‘Dat doet ie nou elke keer!’ schreeuwt mijn vader en ramt op twee afstandsbedieningen tegelijk. Er verschijnt nog steeds geen beeld. ‘Soms zit ik hier wel een uur te klooien!’ Alle hulp wordt geweigerd. ‘Dat hele ding, geef het maar toe, is een verdomde miskoop!’ Mij rest nog verwondering. Hij zucht. Lijkt de handdoek in de ring te gooien. Staat dan op, loopt wankel naar de tv, zet de decoder uit en aan en gaat weer zitten. Binnen een minuutje is er beeld.
     Johannes Jelles Brandsma, zoon van Jelles Johannes, wiens vader Johannes Jelles heette, is een geval apart. Hij wordt in 1844 in Beers geboren en is Hennie’s overgrootvader in de stamreeks. Voor me liggen drie huwelijksaktes. Als Johannes 23 is trouwt hij met de 22-jarige Trijntje Bouwes Heeringa uit Winsum. Hij is dan arbeider, zij naaister. Ze krijgen samen zeven kinderen, onder wie een tweeling, Marijke en Lijsbeth. In 1881 overlijdt Trijntje echter. Ruim een jaar later treedt Johannes, inmiddels koopman, opnieuw in het huwelijk, ditmaal met Symentje Rientses Bakker, de weduwe van Jacob Douwes Heeringa, een broer van Johannes’ overleden echtgenote. Je voedde in die dagen nou eenmaal niet graag in je eentje een stel kinderen op. Maar in 1883 slaat andermaal het noodlot toe en moet Symentje worden begraven. Twee jaar later huwt Johannes, dan voerman van beroep, de twaalf jaar jongere weduwe Hinke Sytzes Hoekstra. Hier komen nog twee kinderen van. Tot aan Johannes dood in 1919 brengen ze in Winsum samen hun dagen door.

Koos van Zomeren over Bastiaan Bommeljé in Een jaar in scherven (1988): ‘Zelden wordt geblaseerdheid in zo’n hoge concentratie aangetroffen.’ Herkenbaar. Ik werd pas in mijn De Contrabastijd (2005-2009) met een stampvoetende Bommeljé geconfronteerd, maar het zat er gezien Van Zomerens uitspraak klaarblijkelijk al vroeg in.

Wat ik me nog herinner van mijn lange stadswandeling vanochtend: dat er in de ene wijk beduidend meer vogels rondvlogen dan in andere, dat Buienradar geen regen had voorspeld maar dat ik halverwege de wandeling tóch een plensbui te verwerken kreeg, dat vervolgens de zon ging schijnen, en dat ik tot slot een snackende kraai tot op een half metertje naderen mocht.

Daarna de Brandsma’s weer; genealogisch onderzoek is verslavend. Ditmaal Jelle Johannes, de oudste zoon van Johannes Jelles, die voor een geografische omslag zorg zal dragen. Jelle Johannes werd in 1802 in Stiens geboren, dat tien kilometer ten noorden van Leeuwarden ligt. Ook zijn vader was in Stiens ter wereld gebracht en zijn grootvader en vermoedelijke overgrootvader waren er ooit neergestreken. Maar Jelle Johannes zou niet in dit dorp blijven.
     Na zijn geboorte kom ik hem in 1839 pas weer tegen. Hij is dan als boerenknecht in Wirdum aan de slag, zuid van Leeuwarden. Mogelijk heeft een tekort aan werk hem die kant opgedreven. Als hij in 1844 met de dertien jaar jongere Marijke Pieters Ruitinga trouwt, met wie hij twee kinderen zal krijgen, geeft hij als beroep arbeider op. Alvorens zich in 1862 definitief in Winsum te vestigen, niet ver van Wirdum af, wonen ze in elk geval nog in Beers en Oosterlittens. Jobhopping vermoed ik. Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.
     Op 1 september 1870 overlijdt Jelle Johannes op 68-jarige leeftijd. Marijke overleeft hem twintig jaar. Zij zal in Winsum nog kleinkinderen zien opgroeien, onder wie de Hennie’s pake.

1870: Nederland schaft geseling als straf af; Frankrijk verklaart Pruisen de oorlog; Londen neemt ‘s werelds eerste metro in gebruik; het koninkrijk Württemberg treedt toe tot de Noord-Duitse Bond; in Amsterdam wordt de Beiersch-Bierbrouwerij De Amstel opgericht (bron: Wikipedia).

Aldlânstate, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

In de Friesche Naamlijst van Johan Winkler (1898) lees ik dat de uitgang sma betekent: ‘zoon, afstammeling of horige’ van. De strekking van Brandsma zou dan zijn: Brands zoon, de zoon van de man die Brand (of Brant) heette. Brand zou dan weer een verbastering van het aloude Brandrik kunnen zijn.
     Al langere tijd vraag ik me af waarom Jelle Broers en zijn zoon Johannes Jelles in 1811 de naam Brandsma aannamen. Bovenstaande zou een aanknopingspunt kunnen zijn: wie weet heette de grootvader van Jelle Broers, die ik op dit moment nog niet ken, wel Jelle Brands. Of zijn overgrootvader Brand Jelles. Op Alle Friezen vind ik één hit voor ene Brant Jelles: in het Ondertrouwregister van het Gerecht te Dokkum valt te lezen dat Brant Jelles, wonende te Kollum, en Anne Romkes, wonende te Dokkum, op 5 februari 1663 in ondertrouw zijn gegaan. Ook Broer Brands levert een treffer op, maar dan met betrekking tot een document van latere datum, uit 1848, waarin de naam Broer Brands Haagsma voorkomt. De les die ik uit dit alles trek is dat Brandsma heel goed zou kunnen verwijzen naar een vroege voorvader die Brand, Brant of Brandrik heette.
     Wat ik ook overwogen heb, maar nu wat minder aannemelijk vind, is de mogelijkheid dat Brandsma een geografische oorsprong heeft. In de Friesche Naamlijst zijn ook plaatsnamen opgenomen waarin brand of brant voorkomt, bijvoorbeeld: Brantgum, een dorp in West-Dongeradeel, Brandemeer, een meer in Lemsterland, Branda, een voormalige state onder Nes in Dongeradeel, Brandtjewijk, veenvaart onder Surhuisterveen, en Brandtjeklooster, een buurt in Leeuwarden. Uitsluiten kan ik een geografische herkomst niet, maar vanwege de uitgang sma gok ik vooralsnog op de man die Brand heette.

Weliswaar grijze, maar heerlijk koude dag; de winter is in aantocht. Straks Wim en Annemiek op bezoek. Veul boodschappen gedaan en veul eten voorbereid. Daarna de haard aangestoken.

42C762A0-F886-4A78-BE6C-0EAD7F70FD73
Emmakade, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

Ik droom wat af de laatste tijd. Wat een goed teken schijnt te zijn: als je een droom kunt onthouden kom je uit de o zo noodzakelijke remslaap. Vannacht twee: over een huisspin en een seksfeestje dat tot onze opluchting niet doorging.

Hennie’s oudvader, Johannes Jelles Brandsma, trouwde tweemaal, eerst met Trijntje Keimpes de Vries in 1801 en daarna met Marijke Ietses Tamminga in 1816. Omdat ik uit andermans stamboom 1840 als Trijntjes sterfjaar had overgenomen, heb ik lange tijd gedacht dat Johannes na twaalf of dertien jaar huwelijk van haar gescheiden was. Vanochtend ontdekte ik echter dat Trijntje ten tijde van het huwelijk van haar dochter Jeltje in 1827 al niet meer leefde. Johannes en Trijntje kregen samen minstens vier kinderen, van wie de laatste in 1808. Trijntje moet dus tussen 1808 en 1827 gestorven zijn. Omdat scheiden in die tijd uiterst lastig was, lijkt een vroegtijdig einde aan hun huwelijk door een onverwachte dood van Trijntje me nu aannemelijker.
     Opnieuw is me duidelijk geworden dat er bij het samenstellen van stambomen fouten worden gemaakt. Alles wat je overneemt van anderen moet je toetsen, elk feit dat je presenteert dient met bewijzen, liefst officiële documenten, gestaafd te zijn.
      Johannes kwam in 1781 als zoon van Jelle Broers en Hiltje Johannes te Stiens ter wereld en stierf in 1838, bijna zevenenvijftig jaar oud, in Ljouwert. Met zijn tweede vrouw, Marijke, kreeg potente Johannes nog vijf kinderen. Als werkman, arbeider en winkelier heeft hij blijkbaar het kostje voor het grote gezin steeds bijeen weten te scharrelen. Het zal niet altijd eenvoudig zijn geweest.
      Hieronder een foto van het document uit 1811 waarin Johannes de naam Brandsma (geschreven Brantsma) aanneemt.

868DEAC8-054B-4E1F-9720-97166E6107DE