Kriskras verloop

Of mijn oudouders Hindrik Leupen en Evert Rigterink, beiden geboren in de buurt van het Duitse Nordhorn, elkaar al langer kenden voordat hun kinderen Jan Leupen en Lammigje Rigterink, mijn betovergrootouders, in het Drentse Anloo elkander het jawoord gaven? Dat was een vraag die ik me gisteren stelde.

Ik heb gegraven en een vingerwijzing gevonden. De moeder van Evert, Hindrikje Hagelskamp, had een zuster Swenne, die in 1778 trouwde met Lucas Kleine Leupen uit Hesepe. Lucas was vernoemd naar zijn grootvader, Lukas Leupen, en werd in het dorp ter onderscheid van zijn grootvader, die ook in Hesepe woonde, ongetwijfeld kleine Lucas of kleine Leupen genoemd. Grote Lukas kwam rond 1700 ter wereld.

De overgrootvader van Hindrik Leupen, Jan Löpen, mijn oudbetovergrootvader, werd rond 1710 in Hesepe geboren. Jan Löpen en Lukas Leupen hebben elkaar vast en zeker gekend en zijn misschien wel familie van elkaar, wie weet zelfs broers.

Het is dus goed mogelijk dat Evert Rigterink, nog voor hij van Duitsland naar Nederland verhuisde, via zijn moeder al een of meerdere Leupens uit Hesepe kende. Evert en Hindrik waren beiden wever van beroep. Wellicht vertrok Hindrik in navolging van Evert, die dertien jaar ouder was, naar Drenthe, waar men kennelijk behoefte aan wevers had.

Ik vond nog een oude foto van de Sint-Ludgeruskerk in Nordhorn, waarin een aantal van mijn gereformeerde voorouders zijn gedoopt. (Ludgerus was overigens een missionaris die in de 8e eeuw in het noorden van Nederland het christelijke geloof verkondigde.) Wellicht hebben ze ook de watermolen even verderop ooit bezocht.

Kriskras verloopt het leven, maar wie goed kijkt kan lijnen ontwaren.

Van de vismarkt

Hypochonderde wat, dronk vier koppen koffie, hoorde wereldmuziek aan en verlangde naar regen.

Jan Leupen en Lammigje Rigterink, mijn betovergrootouders, trouwden in 1863 met elkaar. Ze werden allebei in Drenthe geboren, Jan in Anloo en Lammigje in Zuidlaren. De vader van Jan, Hindrik Leupen, over wie ik al eerder schreef, kwam echter uit Hesepe, een buurtschap even ten zuiden van Nordhorn, Duitsland. Vanochtend ontdekte ik dat de vader van Lammigje, Evert Rigterink, in Bookholt ter wereld kwam, een gehucht net noord van datzelfde Duitse stadje Nordhorn. Louter toeval? Of zouden mijn oudouders Hindrik en Evert elkaar al in Duitsland hebben gekend, nog voor ze naar Nederland verhuisden?

Even door Dokkum gewandeld waar een handvol mensen het straatbeeld beheerste. Thuis in het zonnetje gaan zitten, met een trui aan, vanwege opnieuw een frisse Beaufort 4: haar in de war, kleding die flappert. Raar voorjaar, ook qua weer.

Las een ladinkje berichten van lieden die het beter denken te weten. Ik gaf ze het grootste gelijk, van de vismarkt, en pakte een boek, Het land van de handen.

Sommige dagen zijn voor vage vermoedens, op andere doe je de was of zaai je gras in.

Americana

Trosje vinken gespot; wat een prachtige roodbruine kleur hebben de mannetjes toch!

’s Ochtends een stuk houtwal afgebroken (we maken vorderingen) en ’s middags tussen het dommelen door nog wat genealogisch speurwerk verricht.

Allereerst naar het Duitse plaatsje Hesepe, waar enkele voorouders van mij (met de achternaam Leupen) vandaan komen. Het betreft hier niet het Hesepe in Nedersaksen, waar Nederland gedurende de Koude Oorlog militairen had gelegerd, maar het dorp dat in het Graafschap Bentheim ligt, niet ver van Nordhorn en Denekamp. Dit Hesepe heeft thans driehonderd inwoners, een voetbalclub en een kapelletje dat onder monumentenzorg valt.

Honderdzeventig jaar of meer hebben er in Hesepe Leupens vertoefd. In elk geval vanaf het begin van de 18e eeuw tot eind 19e eeuw. Op een kaart uit 1630 (zie afbeelding) kom je het plaatsje al tegen, gespeld Hesope.

Niet ver van Hesope vind je op deze oude kaart het gehucht Swartecamp. Wat een toeval. Mijn oudovergrootmoeder, die trouwde met Berend Leupen uit Hesepe, heette Stine Zwartkamp. Stine werd geboren in het Duitse Haar, dat op de grens tussen het Graafschap Bentheim en Overijssel ligt. Wat blijkt, na een check op Google Maps: Haar ligt thans op de plek waar in 1630 Swartecamp lag. Wie vandaag de dag vanuit Haar Nederland binnen fietst, doet dat over de Zwartkampweg.

Bestelde twee bundels van de onlangs overleden dichter Hans Verhagen bij antiquairs; hij ontbreekt momenteel in mijn boekenkast. (Hoe zou dat komen?)

Hennie dartelde vrijwel de hele dag door de tuin; ze slaagde er in om nét aan een half uurtje op haar kont te blijven zitten.

Terug naar Hesepe & de Leupens. Ik heb nogal wat DNA-matches met mensen in de VS. Maar tot aan vandaag had ik nog geen verwanten gevonden die voorgoed de Atlantische Oceaan waren overgestoken. Nu dus wel:

1872: Jan Leupen (1851) emigreerde met zijn echtgenote Helena Lammers van Hesepe naar Kent County, Michigan.

1882: Jan Hendrik Leupen (1839) emigreerde met zijn echtgenote Fenna Gunneman van Hesepe naar Marion County, Indiana.

1882: Lucas Leupen (1866) emigreerde met zijn echtgenote Emma Ritter van Hesepe naar Marion County, Indiana.

1882: Janna Leupen (1867) emigreerde met haar echtgenoot Henry Amt van Hesepe naar Marion County, Indiana.

1882: Lokke Leupen (1870) emigreerde met haar echtgenoot August Jensen van Hesepe naar Marion County, Indiana.

1882: Harm Leupen (1873) emigreerde van Hesepe naar Marion County, Indiana.

Hypothese: Jan Hendrik & Fenna emigreerden met (vier van) hun kinderen naar de VS. Uit hoop? Omdat ze geen cent te makken hadden?

Mijn precieze relatie tot al deze personen moet overigens nog worden vastgesteld.

Duitse wortels

Uit een hele reeks officiële documenten blijkt dat Berend Leupen en Stine Zwartkamp twee oudovergrootouders van me zijn. Mijn opa van moederszijde, Harm Geert Leupen, was een achterachterachterkleinkind van hen.

Vandaag verzamelde ik uit andermans stambomen informatie over Berend en Stine die nog met officiële documenten moet worden gestaafd.

Berend en Stine zouden op 28 oktober 1772 in Nordhorn, Duitsland, in het huwelijksbootje zijn gestapt. Nordhorn ligt tegen Overijssel aan, niet ver van Denekamp.

Berend zou rond 1740 in Hesepe, Duitsland, geboren zijn, drie kilometer ten zuidoosten van Nordhorn, en Stine rond 1740 in Haar, Duitsland, tien kilometer te zuiden van Nordhorn.

Berend en Stine zouden vijf kinderen hebben gekregen: Fenne, Jan (mijn oudgrootvader), Janna, Aale en Berend.

Zowel de vader van Berend als de vader van Stine zouden Jan als voornaam hebben gehad. Jan Leupen zou rond 1710 in Hesepe ter wereld zijn gebracht. Berend zou twee broers met dezelfde voornaam hebben gehad: Harm en Harm. Hieruit leid ik af dat de eerste Harm hoogstwaarschijnlijk al op (zeer) jonge leeftijd is heengegaan.

Berend zou op 21 januari 1810 op 70-jarige leeftijd in Hesepe de doodssnik hebben gegeven. Hij zou Ackersman van beroep zijn geweest, landarbeider.

Een Duitse wortel, dus. Opvallend: ook via mijn grootmoeder van moederszijde heb ik er eentje. Iets wat overigens niet direct in mijn DNA tot uitdrukking komt. In mijn DNA-rapport wordt alleen gesproken over Britse, Ierse, Scandinavische, Italiaanse en enkele Aziatische wortels.

Maar met betrekking tot de interpretatie van DNA-gegevens heb ik nog een hoop te leren.

Stamreeks Leupen

De stamreeks van mijn grootvader van moederskant ziet er voorlopig als volgt uit:

Stamvader:
Berend Leupen

Oudgrootvader:
Jan Leupen (1775-1833)
Geboren en overleden (aan waterzucht) te Hesepe, Duitsland.
Beroep: herder.

Oudvader:
Hindrik Leupen (1810-1846)
Geboren te Hesepe, Duitsland, overleden te Gasteren (DR).
Beroep: wever.

Betovergrootvader:
Jan Leupen (1834-1893)
Geboren te Anloo (DR), overleden te Peest (DR).
Beroep: wever.

Overgrootvader:
Geert Leupen (1863-1939)
Geboren te Gasteren (DR), overleden te Epe (GD).
Beroep: wever, dienstknecht, tapper, logementhouder, landbouwer, koopman, slager.
1888-1889: 1e Regiment Veldartillerie, Utrecht.

Grootvader:
Harm Geert Leupen (1910-1992)
Geboren te Oosterwolde (FR), overleden te Heeze (NB).
Beroep: kelner, logementhouder.

Bij mijn grootvader op schoot, 1961/62

In druilregen door het Drentse land van mijn voorouders gereden. Gestopt in Peest (bij het huis waarin mijn betovergrootvader Jan Leupen kort woonde en stierf), Gasteren (bij het huis waarin mijn oom Hindrik Leupen woonde), Anloo (waar talloze Leupens zijn gedoopt), Eext (waar overgrootmoeder Rutgers vandaan kwam) en Rolde (waar grootvader Geert Leupen een logement hield).

In Makkinga (FR) nog het graf van Lammegien Leupen bezocht, de oudste zuster van mijn grootvader van moederskant. Lammegien werd in 1896 in Assen geboren, trouwde in 1914 met boerenknecht Pieter Hendriks Tjassing en legde in 1970 het moede hoofd neer.

Naast het graf van Lammegien en Pieter lagen nog drie Tjassings, die zomaar zonen van hun zouden kunnen zijn geweest: Hendrik, Fedde en Gerard.

PS Heb via AlleFriezen kunnen achterhalen dat Hendrik inderdaad een zoon van Lammegien en Pieter was, die in 1946 op 31-jarige leeftijd ‘door een noodlottig ongeval’ plotseling van zijn familie werd weggerukt.

Laat ik hetgeen ik enkele dagen geleden aantrof, en toen als een raadselachtige kwestie aanmerkte, nog even op een rij zetten. Geert Leupen was mijn overgrootvader. Zijn vader (mijn betovergrootvader) heette Jan en zijn grootvader (mijn oudvader) Hindrik. Tegen de gewoonte in vernoemde Jan geen van zijn zonen naar zijn vader Hindrik. De vraag die ik me vervolgens stelde luidde:

Waarom gaf Jan zijn eerste zoon de naam Geert in plaats van Hindrik mee en liet zichzelf op Geerts geboorteakte Jan Geerts noemen?

Twee dagen graven hebben een schat aan informatie opgeleverd:

  • Hindrik Leupen trouwde in mei 1834 met Willemtje Sloots. Hindrik was op dat moment 23 en wever van beroep, Willemtje 25 en huisvrouw. Het stel vestigde zich in Gasteren (DR). In augustus van datzelfde jaar werd zoon Jan geboren, vernoemd naar Hindriks vader.
  • Tussen 1837 en 1844 bracht Willemtje nog vier dochters ter wereld, van wie er twee vroegtijdig stierven.
  • Het onheil vervolledigde toen op 1 januari 1846, om twee uur ‘s nachts, Hindrik om wat voor reden dan ook het leven liet. Hij werd 35 jaar oud. Willemtje bleef met zoon Jan en twee dochters achter. Er was gelukkig wat bezit opgebouwd: een half huis met tuin en een kwart hectare bouwland.
  • Nu had Hindrik een elf jaar jongere broer, Geert geheten, die ergens in deze jaren in Gasteren moet zijn neergestreken. Hij was evenals zijn broer Hindrik wever van beroep en hij kroop evenals zijn broer bij Willemtje in bed: in april 1854 werd hun zoon Hindrik geboren. Een maand later trouwden Geert en Willemtje.

En zo had Jan, zoon van Willemtje en overleden Hindrik, er plotsklaps (1) een stiefvader bij, Geert, de broer van zijn vader, en (2) een halfbroer, Hindrik, die was vernoemd naar zijn vader. Daarenboven scheelden Jan en stiefvader Geert slechts dertien jaar.

Je wordt toch gék van al die namen! Enfin.

Jan vernoemde zijn oudste zoon dus naar zijn stiefvader. Hij moet meer met zijn stiefvader Geert dan met zijn vader Hindrik op hebben gehad, denk ik dan. Het feit dat hij zichzelf Jan Geerts noemde op de geboorteakte van zijn zoon kan in deze context worden opgevat als een eerbetoon aan stiefvader Geert. En dat doe ik dan ook maar.

Tot slot ook nu weer, gelukkig maar, iets opvallends. Toen Geert en Willemtje in 1854 trouwden hadden ze geen cent te makken. Ze werden zelfs middels een Certificaat van onvermogen vrijgesteld van de kosten die de gemeente toentertijd voor een huwelijksvoltrekking in rekening bracht.

Edoch. Geert gaf in 1879 de doodsnik en Willemtje in 1887. Tot mijn stomme verbazing liet Willemtje een huis, tuin en 6,5 hectare bouwland, weide, heide en bos na die, omgerekend naar nu, een waarde vertegenwoordigden van € 38.000 oftewel f 83.000. What the fuck? Hard werken? Geluk? Een erfenis? En zo ja, van wie dan? Vragen! Heerlijk.

Nee, saai zou ik het leven van mijn betovergrootvader Jan Leupen niet willen noemen, eerder geregeld. Hij bracht het overgrote deel van zijn leven al wevend—zijn beroep—in gat Gasteren (DR) door, trouwde met de drie jaar oudere Lammigje Rigterink en kreeg met haar vier kinderen, wat in die tijd als een bescheiden aantal gold.

Maar wie op de details ingaat ontwaart naast ingedutte tijden ook voor- en tegenspoed. Zo had Jan het geluk dat hij werd uitgeloot voor militaire dienst en mocht blijven weven. Jaren later daarentegen werden hij en Lammigje door een zeer ongelukkig lot getroffen: in 1866 overleed hun enige dochter, Annigje, nog geen tien maanden oud.

Wat ik ook opmerkelijk vind is dat Jan geen van zijn zonen naar zijn vader Hindrik vernoemde, zoals toentertijd gebruikelijk was. Waarom gaf hij zijn eerste zoon de naam Geert mee en liet zichzelf op Geerts geboorteakte Jan Geerts noemen? Een raadselachtige kwestie die om opheldering vraagt.

Nog meer treurigheid: (1) toen Lammigje in 1890, pas zestig jaar oud, de geest gaf, en (2) toen Jan anderhalf jaar later het vertrouwde Gasteren al dan niet gedwongen (werkgelegenheid?) inruilde voor het onbekende Peest (DR), kilometers verderop.

Tot slot Jans nalatenschap. Nadat Jan in 1893 op 59-jarige leeftijd voor Gods rechterstoel was verschenen, mochten zijn drie jongens ‘eenige meubelen van geringe betekenis’ verdelen alsmede 26 are bouwland en 59 are heide in de buurt van Gasteren. Hoe waren die lapjes grond Jan ooit deelachtig geworden? Wordt vervolgd.

Hieronder een recente foto van de nog altijd bestaande woning in Peest waarin Jan, samen met zijn twee jongste zonen, zijn laatste dagen sleet.

Muggen. Ik behoor tot het type dat door steekmuggen al op honderd meter afstand wordt waargenomen. Dwars door muren heen. Als er zich één mug in onze straat bevindt weet zij (alleen vrouwtjesmuggen steken) mij te vinden.

Om half vijf wakker. Mug. Naar beneden. Ook daar mug. Zen’sect opgesmeerd, met 40% deet, waarna er prompt een mug op mijn hand landde. Haar met andere hand doodgeslagen. Hoe oud is dat antimuggenspul eigenlijk?

De twee zorgkantoren die zich buigen over de aanvraag van een persoonsgebonden budget voor ma vergen idioot veel van mijn geduld. Ik bespeur drukdoenerij zonder énige concrete output en voel aandrift om met een houthakkersbijl te gaan zwaaien. (Wees niet bang, ik kan en zal me beheersen.)

‘Er is ook een theorie denkbaar dat de kwaliteit van de boekhandel bepaald wordt door de boeken die je er niet vindt.’—Ad ten Bosch

Eindelijk heb ik ze op een rijtje: de kinderen van mijn overgrootouders Geert Leupen en Geertruid Rutgers: elf stuks. Ga er maar aan staan! Lammegien (1891-1970) was de eerste, mijn grootvader Harm Geert (1910-1992) de een-na-laatste. Daar tussenin zaten Jacob, Jan, Annechien, Willem, Roelof, Roelof, Anna en Harmina. De benjamin heette Evert Geert, die in 1911 ter wereld kwam.

Roelof 1 werd ruim dertien maanden oud en Roelof 2 stierf—waaraan is (nog) onduidelijk—op 16-jarige leeftijd. Harmina hield het al na 34 dagen voor gezien. Hoewel ik nog niet weet wanneer Jacob, Jan en Anna de geest gaven, zou het me niet verbazen als mijn grootvader als laatste van het gezin de grote reis aanvaardde. Ik zal mijn herinneringen aan hem op een later moment boekstaven.

Een vraag die me ook bezighoudt: waarom liet zijn jongere broer Evert Geert, die slechts 61 werd, zich als Geert Leupen—dus zonder Evert—begraven?

Mijn overgrootvader Geert Leupen en mijn overgrootmoeder Geertruid Rutgers trouwden op zaterdag 18 april 1891 te Rolde, in aanwezigheid van Geerts vader, Jan Geerts, en vier getuigen. De bruidegom 27 jaar oud, de bruid 23. Acht maanden ervoor had Geert zijn moeder verloren en Geertruid was al sinds 1889 wees.

Online weet ik te achterhalen dat half Europa in deze periode te maken had met een koudegolf en dat het op de 18e niet alleen ‘s nachts maar ook overdag tot diep in Frankrijk vroor. Dikke jas aan dus.

Onder Geertruids dikke jas moet overigens ook een dikke buik hebben gezeten, want nog geen drie maanden later beviel ze van hun eerste kind, dochter Lammegien.

In de trouwakte vind ik niet alleen Geerts beroep op moment van trouwen terug, dienstknecht, en hun beider woonplaats, Deurze, maar ook dat er aan de Ambtenaar van den Burgerlijken Stand zeven documenten ter hand zijn gesteld: twee geboorteakten, drie overlijdensakten en, mijn belangstelling wekkend, twee bewijzen:

  • ‘bewijs voldaan te hebben aan de wet op de nationale militie’;
  • ‘bewijs van toestemming tot het aangaan van dit huwelijk afgegeven door den Kommanderenden Officier van het eerste Regiment Veldartillerie’.

Tot mijn voldoening—alle lof voor het Drents Archief—heb ik ook de bijlagen kunnen downloaden.

In het begin van de 19e eeuw werd in Nederland—middels de ‘Wet omtrent de inrigting der Nationale Militie’—de conscriptie (dienstplicht) ingevoerd. Iedere jongeman diende zich in te schrijven, waarna door loting werd bepaald wie daadwerkelijk werd opgeroepen. Als je werd ingeloot bestond er de mogelijkheid om ‘zijne dienst [te] doen waarnemen door een plaatsvervanger’, die tegen betaling jouw plaats als militielid innam. De hoogte van dat bedrag was in 1861 een zaak geworden tussen loteling en plaatsvervanger, voor die tijd gold een tarief ‘naar mate van de gegoedheid der personen’ van f 25 tot f 75.

De dienstplicht duurde vijf jaar. De eerste achttien maanden kwam je op in werkelijke dienst, waarna je nog drie en een half jaar oproepbaar bleef.

Geert schreef zich in 1882 als negentienjarige in, maar werd uitgeloot. Hij woonde op dat ogenblik in Anloo, waar hij het vak van wever uitoefende. Zes jaar later, op 1 mei 1888, kwam hij alsnog onder de wapenen, bij het 1e Regiment Veldartillerie te Utrecht, waar hij de plaats van iemand anders innam.

Geert kon ongetwijfeld het geld goed gebruiken. Thuis hadden ze het niet breed en de toenemende mechanisering van de textielindustrie zorgde voor minder vraag naar wevers. Na zijn diensttijd zou hij niet meer achter het weefgetouw plaatsnemen.

Toen Geert en Geertruid op die koude zaterdag trouwden, was de bruidegom weliswaar niet meer in werkelijke dienst, maar nog wel oproepbaar. Daarom had hij van zijn commandant toestemming voor het huwelijk nodig.

Ik ga ervan uit dat ze na afloop van de plechtigheid een goed glas bier of wijn hebben gedronken in de plaatselijke herberg.