Kwam in een doos vol oude papieren de bidprentjes van mijn opa & oma van vaderszijde tegen. Mijn opa ging naar de hemel toen ik twaalf was, mijn oma volgde hem dertien jaar later. De bidprentjes wekten vage herinneringen op. Aan sigarenrook en groentensoep met balletjes. De miniportretjes las ik keer op keer over:

‘Reeds lang voelde hij dat zijn gezondheid slechter werd, maar zoals dat altijd was geweest, had hij alleen maar belangstelling voor zijn goede vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen en de vele vrienden die hij had. Hij klaagde nooit om [sic] zichzelf, maar was bedroefd omdat hij voor zijn vrouw niet meer kon doen wat hij zo graag wilde.’

‘Zij was een lieve, zorgzame en gelovige vrouw die altijd voor iedereen klaar stond. Fijn dat ze in haar laatste moeilijke jaren iemand vond die haar liefdevol terzijde stond.’

Deze portretjes wierpen nieuwe vragen bij me op.

Vanmiddag een huis in Brantgum bezichtigd & een openingsbod uitgebracht.