht.

Er is geen gedicht
zonder adembenemende
zinsnede, die de dag op-
schort in de stilte die volgt & tijd
weet samen te vouwen tot een enkel woord.

—Joseph Massey in A New Silence (2019)

Door het deurgat koele ochtendlucht & het geschater van vrolijke meeuwen. In het overdrijvende wolkendek een open ontsnappingsluikje naar ’t hemels blauw.

Op basis van mijn dagelijkse selectie en rangschikking van voorvallen en reflecties hier—die zich stuk voor stuk ‘echt’ hebben voorgedaan—construeer ik mijn eigen mythe.

Wat ik evenwel—om de verwarring niet nog groter te maken—níet doe: over iemand schrijven die slechts op mij lijkt.

Al ben ik als schrijver wél de regisseur, en is híj—de ‘ik’ in al deze blogberichten—de bungelende acteur.

In de namiddag probeerde de zon wederom door de stratocumulus heen te breken, zette alles op alles om zijn waardigheid niet volledig te verspelen; met wisselend succes.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Las vanochtend in Joseph Massey’s A New Silence (2019), een dichter die ik momenteel goed pruimen kan, een moderne poète maudit ook, die zichzelf telkens weer te gronde weet te richten. Stilte is zijn thema, verstilling de techniek.

‘Nothing to hear beyond a voice / consuming itself in an alley.’

In het kader van de namenkwestie Sloots/Schut alle kinderen van Hendrik Alofs (1773-1812) en Lammigje Harms Sloots (1773-1849) op een rijtje: Jantien, Harm, Annegien, Alof, Willem, Willemtje & Albertje; edoch:

  • Jantien overleed in 1869 als (meisjesnaam) Jantien Hendriks;
  • Harm overleed in 1846 als Harm Hendriks Sloots;
  • Annegien overleed in 1879 als (meisjesnaam) Annegien Hendriks Sloots;
  • Alof overleed in 1879 als Alof Hendriks Sloots, maar trouwde in 1824 als Schut;
  • Willem overleed in 1863 als Willem Hendriks Sloots, trouwde in 1827 ook als Sloots, maar in 1852 als Schut;
  • Willemtje overleed in 1887 als (meisjesnaam) Willemtje Sloots;
  • Albertje overleed in 1890 als (meisjesnaam) Albertje Hendriks Sloots.

What can I say? Kennelijk wist deze familie geen consensus te bereiken over het aannemen van een en dezelfde achternaam. De keuze voor Hendriks (patroniem vader) of Sloots (achternaam moeder) valt nog te begrijpen, maar Schut vooralsnog niet.

Hypothese: twee van de drie zonen zijn ooit in de veronderstelling geweest dat hun vader de achternaam Schut zou hebben aangenomen áls hij nog wat langer had geleefd.

Heeft Hendrik Alofs, die al op 38-jarige leeftijd zijn hachje erbij inschoot, wellicht broers of zussen gehad die zich aan het begin van de 19e eeuw als Schut hebben laten registreren? Ik graaf verder.

PS Al deze familieleden woonden hun hele leven lang op loopafstand—binnen vijf kilometer—van elkaar.

Uit de huwelijksakte van Alof (Aalf) Hendriks Sloots (Schut), 1824

Las vanochtend de bibliofiele uitgave Five Poems van Joseph Massey, uitgegeven door Tungsten Press (2018). Een bijzonder samengaan: de verstilde beelden van de Amerikaan Massey in het paleis van handgeschept papier van Neerlands meesterdrukker Wolfram Swets.

Wat ze gemeen hebben: een halsstarrig vasthouden aan schoonheid, raffinement. En ook: leven onder de armoedegrens. Gekwelde kunstenaars. Zonder zou de wereld minder goed af zijn. Ik vertaalde het eerste gedicht uit deze uitgave:

VOOR DE MARGE

Nacht laat in zijn spoor
een stem achter die ik niet herken;
een echo die wegsterft
in kou, vervormd
door kou

en de doffe plof
van een peertje van 40 watt.

Op de rand
van paniek
bijt dageraad
het uur uit

terwijl ik op je wacht,
de onbekende,
om de leegte
uit te spreken
van wat ik niet ben –

het gedicht
dat jij al bent.

Vanmiddag eerst naar de dijk bij Holwerd gereden, waar we in de regen naar het half voltooide beeld van Jan Keetelaar zijn gewandeld, Wachten op hoog water, dat uiteindelijk moet gaan bestaan uit twee vrouwen van metaal, een dikkere en een dunnere, die over het wad uitkijken.

Daarna door naar Dokkum voor een stadswandeling en een middagmaal, waar ik een uiterst smaakvolle donkere Bonifatius bij dronk; ze kunnen hier prima brouwen.

Holwerd, 2019 © Ton van ’t Hof

Oceanen warmen op en zetten daardoor uit. Deze uitzetting zorgt voor een stijging van de zeespiegel. Bovendien oefenen opwarmende oceanen invloed uit op stormen, orkanen en de hydrologische cycli zoals wij die nu kennen.

Aan de hand van nieuwe onderzoeken verkrijgen wetenschappers steeds meer inzicht in deze kwestie. Science publiceerde enkele dagen geleden nieuwe onderzoeksresultaten: bij een business-as-usual scenario zal de zeespiegel, als gevolg van de opwarming van de oceanen, in 2100 naar schatting met 30 cm zijn gestegen ten opzichte van 2005. Dit komt bovenop de stijging door het smelten van ijs.

Voor alle duidelijkheid: dat de zeespiegel stijgt en nog langere tijd zal blijven stijgen is een feit. De geschatte stijging hierboven is gebaseerd op de meest recente data en laatste wetenschappelijke rekenmodellen.

Volkoren speltbrood gebakken. Stadswandeling gemaakt.

Vond zomaar, zonder in- of aanleiding, een prachtige nieuwe gesigneerde bibliofiele uitgave in de bus: Five Poems van Joseph Massey, met de hand vervaardigd en uitgegeven door meesterdrukker Wolfram Swets. Wat een toffe gast!

Las een hoofdstuk in Literary Theory: ‘Het private en publieke kunnen niet geheel los van elkaar worden gezien – integendeel, ze zijn innig met elkaar verbonden. Daarom, stelt [Kate] Millett, is de privésfeer, net als het publieke domein, door en door politiek: het is een politieke arena waarin dezelfde op macht gebaseerde relaties bestaan als in de publieke wereld.’

Ik breng steeds meer tijd op YouTube door. Zag vandaag verscheidene films, waaronder een vlog van de Russische Janna, waarin ze de kijker meeneemt naar het vervallen historische centrum van het provinciestadje Saratov, dat aan de Wolga ligt. Het contrast met de betonnen kolossen die vandaag de dag het centrum omringen is groot. Ik prefereer, hoe primitief ook, de houten huisjes.

Nog voor zonsopkomst al op pad vanochtend. Naar Heerenveen, om lakschade aan onze auto te laten herstellen. Omdat de wachttijd drie uur bedroeg besloot ik te gaan dauwtrappen. Langs de dorpjes Luinjeberd, Tjalleberd, Luxwoude en Grootwijngaarden. Onderweg vertelde een vriendelijke man me dat het fietstunneltje even verderop onder water stond, waardoor ik een omweg moest maken. Uiteindelijk tikte ik zestien kilometer af, grotendeels afgelegd door heiige weilanden. Onverwachte gebeurtenis: de buizerd op ooghoogte, die pas wegvloog toen ik tot op drie metertjes genaderd was.

Het verlangen naar spetterend vers (13)

Tegenwoordig is € 22,50 voor een dichtbundel geen uitzondering meer. Dat is een forse prijs. Ik word qua aankoop steeds kieskeuriger. Lokale bibliotheken schaffen nauwelijks meer nieuwe bundels aan, en wat ze nog aanschaffen valt veelal in de categorie behoudende poëzie. Bij de landelijke onlinebibliotheek.nl vind je een iets ruimere keuze. Wie zich vandaag de dag wil verdiepen in de moderne dichtkunst moet een flinke beurs meenemen. Anno 2018 is poëzie alleen nog maar weggelegd voor welgestelden. Dat kan mijns inziens geenszins de bedoeling zijn. Dáár zou iets aan moeten gebeuren. Door middel van overheidsbijdragen in de kosten van bundels, bijvoorbeeld. Maar er zijn ongetwijfeld meer opties voorhanden.

*
Joseph Massey’s chapbook Present Conditions (2018) heeft me aangenaam beziggehouden. Hij is een meester in het fotografisch vastleggen van de natuur. Dat is zijn handelsmerk. Hieronder een proeve:

BOVENGRONDS

Het weer is het gedicht
dat zichzelf onophoudelijk
schrijft.

Het licht denkbeeldig.

De schaduwen waar ik
de uren aan ophang.

De wind voert

gras en gasoline,
gier en petrichor met zich mee.

De psychedelische muziek
van een bloesemende perenboom.

Kijk door zijn takken omhoog:

witte strepen
schreeuwerig blauw

na hoeveel maandagen
onderdompeling in sepia
en sneeuwval.

Heerenveen, 2018 © Ton van ’t Hof

Het verlangen naar spetterend vers (5)

Iemand zei van de week op Facebook, ik geloof Joseph Massey, dat Rae Armantrout onlangs ‘The Red Wheelbarrow van de 21e eeuw’ geschreven heeft, getiteld Object en te bewonderen op Poetry Daily. William Carlos Williams’ The Red Wheelbarrow, uit 1923, is een van de bekendste Amerikaanse gedichten uit de vorige eeuw. Het is een schoolvoorbeeld van een imagistisch vers, dat ondubbelzinnig, beknopt en melodieus wil zijn. Of, zoals de Engelse dichter F.S. Flint het formuleerde:

  1. ‘Direct treatment of the “thing,” whether subjective or objective.
  2. ‘To use absolutely no word that did not contribute to the presentation.
  3. ‘As regarding rhythm: to compose in sequence of the musical phrase, not in sequence of a metronome.’

Met deze wetenschap in het achterhoofd en nadat ik Armantrouts vers had gelezen, begreep ik Massey maar al te goed: Object is een raak eigentijds gedicht dat voldoet aan alle imagistische regels. Het is bovendien typisch Rae Armantrout: de naast elkaar geplaatste, door een liggend streepje gescheiden strofes laten telkens een iets ander licht over het onderwerp schijnen, waardoor het geheel rijk wordt bedeeld met betekenissen en wint aan complexiteit. Armantrout laat ons door een prisma naar facetten van de wereld kijken.

En hoe vaker ik dit gedicht lees, hoe beter het wordt. Object heeft een hoog zo-is-het gehalte. Het is een spetterend vers. In een eerste vertaling:

OBJECT

Met statige gang
toert deze stoet
belletjes
langs de binnenrand
van het kopje.

‘Levende systemen
schikken zich
naar een setje
opgelegde beperkingen’

Zoals onze gast
eerder over deze
gijzelingszaak zei

Geloofssystemen
zijn parodieën.

Glazen lampenvoet
in de vorm
van een hasjiesjpijp
in een luxehotel
in Berkeley.

Objecten
die zichzelf determineren
als hype

versus die die dat niet doen.

De populier,
rank en lichtgekleurd,
is per ongeluk
in zijn huidige vorm
geraakt

D1872255-F6CC-4651-BF31-35E33ED79F49
Populieren aan de Epte, Claude Monet, 1891