Boezem

Droomde vannacht over mijn vader. We sloegen elkaar op de schouders. Ik geloof dat ik weer on speaking terms met hem ben.

Ging vanochtend aan tafel zitten en schreef in één ruk een gedicht, de opening van een nieuwe cyclus.

Hing vetbolletjes op, voor de vogels.

Fietste met Hennie ruim dertig kilometer, bij godenweer. Onderweg fish & chips gegeten, begeleid door een soepel sapje van vlierbessen.

Haalde aan het einde van de middag voor het eerst sinds afgelopen zondag een biertje uit de koelkast, wat wel in de krant mag. Een Friese boezem, overigens, gebrouwen met Fries regenwater. Schuimde als een gek.

Kaasstengels

Vroeg wakker, nokkievol adrenaline. Stelde na enig zelfonderzoek vast dat de oorzaak schuilt in een shitload aan aspiraties. Wat in mijn geval een terugkerend dingetje is en onderdeel lijkt te zijn van mijn persoonlijkheidsstructuur. Het goede nieuws: het gaat vanzelf weer over.

Mijn favoriete literaire personage? In elk geval niet de held.

Liep tegen de vader van de vader van de vader van de vader van mijn vader aan: oudouder Adrianus van ’t Hof, geboren in Heeze (1785) en overleden in Eindhoven (1857). Hij was metselaar van beroep en trouwde in 1814 met Hendrika van Baarschot, die op dat moment dienstmeid was, maar spoedig moeder zou worden.

Groot deel van de dag in de tuin gewerkt, gezonde bodemmicroben opgesnoven en emmers mos uit het grasveld geplukt. Hennie schilderde met kennelijk plezier een garageraam en verwijderde wortels en een gazen hek. Bezig blijven: de sleutel tot geluk?

At samen met m’n meissie in no time een doos kaasstengels – ‘verdraaid lekker’ – leeg.

De Olifant, Aldtsjerk, 2020 © Ton van ’t Hof

Op de uitkijk

Wat uit zichzelf gebeurt, daaraan valt niet te ontkomen.

In één week tijd driemaal een hondendrol opgeruimd. Wie laat er nu zijn hond op onze oprit en ons gazon poepen? Moeten we op de uitkijk gaan staan?

Laat abstracties links liggen.

Toe we wegfietsten zagen we op het Brantgummer kerkhof een loslopende hond, een baasje was in geen velden of wegen te bekennen. Die is van de bouwboer, zei Hennie, en snuffelt wel vaker in zijn dooie eentje rond. Zou dat dier, antwoordde ik, de dader zijn die we zoeken?

Het leven is een avontuur dat zich alsmaar vernieuwt.

Holwerd, 2020 © Ton van ’t Hof

Goochelen met geuren

Dit dagboek wordt bijgehouden omdat de ik-figuur te lui is om personages te verzinnen, of een plot.

Schrijver David Markson bewaarde zijn aantekeningen op indexkaartjes.

Met kundigheid en verve haalde ik een goeddeels ijzeren keukenblok uit elkaar, van IKEA. Met de jaren bouw je IKEA-ervaring op. Het ijzer ging naar Rindert van de overkant, die in ijzerhandel een hobby heeft gevonden.

Waar het wél weer voor was: een wandeling langs velden zwiepend gerst en tarwe.

Terwijl Hennie tegen etenstijd goochelde met geuren, las ik Hoe economie de wereld kan redden, alle twee met een glas rosé onder handbereik.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Bankroet

Gisteravond flitsten tientallen zwaluwen door onze tuin, waar het kennelijk barstte van de insecten.

Poëzie is een vak, dicteerde Horatius, dat doorzettingsvermogen en zelfopoffering vereist.

Kwam twee oudouders op het spoor: Geertruid Jans Huizingh (1804-1853) en Hendrik Lucas Thijs (1792-1856), die bijna tweehonderd jaar geleden in Rolde, Drenthe, met elkaar trouwden. Geertruid was huismoeder van beroep, Hendrik landbouwer.

Wat niet bestaat, een goed gedicht dat nergens over gaat.

Als Hennie en ik niet bankroet willen gaan, zullen we moeten leren stekken.

Doopakte van oudouder Hendrik Lucas Thijs, geboren in 1792 te Witten, Drenthe

Vijf alinea’s

Een depressie boven de Noordzee zorgde vandaag voor winderig weer.

Vanochtend werd me voor de Dokkumer milieustraat geen fileleed berokkend.

Volhard en beheers je.

Bij de bibliotheek reserveerde ik voor Hennie het boek Mijn naam is Selma van Selma van de Perre. Selma overleefde het vrouwenkamp Ravensbrück.

Mijn moeder, die ik een week lang niet had gezien, begroette me met een ontwapenend: ‘Waar ben jij?’

Dood en begraven

Ook ik ben een gezicht van de wereld, mijmerde ik vanochtend, een variatie van vlees en bloed op het thema van de denkbare mens. Ook ik heb een hoe en waarom, dat licht werpt op wat en wie ik ben, ondanks de ontelbare momenten waarop mijn leven een andere loop had kunnen nemen.

‘Nou, ik ga wat doen,’ zei Hennie en liep, terwijl ik nog naar het plafond staarde, de tuin in.

Kunnen vogels het naar hun zin hebben? En hoe zie je dat dan? Ik denk namelijk dat de witte kwikstaart in onze tuin het naar zijn zin heeft. Komt dat door het guitige kopje of vrolijke gehuppel? Of schrijf ik nu iets menselijks toe aan een vogeltje? Ik weet geeneens hoe mijn eigen brein werkt.

De boeiende tv-serie Toms Engeland bevestigde mijn overtuiging dat de oude wereld, mijn wereld, die zijn basis heeft in de jaren zestig, dood en begraven is. Nieuwe tijden zijn aangebroken. De toekomst is aan de jeugd van nu.

Mij rest het snoeien van rozen, fietsen naar de bouwmarkt, boeken halen in de bieb, happen in een biertje. En, zo nu en dan, het maken van een verstandige opmerking.

Zoals ik me dat ooit voorgesteld had.

Dokkum, 2020 © Ton van ’t Hof

Zoveel gedoe

Vijftienhonderd kilo grind versjouwd. Af en toe regende het. Ik werd oplettend gadegeslagen door een witte kwikstaart, die sinds een week in onze tuin huist. Een olijk beestje.

Tegen koffietijd kwam een vriendin even aanwippen en meldde dat de kogel door de kerk was: ze ging scheiden, en liet ons ontsteld achter.

Fröbelde ’s middags wat en luisterde naar enkele nummers van Bob Dylans nieuwe plaat, die ik maar zozo vond. Scharrelde, eindelijk, de overlijdensakte van overgrootvader Geert Leupen op, die in 1939 op 75-jarige leeftijd te Epe (GD) stierf. Hitler was Polen nog niet binnengevallen. Las wat, dronk Ricard, at een handvol ongezouten noten. Et cetera.

Zo’n middag waarop je wacht op iets waarvan je weet dat het niet gaat gebeuren. En het gebeurde dan ook niet.

Of het moet Hennie zijn geweest: ‘Wij blijven bij elkaar hoor! Ik heb helemaal geen zin in zoveel gedoe, moet er niet aan denken!’

Ego’s & emo’s

‘We laten ons hier niet leiden door onze ego’s,’ zei iemand uit smeltkroes Antakya gisteravond, ‘maar leven samen als broeders.’ Wat ik van wijsheid getuigen vond.

Ja, zekers, poepdruk vandaag. Kwam later, na de drukte, een foto tegen, waarop Hennie (links) en ik ons wild hebben uitgedost. Het is begin 1988. We wonen en werken in Duitsland. Hennie is zwanger van Anoek, ik ben nog geen dertig en bekleed de rang van kapitein. We zijn net aangekomen – welkomsdrankje in de hand, nog nuchter – op het punkfeest van Jaap & Wilma. Het zou een gedenkwaardige avond worden, die iedereen paste. Bizar en ademloos.

Kon, nadat ik bovenstaande herinnering neerpende, nog juist een aanval van melancholie afslaan met een glas wijn uit de Loire.

Rooibos thee, spa, pastis (Ricard)

Stapte, nadat ik het regionale, landelijke en wereldnieuws had geconsumeerd, naar buiten om wat te dóen. Na de onstuimigheid van de afgelopen dagen lag de tuin er zonnig en vredig bij. De eerste taak diende zich direct aan: het opruimen van talloze afgeknapte blaadjes en takjes. Ruim anderhalf uur stoepjes, paadjes en plaatsjes geveegd. Achterin, op het veldje waar ooit kippen liepen, trof ik molshopen aan. Naadje. We hebben dat veldje net ingezaaid met gras. Uit ervaring weet ik dat je het bestrijden van mollen aan professionals moet overlaten. Ik zal Foppe vragen of hij een goede mollenvanger kent. Kop rooibos thee gedronken en twee stukken suikervrije peperkoek naar binnen gewerkt. Het door de pimpelmezen verlaten vogelhuisje leeggehaald en schoongemaakt; het kan weer door een vogelpaar in gebruik worden genomen.

Geluncht en rundvlees opgezet, voor een eenpansgerecht: stoofvlees met Chinese kool en aardappelen.

Klimop uit de dakgoot van de schuur verwijderd en vervolgens begonnen aan de restauratie van het brocante tuinameublement dat we vorige week kochten. De tafel van 220 x 95 cm is gemaakt van gebruikte beschoeiingsplanken (5 cm dik) en ijzeren constructiebalken en weegt gauw 125 kilo. Glas spa gedronken en gestofzuigd. Hennie is geld verdienen vandaag.

Ook nog, onder het genot van een pastis, twee boeken besteld: (1) How to Write an Autobiographical Novel (een roman) van Alexander Chee en (2) The Value of Ecocriticism (een literaire kritiek) van Timothy Clark.