Bankroet

Gisteravond flitsten tientallen zwaluwen door onze tuin, waar het kennelijk barstte van de insecten.

Poëzie is een vak, dicteerde Horatius, dat doorzettingsvermogen en zelfopoffering vereist.

Kwam twee oudouders op het spoor: Geertruid Jans Huizingh (1804-1853) en Hendrik Lucas Thijs (1792-1856), die bijna tweehonderd jaar geleden in Rolde, Drenthe, met elkaar trouwden. Geertruid was huismoeder van beroep, Hendrik landbouwer.

Wat niet bestaat, een goed gedicht dat nergens over gaat.

Als Hennie en ik niet bankroet willen gaan, zullen we moeten leren stekken.

Doopakte van oudouder Hendrik Lucas Thijs, geboren in 1792 te Witten, Drenthe

Vijf alinea’s

Een depressie boven de Noordzee zorgde vandaag voor winderig weer.

Vanochtend werd me voor de Dokkumer milieustraat geen fileleed berokkend.

Volhard en beheers je.

Bij de bibliotheek reserveerde ik voor Hennie het boek Mijn naam is Selma van Selma van de Perre. Selma overleefde het vrouwenkamp Ravensbrück.

Mijn moeder, die ik een week lang niet had gezien, begroette me met een ontwapenend: ‘Waar ben jij?’

Dood en begraven

Ook ik ben een gezicht van de wereld, mijmerde ik vanochtend, een variatie van vlees en bloed op het thema van de denkbare mens. Ook ik heb een hoe en waarom, dat licht werpt op wat en wie ik ben, ondanks de ontelbare momenten waarop mijn leven een andere loop had kunnen nemen.

‘Nou, ik ga wat doen,’ zei Hennie en liep, terwijl ik nog naar het plafond staarde, de tuin in.

Kunnen vogels het naar hun zin hebben? En hoe zie je dat dan? Ik denk namelijk dat de witte kwikstaart in onze tuin het naar zijn zin heeft. Komt dat door het guitige kopje of vrolijke gehuppel? Of schrijf ik nu iets menselijks toe aan een vogeltje? Ik weet geeneens hoe mijn eigen brein werkt.

De boeiende tv-serie Toms Engeland bevestigde mijn overtuiging dat de oude wereld, mijn wereld, die zijn basis heeft in de jaren zestig, dood en begraven is. Nieuwe tijden zijn aangebroken. De toekomst is aan de jeugd van nu.

Mij rest het snoeien van rozen, fietsen naar de bouwmarkt, boeken halen in de bieb, happen in een biertje. En, zo nu en dan, het maken van een verstandige opmerking.

Zoals ik me dat ooit voorgesteld had.

Dokkum, 2020 © Ton van ’t Hof

Zoveel gedoe

Vijftienhonderd kilo grind versjouwd. Af en toe regende het. Ik werd oplettend gadegeslagen door een witte kwikstaart, die sinds een week in onze tuin huist. Een olijk beestje.

Tegen koffietijd kwam een vriendin even aanwippen en meldde dat de kogel door de kerk was: ze ging scheiden, en liet ons ontsteld achter.

Fröbelde ’s middags wat en luisterde naar enkele nummers van Bob Dylans nieuwe plaat, die ik maar zozo vond. Scharrelde, eindelijk, de overlijdensakte van overgrootvader Geert Leupen op, die in 1939 op 75-jarige leeftijd te Epe (GD) stierf. Hitler was Polen nog niet binnengevallen. Las wat, dronk Ricard, at een handvol ongezouten noten. Et cetera.

Zo’n middag waarop je wacht op iets waarvan je weet dat het niet gaat gebeuren. En het gebeurde dan ook niet.

Of het moet Hennie zijn geweest: ‘Wij blijven bij elkaar hoor! Ik heb helemaal geen zin in zoveel gedoe, moet er niet aan denken!’

Ego’s & emo’s

‘We laten ons hier niet leiden door onze ego’s,’ zei iemand uit smeltkroes Antakya gisteravond, ‘maar leven samen als broeders.’ Wat ik van wijsheid getuigen vond.

Ja, zekers, poepdruk vandaag. Kwam later, na de drukte, een foto tegen, waarop Hennie (links) en ik ons wild hebben uitgedost. Het is begin 1988. We wonen en werken in Duitsland. Hennie is zwanger van Anoek, ik ben nog geen dertig en bekleed de rang van kapitein. We zijn net aangekomen – welkomsdrankje in de hand, nog nuchter – op het punkfeest van Jaap & Wilma. Het zou een gedenkwaardige avond worden, die iedereen paste. Bizar en ademloos.

Kon, nadat ik bovenstaande herinnering neerpende, nog juist een aanval van melancholie afslaan met een glas wijn uit de Loire.

Rooibos thee, spa, pastis (Ricard)

Stapte, nadat ik het regionale, landelijke en wereldnieuws had geconsumeerd, naar buiten om wat te dóen. Na de onstuimigheid van de afgelopen dagen lag de tuin er zonnig en vredig bij. De eerste taak diende zich direct aan: het opruimen van talloze afgeknapte blaadjes en takjes. Ruim anderhalf uur stoepjes, paadjes en plaatsjes geveegd. Achterin, op het veldje waar ooit kippen liepen, trof ik molshopen aan. Naadje. We hebben dat veldje net ingezaaid met gras. Uit ervaring weet ik dat je het bestrijden van mollen aan professionals moet overlaten. Ik zal Foppe vragen of hij een goede mollenvanger kent. Kop rooibos thee gedronken en twee stukken suikervrije peperkoek naar binnen gewerkt. Het door de pimpelmezen verlaten vogelhuisje leeggehaald en schoongemaakt; het kan weer door een vogelpaar in gebruik worden genomen.

Geluncht en rundvlees opgezet, voor een eenpansgerecht: stoofvlees met Chinese kool en aardappelen.

Klimop uit de dakgoot van de schuur verwijderd en vervolgens begonnen aan de restauratie van het brocante tuinameublement dat we vorige week kochten. De tafel van 220 x 95 cm is gemaakt van gebruikte beschoeiingsplanken (5 cm dik) en ijzeren constructiebalken en weegt gauw 125 kilo. Glas spa gedronken en gestofzuigd. Hennie is geld verdienen vandaag.

Ook nog, onder het genot van een pastis, twee boeken besteld: (1) How to Write an Autobiographical Novel (een roman) van Alexander Chee en (2) The Value of Ecocriticism (een literaire kritiek) van Timothy Clark.

Als het leven zin heeft

Wat verwacht het leven vandaag van me? Welke taken wachten me?

Als mijn tijd niet beperkt zou zijn geweest – ik ga een keer dood – dan waren dit vanochtend zinloze vragen geweest.

Best een grote verantwoordelijkheid die op me is afgeschoven: Met wie of wat breng je je tijd door?

Wees blij dat het leven zin heeft!

Voornemens voor vandaag: Hennie een ontbijtje op bed brengen, Foppe helpen met zijn hek.

En de plannen werden onverkort uitgevoerd. Zonder schelden of tieren. En de boterbloemen waren fantastisch evenals de zinderende horizonten.

Het half voltooide hek

Herenboer

Rond 1730 kwam hij ter wereld, in Frensdorf, Duitsland: Harm Hindrik Rigtering, mijn oudovergrootvader. Tussen zijn twintigste en dertigste levensjaar trouwde hij driemaal en werd tweemaal weduwnaar. Hij kreeg zes kinderen en was landbouwer van beroep. Er is een aanwijzing dat hij in 1776 is overleden. Zijn derde echtgenote, Stine Lucassen, mijn oudovergrootmoeder, hertrouwde in 1777 met ene Evert Johanning, die mogelijk een zoon was van de herenboer voor wie Harm Hindrik zijn hele leven werkte.

Wandelen houdt me op de been, wandelpaden zonderen me af van het moderne leven. Wandelde vanochtend met Hennie over de Heemstrawei, een oude klinkerweg die alleen nog te voet mag worden begaan, naar in zonlicht badend Foudgum.

Eenmaal thuis wakkerde de wind aan tot kracht vier, waardoor het te fris werd om buiten te zitten. Binnen geurde het naar stoofvlees met peperkoek, Zwolsche stoofkruiden en een scheutje wijnazijn.

In de wei lummelden de koeien rond alsof ze nooit anders gedaan hadden.

Foudgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Wat het leven de moeite waard maakt

Gewacht op beter weer, dat ’s middags kwam. Waardoor Hennie de tuin in kon (flagstones leggen, onkruid wieden) en ik met de camera op pad. Er waren kathedrale wolkenpartijen die ik niet kon laten lopen.

Vroeg me onderweg nog af of poëzie dat is wat de afstand tussen lezer en taal verkleint, en ik dacht van wel.

Las een fijn boekje van Marjolein de Vos, Je keek te ver, uit de nieuwe wandelreeks Terloops van Van Oorschot. Terwijl De Vos tijdens een wandeling nadenkt over een lezing over ‘duurzame spiritualiteit’ die ze moet geven, komt ze een oude boer tegen en vraagt hem spontaan wat het leven de moeite waard maakt.

‘De oude boer lachte een beetje. “Nou,” zei hij, “dat is wel een héél gemakkelijke vraag. […] Het gaat erom voldoening te hebben in wat je doet en in harmonie te leven met je omgeving. Maar daar kun je vast ook een heel lange lezing over houden.”’

Vanzelfsprekend.

En kijk uit dat je het wonder dat zich voor je ogen voltrekt niet ziet! door te veel drukte in je kop of zo.

Zicht op Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

De bom

Lang geslapen, pas om 08.31 u. uit bed gestapt. Koffie gedronken, door de krant gestiefeld. Op 1,5 m waargenomen en het plan opgevat om een dezer dagen te stofzuigen. Iedereen krijgt weleens zulke ideeën.

Las enkele bladzijden in Voskuil, die in 1963 een vakantie in de Auvergne doorbracht: ‘Liggend op bed wachten we tot het tijd is om te gaan eten.’

Luisterde naar de nieuwe van Blake Mills, Mutable Set, en was onder de indruk van ‘Money is the True God’.

Luisterde naar Hennie, die in de badkamer met sopraanstem zong: ‘Het leven is een zure bom!’

En raakte in een opperbeste stemming.

In het would-be weiland achter ons huis legde een zware eigele machine drainage aan, een buur sneed zijn gras af met een dieseltje. Daarbovenuit: vogels die floten, kikkers die kwaakten. We zijn de stad ontvlucht naar een hoek die je niet bepaald stil kunt noemen.

Op en neer naar Dokkum gefietst om een 8 mm houtboor te halen. Langs de Dokkumer Ee: bermmaaier in wetsuit.

Zelfgemaakt kaartje van mijn moeder in de bus, waar achterop: ‘Van ’t Ria tot echt heel snel dikke kus. mamma!’

Bornwird, 2020 © Ton van ’t Hof