Ontwaakt uit een droom, die me nog helder voor de geest staat. Ik ben met een gezelschap op weg naar een cursus. Het is vroeg in de ochtend. Ik heb mijn uniform aan. De cursus vangt aan met een maaltijd. Ik hoor het woord ontbijt vallen maar er is alleen maar soep. Op vier mensen na verdwijnt iedereen. Drie vinden tussen het gebruikte servies op de tafels nog een schone soepkom en scheppen soep op. Ik herken ze: Noor Agter, Peggy van Leeuwen-Tjoh en Eric Burmeister. Ik vind alleen een vieze kom, ga op zoek naar een waterkraan om hem af te wassen en word wakker.

Gisteravond had Anoek, die enkele dagen bij ons logeert, heerlijke Indiase bonensoep gemaakt, het restje heb ik vanochtend opgegeten. 

Vanmiddag vier ik mijn verjaardag met familie en enkele naaste buren. Mijn moeder belde op dat ze niet kunnen komen omdat mijn vader ziek op bed ligt. Die ouwe, hij wordt 85 dit jaar, kan zo’n reis en feestje simpelweg niet meer aan. Lichamelijk niet, z’n hart werkt nog maar op halve kracht, en geestelijk ook niet. Hij kan alleen al de gedachte aan een vermoeiende autorit van Almere naar Leeuwarden en weer terug niet langer verdragen. Ik belde mijn jongste zus, met wie ze mee zouden rijden. Ook zij had het net gehoord. Ze zei dat hij gisteren al was begonnen met kreunen en steunen. Het is jammer, maar ook goed zo. Het komt zoals het komt. Hennie en ik gaan volgende week even bij ze langs. Ik hoop maar dat ie de komende hittegolf weet te doorstaan.

Hennie werkt zich uit de naad, staat al twee dagen in de keuken. Topwijf.

B7999352-DE07-4CF3-8321-AD75EEA82CA0
2018 © Ton van ’t Hof

Kijk naar een reisprogramma op Arte, waarin een Fin door een onherbergzame maar wonderschone streek van Rusland reist. Bij een plaatselijke bewoner drinkt hij zelfgestookte gin: om kracht op te doen en ziektes te bestrijden! ‘Zie je nou wel dat drank goed voor je is,’ zeg ik tegen Hennie, die verstoord uit haar boek opkijkt.

Alle afleveringen van Verder kijken met Krabbé gezien, waarin Jeroen Krabbé en regisseur Richard den Dulk dieper ingaan op items uit het weergaloze tv-programma Krabbé zoekt Gauguin. Dit is televisie naar mijn hart. Kundig en met passie gemaakt, en over een onderwerp waarvoor ik bovenmatige belangstelling heb: schilderkunst. Van Gauguin wordt een veelzijdig beeld geschetst: fantast, charlatan, straatschoffie, levensgenieter, syfilislijder, voorvechter en, bovenal, schilder. Een geweldige schilder.

‘Van wie is deze geile stem?’ vraagt Hennie.
Ik leg Klinkende ikken van Atte Jongstra neer en antwoord: ‘Geen idee.’
‘Nee?’
‘Nee.’
‘Van Marvin Gaye.’
‘Oh.’
‘Hij was een hele mooie man hoor.’
‘Ik zou hem niet kunnen herkennen, op een foto,’ zeg ik, want dat hij dood was, dat wist ik dan weer wel, neergelegd door zijn vader, een dominee.

Hennie is gek op soul, ik ben er, evenals voor jazz, allergisch voor.

Overigens is Klinkende ikken het eerste boek dat ik van Jongstra lees. In dit deel van de Privé-domeinreeks, nummer 266, gaat hij, vaak op hilarische wijze, op zoek naar zijn eigen essentie. Dat die essentie zich maar moeilijk laat raden, spreekt voor zich. Plezante lectuur. Op pagina 71 komt Boudewijn Büch nog even om de hoek kijken, als Jongstra op Malta de Hollandse winter ontloopt:

‘Ik wees op een rotsklomp, vijf kilometer uit de kust. “Filfa,” zei ik. Je mag er eigenlijk niet komen, maar Boudewijn Büch heeft er toch weer voetstappen liggen.”’

Dat klopt als een bus, ik herinner me de aflevering nog goed waarin Büch zich met een helikopter op de Maltezer klip laat afzetten, te midden van zijn krijsende en kakkende bewoners: duizenden vogels.

F03472DB-6911-4FD4-9A7A-8703CA7E27C5
Ypecolsga, 2018 © Ton van ’t Hof

Tijdens de eerste langere wandeling sinds ruim een week vanochtend niet al te veel last gehad van mijn achillespees. Over een paar dagen ben ik weer helemaal boven Jan. Onderweg nagedacht over hoe we personen aan de hand van feiten kunnen omschrijven. Hamvraag in dit kader: welke feiten belichten we wel en welke niet? Het kiezen van een invalshoek kan daarbij helpen. De opsomming hieronder is mijn antwoord op de vraag: welke feiten vormen de grondslag voor wie je denkt te zijn? Nu ik de reeks nog eens doorneem ben ik overigens niet zo zeker meer van mijn zaak.

Een chronologie:

1959: Anton Theodoor, roepnaam Ton en eerste kind van Lambertus Ludovicus Theresia van ‘t Hof en Maria Geertruida Margaretha van ‘t Hof-Leupen, wordt geboren in Haarlem.

1961: Wordt broer van zus Garrie.

1963: Wordt broer van zus Ankie.

1970: Wordt lid van voetbalvereniging Racing Club Leiderdorp.

1978: Gaat niet naar de kunstacademie.

1982: Slaagt aan de Koninklijke Militaire Academie en wordt bevorderd tot Tweede Luitenant.

1984: Drinkt voor het eerst een glaasje grappa.

1986: Trouwt met Hinke Trijntje (Hennie) Brandsma. Wordt vader van zoon Tim.

1987: Verhuist naar Heinsberg-Kempen, Duitsland.

1988: Wordt vader van dochter Anoek.

1995: Koopt eerste huis, in Apeldoorn.

1997: Begint weer gedichten te schrijven. Wordt in het kader van de Joegoslavische oorlogen uitgezonden naar het Combined Air Operations Centre (CAOC) Vicenza, Italië, en vervult daar de functie van Senior Operations Officer.

2003: Drukt 112,5 kilo.

2005: Richt samen met Chrétien Breukers poëzieweblog De Contrabas op.

2006: Wordt Commandant van het Air Operations Control Station Nieuw Milligen.

2008: Wordt uitgezonden naar Kandahar, Afghanistan, en vervult daar de functie van Deputy Commander Kandahar Airfield.

2013: Voelt zich vernacheld door collega’s.

2014: Krijgt te horen dat hij lijdt aan chronische lymfatische leukemie.

2015: Koopt laatste huis, in Leeuwarden.

2017: Gaat met functioneel leeftijdsontslag. Publiceert zijn elfde poëziebundel Dichter & andere dingen. Begint weer te schilderen.

4FF2B0A9-97A8-4B6F-AD07-DDA774AA8530
Oude Meer, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Waar ik blij van werd vandaag? Van de wandeling met Hennie door de stad, de buitenlucht, haar gezelschap; van de perfecte portie kibbeling bij Vis & Dis aan de Tuinen; van de geur van lavendel, die in de badolie zat; van poes Bo, die maar kopjes blééf geven; van de biologische tempranillo, waar ik nu van nip.
      Van de gedachte aan een leven, mijn leven, zónder schrijven kreeg ik het vannacht overigens Spaans benauwd.
      Dan voel ik de overtuiging postvatten dat het geen kwaad kan om de fles te ontdoen van haar volledige inhoud.

Vond mijn notitieboekje uit Kandahar terug, bladerde er wat in: 8 november 2008, zaterdag: ‘We hebben geen yoghurt op dit moment omdat de yoghurttruck in het konvooi is aangevallen.’
     Gisteravond naar De Cabaretpoel geweest, vier talentvolle cabaretiers voor de prijs van één. De zaal zat dan ook stampvol. Chris Verlaan stak wat mij betreft boven de drie andere kleinkunstenaars uit. Hij verklaarde in het dagelijks leven data-analist te zijn en grafiekjes te maken van schuldenaars, veelplegers, alcoholisten etc. Hij was blij ze nu eindelijk eens in levende lijve te zien.
     De voornamen van Hennie’s voormoeders zijn Hiske, Tietje, Fokje, Tietje, Fokje, Sjoukje en Tietje, de naam van haar moeder. Als antwoord op mijn vraag of ze Anoek een andere naam zou hebben gegeven als ze deze reeks dertig jaar geleden al had gekend, werd ik voor gek verklaard. Ook mijn pleidooi voor historisch besef hielp niets. ‘Mijn moeder vond het vreselijk dat ze Tietje heette!’
     Terugkijkend op mijn Afghaanse verleden, duikt ook George Oppen weer geregeld in mijn gedachten op. Ik ben in Kandahar in de ban van zijn werk geraakt. Zonder Oppen had Aan een ster / she argued er anders uitgezien. Vanmiddag heb ik wat zitten lezen in The Selected Letters of George Oppen en kwam daarin een begripsbepaling van poëzie tegen, die hij al dertig jaar in ere hield. Een oerbeginsel dat ik onderschrijf:

I thought of a

               PREFACE

My heart leaps up when I behold!

A grain of sand in the world,
An hour in eternity

43D3B986-3939-4216-A6A8-56D7DD89D0CF
Cabaretier Chris Verlaan, Leeuwarden, d.d. 16 december 2017 © Ton van ‘t Hof

Via Dongjum naar Ried gereden, noord van Franeker. Hier ontspringt Hennie’s moederreeks. Een moederreeks is de vrouwelijke tegenhanger van de stamreeks. Je werkt in rechte vrouwelijke lijn terug in de tijd: van iemands moeder, naar haar moeder enzovoort, tot je niet verder kan.
     Ried ligt aan De Rie, een vaart die deel uitmaakt van de Elfstedenroute. Er wonen bijna vijfhonderd mensen en er is één winkel: een bakker. Aan de Hoofdstraat vind je de enige kerk. Achter de kerk zagen we de reeds onder water gezette ijsbaan liggen; als het om schaatsen gaat zijn en blijven Friezen rasoptimisten.
     Toen Tietje Gerrits in 1746 of 1747 in Ried ter wereld kwam had het dorp honderdvijftig inwoners. Van haar vader, Gerrit Gerrits, en haar moeder, Hiske Pieters, weten we dat ze elkaar in 1739 in Dongjum, een gehucht vier kilometer verderop, het jawoord gaven. Meer kennis hebben we niet van die twee. Hiske is Hennie’s stammoeder, de oudst bekende voorouder in haar moederreeks.
     Oudgrootmoeder Tietje huwde in 1770 met Jouw Sibrens, afkomstig uit Klooster Anjum, dat op een steenworp afstand ligt van Ried. Ze kregen vier kinderen: eerst twee jongens, Sybren en Gerryt, en daarna twee meisjes, allebei Fokje geheten. Het eerste meisje stierf kort na haar geboorte. Het gezin heeft zowel in Ried als Klooster Anjum gewoond. Ik heb geen idee hoe de kost werd verdiend. Jouw overleed in 1806 en Tietje in 1820. Ze werd 73. In 1811 had ze nog Hiemstra als achternaam aangenomen. Hiem = erf rondom boerenhuis.

36E9ACF7-7D95-457C-B806-F125990182A2
Ried, 2017 © Ton van ‘t Hof

Gerrit Jan Zwier: ‘Een dagboek moet óf rijk zijn aan gebeurtenissen, óf rijk aan ideeën, zei [Michel] Van der Plas nog, en het beste is natuurlijk als beide aanwezig zijn.’
     Ik had bovenstaande zin nog niet overgenomen of het volgende vond plaats: omdat ik de kerstboom water wilde geven, duwde ik enkele van de onderste takken omhoog en opzij, te wild waarschijnlijk, want de twee en een halve meter hoge boom vol ballen viel rinkelend om, bovenop Hennie, die net aankwam om me te helpen; alleen haar benen staken nog onder de boom uit.
     ‘Kunstwerken,’ zei de onlangs overleden Amerikaanse schrijver-criticus William Gass, ‘worden beheerst door de vraag: Waarom zus en niet zo?’ Deze kijk lijkt me typisch iets voor critici; die immers óok wat te doen moeten hebben. Veel kunstenaars zullen, denk ik, als antwoord hun schouders ophalen: zij nemen beslissingen vaak intuïtief, niet beredeneerd.
     Buiten Leeuwarden heerste de stilte. Op veel plaatsen was het nog behoorlijk glad; voor elk bruggetje moest ik van de fiets afstappen. Hoog in de lucht, tegen vijftig tinten grijs, wegtrekkende vogels. Wat waterhoentjes op besneeuwd gras. De weldaad van een gebrek aan gebeurtenissen.

DF430470-932B-4A6B-B9B6-C3CF24CBC0DB
Nije Wielen, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof