Tagged:J. Bernlef Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • tonvanthof 16:20 op 13 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: , , J. Bernlef   

    De afgelopen jaren heeft de Amerikaanse dichter George Oppen (1908-1984) bij een handjevol Nederlandse poëten, die regelmatig in Perdu rondhingen, in de belangstelling gestaan. Over mijn band met Oppen hield ik in 2010 nog een lezing onder de titel ‘A sense of being in the world’.

    Ik had begin dit millennium via internet kennisgemaakt met Oppens werk en wist niet beter of hij was toen nog een volslagen onbekende dichter in Nederland. Maar niets is minder waar. Een week of twee terug las ik op Facebook of in de weekmail van Terras dat J. Bernlef in zijn essaybundel Het ontplofte gedicht (1978) reeds over hem had geschreven. De Amerikaanse dichter, die in 1969 een Pulitzer voor Of Being Numerous had gekregen, leefde destijds zelfs nog. Bernlefs essaybundel heb ik vervolgens ogenblikkelijk via boekwinkeltjes.nl aangeschaft.

    En intussen gelezen. In een stuk over jazz, poëzie en ‘vormloze vorm’ wordt Oppen een kort optreden gegund. Aan bod komen zijn opmerkelijke levenswandel, zijn kijk op poëzie en het belang van zijn oeuvre. Knap dat Bernlef dat laatste al doorzag:

    ‘Oppens Collected Poems vormen een indrukwekkende prestatie, vooral door de niet aflatende hardnekkigheid waarmee hij iedere gemakkelijke oplossing uit de weg gaat en probeert een indruk in zo weinig mogelijk woorden zo min mogelijk vast te leggen.’

    Maar het meest opmerkelijke is de vergelijking die Bernlef maakt tussen de gedichten van Oppen en de schilderijen van Edward Hopper. De gesignaleerde overeenkomsten, die ik nog niet eerder was tegengekomen, vind ik verbluffend en van een verdomd-ja!-kwaliteit. Chapeau voor Bernlef. Ik citeer de passage:

    ‘Beiden hadden voorkeur voor de kust van New England, voor de architectuur van de Amerikaanse stad, voor een manier van kijken die vanuit de bewoonde wereld, meestal een kamer, naar buiten blikt, of andersom, maar altijd afgebakend door een raam, een lijst. Met hartstochtelijke verbetenheid houden zij vast aan hun visie: de mens is geen meester over de dingen, hij is zelf een ding onder dingen en de eenzaamheid die dat besef mogelijkerwijs met zich meebrengt dient in alle helderheid onder ogen gezien te worden (“I have not and never did have any motive of poetry / But to achieve clarity”). De stugge manier van schilderen van Hopper vindt bij Oppen zijn pendant in korte, rompachtige zinnetjes, samengevoegd in strofen van drie of vier regels, zoals deze:

    For we are all housed now, all in our appartments,
    The world unintended to, unwatched.
    And there is nothing left out there
    As night falls, but the rocks

    Het zou een beschrijving van een van Hoppers schilderijen kunnen zijn.’

    En is dat misschien ook wel.

     
  • tonvanthof 11:59 op 5 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: J. Bernlef   

    Aanwinst: Het ontplofte gedicht: Over poëzie, J. Bernlef, Querido, 1978, 2e-hands, € 8,45.

     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren
%d bloggers liken dit: