Vanochtend hoorde ik een deel uit Concierto de Aranjuez, het befaamde concert voor gitaar en orkest van de Spaanse componist Joaquin Rodrigo, dat hij in 1939 schreef. Het bracht herinneringen bij me boven aan een vakantie in de Ardeche. Samen met twee maten verbleef ik in de zomer van 1980 drie weken in de buurt van Vallon-Pont-d’Arc op een snikhete en van wespen vergeven camping.

In die tijd was de Ardeche nog een waar paradijs: nauwelijks toerisme en een fabelachtige natuur. Mooie Françaises ook. We hadden enkele cassettebandjes met muziek bij ons die we in de auto konden afspelen. Op een van die bandjes stond Concierto de Aranjuez. We hebben hem grijs gedraaid. Met de muziek meegeneuried. Er klanken bij uitgestoten. In mijn geheugen heeft dit Spaanse concert zicht vastgeklonken aan aan de grillige rotsen van de Franse Ardeche.