Gedicht John Ashbery

HET VERLANGEN VAN DE HARMONIE

‘de witte machine van het leven’
   Geoffrey G. O’Brien and Jeff Clark

We zijn allemaal bewoners, van de ene
of andere soort: huurders, eigenaars,
gasten. En wat ertoe doet
doet ertoe voor de meesten van ons.
In de gang krimpen we gealarmeerd
zijdezacht ineen – komt daar iemand?
Maar wachters in boa ontvangen ons.

Men vertelde dat we een opdracht deden,
het onderwerp waren, de topic. In feite
maakte het een klein verschil

doch te gering om ons te storen of verstillen.
Concluderend, wellicht juist, van welk slag
wij waren, tekende jij voor gezien.
Het was oké om zich van alles toe te eigenen
maar niet om het te begeren.

John Ashbery
Vertaling Ton van ‘t Hof

‘Ashbery’s poëzie maakt niet zozeer gebruik van het denken om tot gedichten te komen, maar probeert het denken zelf, in “status nascendi” zou je kunnen zeggen, in al zijn vluchtigheid en tastende aarzelingen te betrappen. In een eerder interview heeft hij daarover eens gezegd: “Ik probeer in poëzie de activiteiten van het denkende of in rust verkerende brein weer te geven.” Je zou kunnen zeggen dat Ashbery op zoek is naar een kunst die zich nog niet van het leven heeft losgemaakt.’ (J. Bernlef in De mandril op de slagboom – Een keuze uit zijn gedichten 1956 – 1994, Meulenhoff, 1995)

(Dit bericht verscheen eerder, op 27-03-2009, op 1hundred1.blogspot.nl.)