De kunst van het lezen

Jed Rasula’s eerste bijdrage aan L=A=N=G=U=A=G=E is getiteld ‘Statement on reading in writing’ (1978). Daarin breekt hij een lans voor ‘de kunst van het lezen’. Zijn vertrekpunt is (1) de contemporaine vervreemding van kunstenaar & kunstwerk van een ‘expliciete sociale gebeurtenis’ en (2) de fetisj originaliteit. De vereenzaming en de roep om originaliteit maken van schrijvers noodzakelijkerwijs lezers: om te weten wat er zoal om hen heen – sociaal en literair gezien – gebeurt. Tegelijkertijd gebiedt originaliteit de schrijver om alle schijn van afgezaagd-te-zijn te vermijden en zich vooral te laten voorstaan op niet of nauwelijks lezen. Rasula pleit er voor om ‘de daad van het lezen tot de kunst te verheffen die zij in feite is.’ Wat volgt is een loutering van egocentrische gemoedsbeweging tot gemeenschapsgevoel: door jezelf naast schrijver ook als lezer te presenteren, spreek je de bereidheid uit tot samenwerking met anderen. Lezen betekent genegen zijn tot (1) ‘receptiviteit voor transformationele handelingen ter affirmatie of wijziging van een individuele positie in een sociaal circuit’ en tot (2) ‘het reguleren van Verlangen als persoonlijke energie binnen een sociaal veld.’ Rasula serveert originaliteit af, beschouwt schrijven als een functie van de herhaling en lezen als belangrijke toegang tot onze verdoken begerigheden.

(Dit bericht verscheen eerder, op 16-05-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)