Gisteravond lag ik op de bank te switchtasken: las de laatste Poëziekrant keek dan weer naar Voetbal Inside op tv. Maakte aantekeningen.

Zocht naar overeenkomsten tussen Jules Deelder en Johan Derksen en vond er eentje: allebei in hun nopjes met zichzelf.

Daarna veel keurige recensies. Dacht: wanneer schrijft Jeroen Dera nou eens op wat ie écht denkt?

Vervolgens: Jezus, die gedichten van Jozef Deleu!

Herkauwde een frase maar bleef haar niet begrijpen: ‘Het is precies wat goede poëzie, kunst in het algemeen doet: zowel de maker als de ontvanger ervan een moment doen uitstijgen boven elke persoonlijke (tijds)ervaring.’

Ging naar bed.

Vroeg me vanochtend af, toen ik bovenstaande kritische noten herlas, of het eten gisteravond wellicht verkeerd gevallen was. Twijfelde of ik ze zo zou moeten publiceren. Je kwetst mensen toch.

Aan de andere kant: Deelder en Derksen krijgen een koekje van eigen deeg. De opmerking over Dera is als aansporing bedoeld: als hij zijn intelligentie weet te koppelen aan een grotere mate van originaliteit kan hij waarlijk interessant worden. En Deleu is oud genoeg om zich niets van mij aan te trekken: mijn mening is er maar eentje tussen vele.

Besloot om niks terug te nemen. Stond (en sta) achter alles wat ik hierboven gezegd heb.

Bladerde verder in de Poëziekrant. Dacht: Jezus, die column van Kees ’t Hart! (Ik rook spruitjeslucht.)

Knikte bij Ron Elshouts opmerkingen over het broddelwerk van ILP. (Et cetera.)

Literair dagboek, over Michael Heller & Dichters van het nieuwe millennium

image

Ruim tien jaar geleden nam ik voor het eerst contact op met de Amerikaanse dichter Michael Heller (1937). Ik vroeg en kreeg zijn toestemming voor de plaatsing van een vertaling van een van zijn gedichten op het inmiddels ter ziele gegane weblog poëziepamflet.nl.

Sindsdien zijn we met elkaar, zij het op onregelmatige basis, in contact gebleven. Onlangs wees hij me op een boek over zijn werk, dat in 2015 verscheen: The Poetry and Poetics of Michael Heller: A Nomad Memory. Ik heb het onmiddellijk aangeschaft. Heller krijgt steeds meer waardering.

In de introductie heb ik een opmerking van Heller onderstreept, die hij enige tijd terug tijdens een interview maakte:

‘Since I am not caught up in a conceptual poetics, i.e. a poetics which, a priori, has worked things out, including its idea of reality and therefore knows precisely what to do about it, I’ve always felt that each poem of mine heals (for me) a dissonance between what has already been said or written and what a constantly changing world would require to be understood or felt or experienced.’

Heller zoekt voortdurend naar nieuwe gezichtspunten en wil zichzelf daarbij geen beperkingen opleggen. In deze poëticale uitspraak klinkt George Oppen door, wiens gedachtegoed hij uitvoerig heeft bestudeerd.

Dit citaat zou het motto kunnen zijn van één van de bundels die ik nog moet schrijven.

***

Andermaal aandacht voor Dichters van het nieuwe millenium, waarin we onder redactie van Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre kennis kunnen maken met ’24 uiteenlopende dichters uit Nederland en Vlaanderen die in dit millennium debuteerden.’ Al eerder noemde ik dit een lekker boek en beloofde in een volgend bericht nog op de inleiding in te gaan.

Een inleiding waarover al het nodige door anderen is gezegd. Een inleiding waarin kort enkele tendensen in het 21e-eeuwse poëzieveld worden behandeld en we kunnen lezen dat het boek primair voor ‘de klas’ is bedoeld.

Een inleiding ook waarin Dera, Posman en Van der Starre op één selectiecriterium na – je moet als dichter in dit millennium zijn gedebuteerd – niets over het selectieproces prijsgeven.

En toch hebben ze gekozen.

Uit meer dan vijfhonderd debutanten (volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie verschenen er in de jaren 2000-2015 ruim 540 debuutbundels – en de lijst is nog niet compleet – bij reguliere uitgeverijen).

Slechts 4,4 % van deze debutanten wordt in Dichters van het nieuwe millennium behandeld. ‘Veel belangrijke 21e-eeuwse dichters, met debuten na en uiteraard ook voor 2000,’ geven Dera, Posman en Van der Starre in hun inleiding toe, ‘ontbreken.’

Omdat er geen inzicht in het selectieproces wordt gegeven, blijven de 24 behandelde dichters tot een willekeurig lijstje behoren en kan Dichters van het nieuwe millennium, ondanks dat het lekker leest, het label arbitrair niet ontlopen. Wat ik jammer vind.

***

The Poetry and Poetics of Michael Heller: A Nomad Memory, red. Jon Curley en Burt Kimmelman, Fairleigh Dickinson University Press, 2015: via bol.com.

Dichters van het nieuwe millennium: Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw, red. Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre, Uitgeverij Vantilt, 2016: via bol.com.

Lekker hoor!

Na mijn bordje havermout vanochtend (gezondheidsfreak!) een half uurtje in de verzamelbundel Dichters van het nieuwe millennium gelezen, dat vlot en dan weer hoekig geschreven is; niet alle literatuurwetenschappers van wie een stuk is opgenomen drukken zich even gemakkelijk uit.

image

In 24 hoofdstukken worden 24 dichters die in dit millennium debuteerden beschouwd. (Op de inleiding, die eigenlijk de kardinale verhandeling van dit boek is, kom ik in een apart bericht nog terug.)

Aardig vind ik dat veel wetenschappers ruimhartig uit recensies citeren, waarin bundels worden besproken die behoren tot het oeuvre dat ze hebben geanalyseerd. Telkens blijkt weer dat recensenten het zelden met elkaar eens zijn, bijna nooit tot een eensluidend oordeel komen.

Wat, voor wie bedenkt dat het in de poëzie draait om smaak & netwerken, niet vreemd is. Van gedichten kom je nooit alles te weten. Tekstanalyse blijft impliciet en introspectief. De poëziescene, waarin dichters recensenten en/of literatuurwetenschappers zijn, hangt van intriges & ouwe-jongens-krentenbrood aan elkaar.

Desondanks smul ik van dit boek. Als dichter en poëzieblogger. Van alle zin en onzin die er in staat. Soms weet een stuk me de ogen verder te openen, dan weer ben ik een andere mening dan de scribent toegedaan. Maar vervelend wordt het zelden. Lekker hoor!

Dichters van het nieuwe millennium: Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw, red. Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre, Uitgeverij Vantilt, 2016: via bol.com.

Mijn poëzie

De wind was me gedienstig van de week (we waren een weekje op vakantie in Giethoorn): voor het varen én voor de finalisering van het lange titelgedicht van mijn nieuwe chapbook dat begin volgend jaar zal verschijnen. ‘Mijn poëzie’ is qua idee dat er aan ten grondslag ligt een navolging van David Bromige’s gedicht ‘My Poetry’ (uit My Poetry, The Figures, 1980). Beide gedichten zijn een collage, waarbij knipsels uit recensies van het eigen werk aan elkaar zijn geplakt. In mijn geval gaat het om kritieken van Chrétien Breukers, Jeroen Dera, Hans Groenewegen, Laurens Ham, Frank Keizer, Erik Lindner, Joep van Ruiten, Mark van der Schaaf, Carl de Strycker en Samuel Vriezen. De eerste strofe van mijn prozagedicht luidt als volgt:

‘Mijn poëzie is bij elkaar geveegd in een omslag. Ik heb mijn naam erop gezet, het een boek genoemd en mijzelf auteur. Zo eenvoudig is dat. Hoewel wisselvallig en niet altijd even samenhangend, is mijn werk ambitieus, uniek en relevant voor de hedendaagse ontwikkeling van poëzie. Breed opgevat gaat het me om het verlies van de relatie tussen woord en leven, dat een keten van lege woorden voortbrengt. Het is tijd om het prestige dat taal in onze cultuur geniet te verwerpen. Mijn poëzie is conceptueel, lijkt lastig of zelfs onleesbaar, wat mede voortkomt uit een radicale drang om álles te tonen. En soms is er lyriek, een persoonlijke lyriek, even geen afstand meer tussen persoon en dichter, momenten waarop ik me laat gaan en lezers probeer te raken.’

Ik ga a.s. zondag naar de ‘book launch’ van Rob Halperns Rampensuites, vertaald door Frank Keizer & Samuel Vriezen en uitgegeven door Perdu. De presentatie vindt plaats tijdens de eerste editie van het Read My World Festival, dat speciale aandacht heeft ‘voor journalistiek, literatuur en alles daartussenin.’ Halpern is een ‘coming man’ binnen de Amerikaanse poëzie en zijn Disaster Suites een spektakelstuk. Ik ben benieuwd naar de Nederlandse vertaling ervan. Het festival wordt georganiseerd door een jongere generatie met oog voor wat er op politiek en literair gebied zowel binnen als buiten onze landsgrenzen afspeelt.

Iemand die ook interesse toont in de hem omringende politieke & literaire wereld is H.C. ten Berge, al weer 74 jaar oud. Ter voorbereiding op het interview dat Olaf Risee en ik hem in oktober zullen afnemen, lees ik momenteel De honkvaste reiziger – Dagbladen, veldnotities I uit 1995 (is er ooit een deel II verschenen?). Ik geniet. Verplichte kost voor iedere poëzieliefhebber.

‘Telkens weer blijkt een van scheppingskracht verstoken leven nauwelijks de moeite waard.’

Zowel Read My World als H.C. ten Berge brengen me in contact met dichters van wie ik nog niet eerder had gehoord en die mijn horizon verbreden. Uit ontmoetingen die aan het toeval worden overgelaten groeit soms iets moois. Vanwege een terloopse opmerking van Ron Silliman schafte ik David Bromige’s My Poetry aan, voor $ 50 + verzendkosten. Daar heb ik geen spijt van.

(Dit bericht verscheen eerder, op 13-09-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)