13.20 u. Immanuel Kant in Was ist Aufklärung? (Wat is Verlichting? 1785/1949):

‘Verlichting betekent dat de mens zijn door hemzelf veroorzaakte onmondigheid achter zich laat. Onmondigheid is het onvermogen je verstand te gebruiken zonder de leiding van een ander. Aan jezelf te wijten is deze onmondigheid wanneer de oorzaak ervan niet een gebrek aan verstand is, maar een gebrek aan vastberadenheid en aan moed om hier zonder andermans leiding gebruik van te maken. Sapere aude! “Heb de moed je eigen verstand te gebruiken!” is dan ook het motto van de Verlichting. […] Het is zo makkelijk onmondig te zijn. Heb ik een boek dat voor mij verstand heeft, een therapeut of predikant die voor mij geweten heeft, een arts die mijn dieet opstelt, dan hoef ik mij er immers zelf niet om te bekommeren. Ik hoef niet na te denken als ik alleen maar hoef te betalen.’

14.45 u. Vanaf a.s. donderdag draait de natuurfilm Wad. Overleven op de grens van water en land van Ruben Smit in de bioscopen. Smit maakte eerder De Nieuwe Wildernis en Levende rivier. Zojuist het fotoboek aangeschaft dat bij zijn nieuwe film hoort; adembenemend mooi.

15.24 u. Fijne bespreking van Dichter & andere dingen door Roger Nupie in De VVL-Boekhouding: ‘Laat Van ’t Hof maar naar nieuwe betekenissen en bekentenissen graaien. We zijn er graag getuige van.’

16.03 u. Uit een column waarin Ewald Engelen uithaalt naar het neoliberalisme en enkele van haar vertegenwoordigers, Rutte & Kaag:

‘De stijging van onze welvaart is ten koste gegaan van ons welzijn.’

0BDC5534-6E47-4F7B-81C2-C074622BE861
Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Krabbels bij Frédéric Gros’ Wandelen. Een filosofische gids (De Bezige Bij, 2013):

Een man moet zien, voordat hij praat.

Rousseau keek niet alleen maar stelde zichzelf tijdens zijn lange, lange wandelingen ook vragen, en voelde in zichzelf langzaam ‘de tengere en trillende gedaante’ ontwaken van een primitief, wild, onschuldig mens. Waarna hij zijn beroemde tweede Discours schreef.

Wandelen, zeker op oudere leeftijd, kan ook leiden tot loslaten. In wat Gros daarover te zeggen heeft weerklinken oosterse wijsheden:

‘Daarmee bedoel ik: er is niets meer te hopen of te verwachten. Alleen maar leven, het bestaan zijn gang laten gaan. Omdat je niet meer iemand hoeft te zijn, laat je een stroom door je heen spoelen, of liever gezegd, een beekje dat het bestaan in stand houdt.’

Ik herken dit.

Ook Thoreau was een fervent wandelaar: wat hij zag maakte hij tot zijn bezit, beelden, die hij opzij zette ‘voor slechte dagen.’

Kant wandelde elke dag één uur lang, nam altijd dezelfde route door park en stad, bewoog om gezondheidsredenen.

Wandelen = verplichtingen aan je laars lappen.

Wandelen = een verheerlijking van de traagheid, en eenvoud.