Vanochtend vroeg: het gaat straks regenen & de krant zit nokkievol treurigheid.

Bestelde een SpeedComfort Basic Trio set om gas te besparen en deed een stelletje diepe, stress regulerende ademhalingsoefeningen van iceman Wim Hof.

Wandelde zeven kilometer om twee tochtstrippen te halen.

Maakte het eerste deeltje uit de Gaia • Chapbooks reeks proefdrukgereed en bestelde een proefdrukexemplaar.

Las in Koos van Zomerens Naar de natuur een citaat van de Duitse auteur Jurek Becker, dat Van Zomeren aardig vond en ik van toepassing op mijzelf:

‘Het gevoel bij anderen belangstelling voor mijn persoon op te wekken, volgens mij voor ieder mens van belang, lukt mij het best achter een bureau.’

Hang daarbij wel Lacan aan: ik heb géén kern die ik zou kunnen laten zien.

In Trouw vandaag:

‘Dichter Ton van ‘t Hof schrijft op zijn blog zelfs dat eigenbeheerdichters “een poot is uitgedraaid”. Ze moesten wel het inschrijfgeld van 75 euro betalen, maar zouden nooit een schijn van kans hebben gehad. Onzin, verzekert Baars: de jury heeft alle werken serieus gelezen en weet door de labels heen te kijken.’

Waarmee zo ongeveer alles gezegd is over deze kwestie.

Gisteravond. Glas rode wijn in Café de Jaren. Ik lees Linda Hamalians A Life of Kenneth Rexroth (1991).

At last
The sun was only thin
Crescent in our glasses with the
Bright planets nearby like watchers.
Then the great cold amoeba
Of crystal light sprang out
On the sky. The wind passed like
A silent crowd.

Modernistische poëzie van de bovenste plank.

Heel wat dichtersavondjes zijn in dit café begonnen. Ik heb het meer dan eens dronken verlaten. Ook ontmoette ik hier een jaartje of tien, elf geleden Samuel Vriezen voor het eerst. Over een uurtje naar Perdu, waar Obe Alkema zijn debuutbundel zal presenteren. Ik ben benieuwd of ik ook nog wat dichters van de oude garde zal treffen. Dan schuiven Arno Van Vlierberghe en Dominique De Groen in het café voorbij, beiden zijn jong en onlangs gedebuteerd. Ze zien me niet. Ik zou al tot een gevestigde orde behoren, suggereerde iemand nog niet zo lang geleden. Lulkoek, natuurlijk. Rexroth is al weer 36 jaar dood. Hij wordt gelukkig nog wél gelezen.

Het verlangen naar spetterend vers (9)

Even een uitstapje naar het subsidiefenomeen. In 2017 honoreerde het Letterenfonds twintig subsidieaanvragen voor het schrijven van een dichtbundel; in totaal werd er € 390.000 toegewezen:

€ 10.000
Joost Baars
Gerda Blees
Chrétien Breukers
Samuel Vriezen
Martijn den Ouden

€ 15.000
Martijn Benders
Jacobus Pieter Bos
Arjan Hut
Gerry van der Linden
Thomas Möhlmann

€ 20.000
Tsead Bruinja
Bernard Wesseling

€ 25.000
Elske Kampen
Rob Schouten
Elly de Waard
Cornelis van der Wal

€ 30.000
Pieter Boskma
Hans Tentije
Menno Wigman (†)

€ 35.000
Mischa Andriessen

Als ik het lijstje langsloop denk ik: de gemiddelde leeftijd is best wel hoog. Drie van de twintig dichters krijgen zelfs al AOW. Raar eigenlijk, AOW én subsidie vangen uit de gemeenschapskas. Kennelijk weten oudere dichters beter dan jongere hoe je een subsidieaanvraag invult, en wellicht kunnen ze ook nog een groter of bestendiger netwerk aanspreken. Enfin. Poëziepolitiek.

€ 390.000 voor 20 dichtbundels. Gemiddeld € 19.500 voor een bundel. Waar 200 of 300 exemplaren van worden verkocht. De overige 125 professionele bundels die jaarlijks verschijnen worden, net zo makkelijk blijkbaar, zonder subsidie op de markt gebracht. Ik blijf het een zonderlinge zaak vinden, deze willekeurige staatssteun. Wat levert het nu precies op?

Glossy debuutbundel Obe Alkema