Klef gebaar

Naar aanleiding van enkele opmerkingen van Samuel Vriezen gisteren heb ik mijn fluctuatie/mutatie gedachte als volgt aangepast:

Ook binnen de poëzie kunnen we twee vormen van variatie waarnemen: fluctuatievariatie en mutatievariatie. De eerste gaat uit van variatie binnen de normaalverdeling, en de tweede van een sprongsgewijze variatie. Ontwikkelingen binnen de poëzie vinden plaats op basis van zowel fluctuatie als mutatie.

Naar aanleiding van een opmerking van Nanne Nauta heb ik nog wat naspeuringen gedaan en kom tot de conclusie dat Koen Vergeer wel de redacteur was van Johanna Geels’ tweede en mogelijk ook haar eerste bundel (beide verschenen bij Atlas) maar hoogstwaarschijnlijk niet van haar derde, Wildberichten (onlangs verschenen bij Marmer). Als recensent besprak Vergeer Wildberichten in het nieuwe nummer van de Poëziekrant (jul-aug 2014). Hij zei o.a. ‘dat [Geels] een van de belangrijkste Nederlandstalige dichters (m/v) van dit moment is.’ Geen doodzonde hoor, zo’n klef gebaar, de poëziescene is nou eenmaal piepklein en de leden moeten het vooral van elkaar hebben. Maar toch handig om te weten hoe het zit, in verband met het aanbrengen van een fijn onderscheid in de dingen bijvoorbeeld.

Sedar Sigo’s Language Arts (Wave Books, 2014) bekoort me bij vlagen, als de ploeterpoëzie wordt opgeleukt met een vleugje nonchalance. En hij weet dat zelf ook: ‘I don’t have ideas. I get to work, no talent, no genius but divination, painted dusk.’ (Divination = waarzeggerij.) Ron Silliman is overigens enthousiaster: ‘Cedar Sigo is a Frank O’Hara for the twenty-first century: witty, erudite, serious, with a terrific ear and eye for the minutest details, at home in the world of the arts.’

(Dit bericht verscheen eerder, op 26-07-2014, op 1hundred1.tumblr.com.)

Fluctuatievariatie en mutatievariatie

Ook binnen de poëzie kunnen we twee vormen van variatie waarnemen: fluctuatievariatie en mutatievariatie. De eerste gaat uit van variatie binnen de normaalverdeling, en de tweede van een sprongsgewijze variatie. Fluctuatievariatie is een kenmerk van mainstream poëzie, mutatievariatie van experimentele poëzie. Evolutie binnen de poëzie vindt plaats op basis van mutatie.

Uit de laatste Poëziekrant (jul-aug 2014) zijn me bijgebleven:
(1) De literaire wandeling door Mechelen in de voetsporen van Herman de Coninck: heerlijke reportage met veel weetfeitjes.
(2) De bespreking van Johanna Geels’ Wildberichten (Marmer, 2014): waarin de mooiste dichtregels van dit nummer voorkomen:

Houd gedachten bij elkaar mijn kind, fluisterde oma
in mijn oor, de duivel komt altijd in fragmenten.

Opmerkelijk is het slot van de bespreking: ‘met deze derde bundel bewijst Geels definitief dat zij een van de belangrijkste Nederlandstalige dichters (m/v) van dit moment is.’ Een krasse uitspraak van recensent Koen Vergeer, waarlangs ik mijn eigen meetlat wel wil leggen. Ergens hier ligt nog een boekenbon.

(Dit bericht verscheen eerder, op 25-07-2014, op 1hundred1.tumblr.com.)