Schreef een stukje over de vertrutting van de Nederlandstalige poëzie, inclusief voorbeelden, las het over en gooide het weg.

Ik wil geen ouwe zeur worden.

En met vertrutting bedoelde ik ook: poëzie die lala is, matig, niet zo best.

Las de eerste proeve van bekwaamheid van onze nieuwe hofdichter (die ik als poëzieambassadeur overigens wel zie zitten) en dacht: wow, oubollig.

Voelde me niet veel later gesterkt in mijn mening over het online adverteren van poëzie:

‘Maar het probleem is dat het effect van een advertentie op de verkoop zo minuscuul is, dat je het zelfs in een experiment met een miljoen mensen moeilijk kunt waarnemen.’ – Jesse Frederik & Maurits Martijn in de Correspondent vandaag

Grotere online advertentiecampagnes van uitgeverij Stanza hebben nooit tot hogere omzetcijfers geleid dan kleinere.

Ook heb ik nooit enig effect van recensies gemerkt, of de bundel nu werd bejubeld of afgekraakt.

Stop. Ik moet één uitzondering maken: na de paginagrootte 5-sterren-recensie van mijn bundel Dichter & andere dingen in de NRC vorig jaar explodeerde mijn e-mailbox: de verkoop schoot omhoog.

Kennelijk telt het oordeel van een kwaliteitskrant, of wat daar ooit voor doorging, nog steeds.

Kwaliteit doet ertoe. Of alleen maar.