Vanochtend stuk voor G. afgemaakt: een tot readymade verheven chat van bijna 1500 woorden. Morgen nóg een keer doorlezen, eventueel nog iets verbeteren en dan opsturen. Dik tevreden.

Geluncht: zelfgemaakte tonijnsalade met appel.

Boeken gekocht bij Van der Velde: Engelenplaque. Notities van alledag 1966-2003 van A.F.Th. van der Heijden en Brieven uit Genua van Ilja Leonard Pfeijffer.

Een Rochefort 10 gedronken op het terras van Kelder 65.

Foto’s (die ik gisteren tijdens onze fietstocht nam) geselecteerd (op twee na allemaal weggegooid) & bewerkt. 

Feedreader doorgenomen en een aantekening gemaakt:

‘De wereld is gewelddadig en veranderlijk – hij doet wat hij wil. Alleen liefde kan ons redden – liefde voor elkander en de liefde die we in kunst stoppen: als ouder; als schrijver; als schilder; als makker. We leven in een aldoor brandend gebouw, waaruit we steeds weer de liefde zullen moeten redden.’ – Tennessee Williams

In De laatste deur van Jeroen Brouwers zitten lezen:

‘Een van de mooiste en opzienbarendste zelfmoorden uit de Griekse oudheid is die van Empedocles van Agrigentum, die vijf eeuwen voor Christus heeft geleefd. Op zekere dag gevoelde deze wijsgeer-dichter geen lust meer in het bestaan en wierp zich in de Etna, – net als, veel later, met een andere bedoeling, de baron Von Münchhausen zou doen.’

Ik heb de tempels van Agrigentum (Agrigento) gezien, met eigen ogen, zeven op een rij, aan de zuidkust van Sicilië. Dat moet eind jaren tachtig zijn geweest en ik was diep, weet ik nog, diep onder de indruk. Als een heerser heb ik uitgekeken over de azuurblauwe zee.

Diner bereid: sambal goreng kool, Madoerese kip, belado van eieren, maïskoekjes, lalab van tomaat, pandanrijst (volkoren).

F7AC1D21-9AA5-4FD8-A38D-EC390E584477
Uitzicht op Wergea, 2018 © Ton van ’t Hof

Blijf maar klooien met de naam van dit blog. Heb nu gekozen voor Groetjes uit Ljouwert, in navolging van Jeroen Brouwers’ nouveau journal – ik jat ook werkelijk alles – Groetjes uit Brussel (Manteau, 1969). Ondertitel: schrijversdagboek, want dat is uiteindelijk toch wat het is.

Het is me vaker overkomen: dat ik na publicatie van een nieuwe bundel poëzie de poëzie even niet kan uitstaan. Zo nu ook. Sinds Dichter & andere dingen begin oktober verscheen boezemde elk gedicht dat ik onder ogen kreeg me afkeer in. Blijkbaar de wijze waarop ik me van mijn geesteskinderen ontdoe. Maar er is verandering op komst: de Poëziekrant die vandaag op de deurmat viel werd niet, zoals het vorige exemplaar, linea recta in de prullenbak gedeponeerd. Dit nummer ga ik weer lezen.

Nog wat geschetst – het was heerlijk weer – vanmiddag, vlakbij huis. Het schuitje met graafmachine verdween echter al na een kwartiertje uit zicht, waardoor ik ter voltooiing uit mijn geheugen moest putten.

0BA165AD-53E4-4E08-82D0-FA1743230B93
Blokhuisplein, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof