Vertrekpunt

Over een gedicht van Eva Maria Saavedra

Beeldende kunst vormt geregeld een inspiratiebron voor dichters. Zo was een schilderij van Mark Rothko voor de Amerikaanse Eva Maria Saavedra vertrekpunt voor het exploreren van een ervaring die ze als allochtoon – ze is van Peruaanse afkomst – opdeed.

3a

Saavedra debuteerde in 2015 met Thirst, dat werd bekroond met een ‘Poetry Society of America Chapbook Fellowship’. In deze bundel staat het gedicht ‘After “Untitled,” 1969 by Rothko’:

3b

NAAR ROTHKO’S ‘ONGETITELD’, 1969

Het canvas is half bruin geschilderd, half beige.

Hier komen de twee kleuren samen, mogen elkaar

lichtjes aanraken, heel eventjes maar. En jij zult dit

met mij delen, maar niet zonder te zeggen Echt, schatje, ik zou liever

een goed glas drinken, je liever thuis uitkleden. Zeg dat,

op dezelfde wijze waarop je me vertelde dat je geen halfbloedje

wilde. Laat me eens naar mijn tekortkomingen kijken,

de eigenschappen die ik nooit zal bezitten die de vrouwen

die je voor mij had wel bezaten – al die lange

benen en dat blonde haar, hun dunne polsen en lijfjes. Doen me

eraan denken dat niets je tegenhoudt om te vertrekken, dat we

elkaar op achterbanken treffen, jouw shabby sofa, de matras

in je slaapkamer, dat er niets dan kleur is hier.

Het eerste wat me aan dit gedicht opvalt, is de ongebruikelijke vorm: op elke regel volgt een witregel, waardoor het lezersoog wordt gedwongen om grotere afstanden te overbruggen en het leestempo wordt vertraagd. Het lijkt wel alsof ik dit gedicht, deze vorm, behoedzamer benader dan meer gangbare vormen.

Online zoek ik naar een afbeelding van het door Saavedra gebruikte schilderij van Rothko en stuit op een doek dat het zou kunnen zijn: ‘Untitled’, 1969, acryl op canvas, 172,7 x 152,4 cm, in het bezit van John en Mary Pappajohn, Des Moines, Iowa:

3c

Ik stel me zo voor dat Saavedra lang naar dit schilderij heeft gekeken en er uiteindelijk een close-up van twee lichamen in zag, van een donkere en een lichte huid die elkaar beroeren. Dat beeld roept op zijn beurt weer nare herinneringen bij haar op aan een relatie die ze heeft gehad met een blanke jongen. En zo belanden we binnen enkele regels van Rothko’s kleurenpalet in een rassenkwestie en wordt ons aansluitend het juk van schoonheidsidealen getoond. Dit is geen vrolijk gedicht. Ik hoor er woede en teleurstelling in doorklinken; de gebeurtenissen moeten Saavedra diep hebben geraakt. In dit verband is de laatste zinsnede niet hoopgevend: de dichter lijkt de rassenkwestie als onoplosbaar te beschouwen. Of worden we hier, ondanks alles, toch teruggeleid naar het vertrekpunt, Rothko’s verstilling, waarin kleuren elkaar vreedzaam en liefdevol aanraken?

Thirst, Eva Maria Saavedra, The Poetry Society of America, 2015, via de PSA webshop.