Tonaal

In het Australische online magazine Jacket, nr. 40, wordt aandacht besteedt aan ‘A Tonalist poetry’, een verse stroming in de Amerikaanse poëzie die, naar eigen zeggen, het particuliere weer nadrukkelijk verbindt met de publieke zaak:

‘The A Tonal insists that an aesthetic program will ultimately prove to be radical and political as long as it stays grounded in its relation to real people and real communities, even if such a stance risks certain romanticizing tendencies. But on balance there’s been, in American avant-garde poetry, too much worry that particulars from our lives will neuter political and theoretical possibilities, when the opposite is, to A Tonalist thinking, closer to the truth.’

Het wapen van deze stroming is narratieve poëzie, ‘die de nadrukt legt op een verhalende benadering, waarbij de bouwstenen controleerbaar zijn, maar het door inlevingsvermogen creëren van een eigen beeld primair is.’

Het resultaat is divers. Zo divers, dat het me moeite kostte om iets van een gelijkluidende overtuiging te ontdekken. In eerste instantie kreeg ik de indruk dat het bindmiddel eerder een afkeer was van ‘langpo’, van een een focus op taal, dan dat er sprake was van een gemeenschappelijk streven. Maar sommige gedichten richten zich nadrukkelijk óók op taal.

Bij herlezing van het dossier op Jacket drong zich het woord pelgrimage aan me op. De ‘tonalisten’ ondernemen in hun poëzie een individuele tocht waarbij verlangen naar harmonie met hun omgeving (en misschien wel naar particuliere verlichting?) als collectieve hoop lijkt op te klinken. En waarom ook niet. Er zitten hier en daar juweeltjes van gedichten tussen, waaronder dit titelloze gedicht van Jean Daive:

The oath is not more
newsworthy

than the government
of words
around the table

a Sunday
at home.

Everything keeps
a scent of milk
and clean house.

Jean Daive

(Dit bericht verscheen eerder, op 27-08-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)