Mijn kijk op de wereld … ja, tja.

Die was vroeger meer uitgesproken dan nu. Dat wel, weet je.

Alsof ik door de jaren heen toch nog dingetjes geleerd heb.

Dat het tijd kost, bijvoorbeeld, om een mening te vormen en dat ook de wijze waarop je die uit, aandacht behoeft. Zoiets.

Overigens zou volgens boeddhisten, als ik ze goed begrijp, de onthouding van oordeelsgenot het leed—dat van jou en anderen—kunnen verzachten.

Maar soms laat ik me desondanks gaan, raak ik door emotie buiten mezelf en toeter maar wat, schoffeer, bruuskeer etc. waarna—te laat!—de spijt komt.

Tja. Tijd voor een fikse wandeling, geloof ik.

Recapitulatie. Toen mijn oudmoeder Willemtje Sloots in 1854 voor de tweede maal in het huwelijksbootje stapte, ditmaal met Geert Leupen, een broer van haar overleden eerste echtgenoot Hindrik, waren zij en Geert straatarm. Maar ruim twintig jaar later, toen Willemtje haar laatste adem uitblies—Geert was al lang dood—liet ze onroerend goed na met, omgerekend naar nu, een waarde van € 38.000 oftewel f 83.000, de tussentijdse stijgingen van grondprijzen niet meegerekend. Ze bezat naast een huis en een tuin ook 6,5 hectare bouwland, weide, heide en bos.

Hoe had ze dat geflikt? Dat wil ik graag weten. Omdat een erfenis een mogelijke verklaring is, ben ik gaan graven in het verleden van haar ouders, maar stuitte daarbij op een kwestie die mijn graafwerk bemoeilijkt: het verwarde gebruik van twee achternamen, Sloots en Schut. Om geen informatie over het hoofd te zien die van belang is voor inzicht in Willemtjes vergaring van onroerend goed, wil ik eerst meer duidelijkheid in de namenkwestie scheppen.

Wat ik weet is dat de vader van Willemtje op zijn overlijdensakte uit maart 1812 Hendrik Alofs wordt genoemd, waarbij Alofs een patroniem is, een achternaam ontleend aan de voornaam van zijn vader, die Alof Hendriks heette. Omdat de kinderen van Hendrik Alofs nu eens Sloots en dan weer Schut als achternaam gebruikten, en niet Alofs, ga ik er vanuit dat Hendrik Alofs er niet meer aan toe is gekomen om, zoals op grond van decreten van Napoleon uit 1811 en 1813 verplicht was, een achternaam te laten registreren.

Zijn echtgenote, Lammigje, echter wel. Zij was een dochter van Harm en afkomstig uit een familie die al vóór Napoleons decreten een achternaam droeg: Sloots. Tot aan haar verscheiden in 1849 bleef ze Lammigje Harms Sloots heten; ze hertrouwde nooit.

Maar dan. Enige jaren na het overlijden van Hendrik nemen enkele kinderen van Hendrik en Lammigje, niet allemaal, ineens de achternaam Schut aan. Waarom? Op dit punt ben ik nu aanbeland. Laat ik maar eens beginnen om álle kinderen goed in kaart te brengen. Wordt vervolgd.

Leeuwarden, 2019 © Ton van ’t Hof

Laat ik hetgeen ik enkele dagen geleden aantrof, en toen als een raadselachtige kwestie aanmerkte, nog even op een rij zetten. Geert Leupen was mijn overgrootvader. Zijn vader (mijn betovergrootvader) heette Jan en zijn grootvader (mijn oudvader) Hindrik. Tegen de gewoonte in vernoemde Jan geen van zijn zonen naar zijn vader Hindrik. De vraag die ik me vervolgens stelde luidde:

Waarom gaf Jan zijn eerste zoon de naam Geert in plaats van Hindrik mee en liet zichzelf op Geerts geboorteakte Jan Geerts noemen?

Twee dagen graven hebben een schat aan informatie opgeleverd:

  • Hindrik Leupen trouwde in mei 1834 met Willemtje Sloots. Hindrik was op dat moment 23 en wever van beroep, Willemtje 25 en huisvrouw. Het stel vestigde zich in Gasteren (DR). In augustus van datzelfde jaar werd zoon Jan geboren, vernoemd naar Hindriks vader.
  • Tussen 1837 en 1844 bracht Willemtje nog vier dochters ter wereld, van wie er twee vroegtijdig stierven.
  • Het onheil vervolledigde toen op 1 januari 1846, om twee uur ‘s nachts, Hindrik om wat voor reden dan ook het leven liet. Hij werd 35 jaar oud. Willemtje bleef met zoon Jan en twee dochters achter. Er was gelukkig wat bezit opgebouwd: een half huis met tuin en een kwart hectare bouwland.
  • Nu had Hindrik een elf jaar jongere broer, Geert geheten, die ergens in deze jaren in Gasteren moet zijn neergestreken. Hij was evenals zijn broer Hindrik wever van beroep en hij kroop evenals zijn broer bij Willemtje in bed: in april 1854 werd hun zoon Hindrik geboren. Een maand later trouwden Geert en Willemtje.

En zo had Jan, zoon van Willemtje en overleden Hindrik, er plotsklaps (1) een stiefvader bij, Geert, de broer van zijn vader, en (2) een halfbroer, Hindrik, die was vernoemd naar zijn vader. Daarenboven scheelden Jan en stiefvader Geert slechts dertien jaar.

Je wordt toch gék van al die namen! Enfin.

Jan vernoemde zijn oudste zoon dus naar zijn stiefvader. Hij moet meer met zijn stiefvader Geert dan met zijn vader Hindrik op hebben gehad, denk ik dan. Het feit dat hij zichzelf Jan Geerts noemde op de geboorteakte van zijn zoon kan in deze context worden opgevat als een eerbetoon aan stiefvader Geert. En dat doe ik dan ook maar.

Tot slot ook nu weer, gelukkig maar, iets opvallends. Toen Geert en Willemtje in 1854 trouwden hadden ze geen cent te makken. Ze werden zelfs middels een Certificaat van onvermogen vrijgesteld van de kosten die de gemeente toentertijd voor een huwelijksvoltrekking in rekening bracht.

Edoch. Geert gaf in 1879 de doodsnik en Willemtje in 1887. Tot mijn stomme verbazing liet Willemtje een huis, tuin en 6,5 hectare bouwland, weide, heide en bos na die, omgerekend naar nu, een waarde vertegenwoordigden van € 38.000 oftewel f 83.000. What the fuck? Hard werken? Geluk? Een erfenis? En zo ja, van wie dan? Vragen! Heerlijk.

Nee, saai zou ik het leven van mijn betovergrootvader Jan Leupen niet willen noemen, eerder geregeld. Hij bracht het overgrote deel van zijn leven al wevend—zijn beroep—in gat Gasteren (DR) door, trouwde met de drie jaar oudere Lammigje Rigterink en kreeg met haar vier kinderen, wat in die tijd als een bescheiden aantal gold.

Maar wie op de details ingaat ontwaart naast ingedutte tijden ook voor- en tegenspoed. Zo had Jan het geluk dat hij werd uitgeloot voor militaire dienst en mocht blijven weven. Jaren later daarentegen werden hij en Lammigje door een zeer ongelukkig lot getroffen: in 1866 overleed hun enige dochter, Annigje, nog geen tien maanden oud.

Wat ik ook opmerkelijk vind is dat Jan geen van zijn zonen naar zijn vader Hindrik vernoemde, zoals toentertijd gebruikelijk was. Waarom gaf hij zijn eerste zoon de naam Geert mee en liet zichzelf op Geerts geboorteakte Jan Geerts noemen? Een raadselachtige kwestie die om opheldering vraagt.

Nog meer treurigheid: (1) toen Lammigje in 1890, pas zestig jaar oud, de geest gaf, en (2) toen Jan anderhalf jaar later het vertrouwde Gasteren al dan niet gedwongen (werkgelegenheid?) inruilde voor het onbekende Peest (DR), kilometers verderop.

Tot slot Jans nalatenschap. Nadat Jan in 1893 op 59-jarige leeftijd voor Gods rechterstoel was verschenen, mochten zijn drie jongens ‘eenige meubelen van geringe betekenis’ verdelen alsmede 26 are bouwland en 59 are heide in de buurt van Gasteren. Hoe waren die lapjes grond Jan ooit deelachtig geworden? Wordt vervolgd.

Hieronder een recente foto van de nog altijd bestaande woning in Peest waarin Jan, samen met zijn twee jongste zonen, zijn laatste dagen sleet.