Het gedicht als revolutionaire gebeurtenis (15)

Henri Bergson (1859-1941) suggereert dat mensen door de vorming van herinneringsbeelden uit het voorwaardelijk aanwezige, virtuele verleden in staat zijn om creatief te reageren op problemen in het heden. Volgens Gilles Deleuze houden gewoontes het verleden in ons lichaam vast, in anticipatie op de aanname dat de toekomst als dat verleden zal zijn en blijven. Gewoontes maken het passieve geheugen van het virtuele verleden uit. Uit de actieve synthese tussen herinneringsbeelden en begrip ontspruit het verleden als een chronologische reeks voorstellingen waarop het subject kan reflecteren. Maar voegt Deleuze eraan toe, het betreft een verleden dat nooit echt is geleefd. Uit Een lijn is een vore:

05.053

Ik zeg: Soms hebben zaken
een oorzaak. Kijk om je heen, daar
en ginder bijvoorbeeld,
de Wollinghuizersluis in het Ruiten-Aa-Kanaal,
gegrondvest op kunstmest en Dollarslib,
wat eigenlijk verleden is
en al bereikt is.

Ton van ’t Hof

De reflectie wordt creatief als zij zich voorbij de chronologie begeeft en de relatie tussen het virtuele verleden en de respons op een probleem in het heden actualiseert. Zo is het virtuele verleden voor verbetering vatbaar: door de verschijning van een nieuw heden dat uitdrukking is van onze respons. Tegelijkertijd wordt het virtuele verleden met terugwerkende kracht herschreven.

(Dit bericht verscheen eerder, op 04-05-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)