Tijdens de eerste langere wandeling sinds ruim een week vanochtend niet al te veel last gehad van mijn achillespees. Over een paar dagen ben ik weer helemaal boven Jan. Onderweg nagedacht over hoe we personen aan de hand van feiten kunnen omschrijven. Hamvraag in dit kader: welke feiten belichten we wel en welke niet? Het kiezen van een invalshoek kan daarbij helpen. De opsomming hieronder is mijn antwoord op de vraag: welke feiten vormen de grondslag voor wie je denkt te zijn? Nu ik de reeks nog eens doorneem ben ik overigens niet zo zeker meer van mijn zaak.

Een chronologie:

1959: Anton Theodoor, roepnaam Ton en eerste kind van Lambertus Ludovicus Theresia van ‘t Hof en Maria Geertruida Margaretha van ‘t Hof-Leupen, wordt geboren in Haarlem.

1961: Wordt broer van zus Garrie.

1963: Wordt broer van zus Ankie.

1970: Wordt lid van voetbalvereniging Racing Club Leiderdorp.

1978: Gaat niet naar de kunstacademie.

1982: Slaagt aan de Koninklijke Militaire Academie en wordt bevorderd tot Tweede Luitenant.

1984: Drinkt voor het eerst een glaasje grappa.

1986: Trouwt met Hinke Trijntje (Hennie) Brandsma. Wordt vader van zoon Tim.

1987: Verhuist naar Heinsberg-Kempen, Duitsland.

1988: Wordt vader van dochter Anoek.

1995: Koopt eerste huis, in Apeldoorn.

1997: Begint weer gedichten te schrijven. Wordt in het kader van de Joegoslavische oorlogen uitgezonden naar het Combined Air Operations Centre (CAOC) Vicenza, Italië, en vervult daar de functie van Senior Operations Officer.

2003: Drukt 112,5 kilo.

2005: Richt samen met Chrétien Breukers poëzieweblog De Contrabas op.

2006: Wordt Commandant van het Air Operations Control Station Nieuw Milligen.

2008: Wordt uitgezonden naar Kandahar, Afghanistan, en vervult daar de functie van Deputy Commander Kandahar Airfield.

2013: Voelt zich vernacheld door collega’s.

2014: Krijgt te horen dat hij lijdt aan chronische lymfatische leukemie.

2015: Koopt laatste huis, in Leeuwarden.

2017: Gaat met functioneel leeftijdsontslag. Publiceert zijn elfde poëziebundel Dichter & andere dingen. Begint weer te schilderen.

4FF2B0A9-97A8-4B6F-AD07-DDA774AA8530
Oude Meer, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Waar ik blij van werd vandaag? Van de wandeling met Hennie door de stad, de buitenlucht, haar gezelschap; van de perfecte portie kibbeling bij Vis & Dis aan de Tuinen; van de geur van lavendel, die in de badolie zat; van poes Bo, die maar kopjes blééf geven; van de biologische tempranillo, waar ik nu van nip.
      Van de gedachte aan een leven, mijn leven, zónder schrijven kreeg ik het vannacht overigens Spaans benauwd.
      Dan voel ik de overtuiging postvatten dat het geen kwaad kan om de fles te ontdoen van haar volledige inhoud.

Vond mijn notitieboekje uit Kandahar terug, bladerde er wat in: 8 november 2008, zaterdag: ‘We hebben geen yoghurt op dit moment omdat de yoghurttruck in het konvooi is aangevallen.’
     Gisteravond naar De Cabaretpoel geweest, vier talentvolle cabaretiers voor de prijs van één. De zaal zat dan ook stampvol. Chris Verlaan stak wat mij betreft boven de drie andere kleinkunstenaars uit. Hij verklaarde in het dagelijks leven data-analist te zijn en grafiekjes te maken van schuldenaars, veelplegers, alcoholisten etc. Hij was blij ze nu eindelijk eens in levende lijve te zien.
     De voornamen van Hennie’s voormoeders zijn Hiske, Tietje, Fokje, Tietje, Fokje, Sjoukje en Tietje, de naam van haar moeder. Als antwoord op mijn vraag of ze Anoek een andere naam zou hebben gegeven als ze deze reeks dertig jaar geleden al had gekend, werd ik voor gek verklaard. Ook mijn pleidooi voor historisch besef hielp niets. ‘Mijn moeder vond het vreselijk dat ze Tietje heette!’
     Terugkijkend op mijn Afghaanse verleden, duikt ook George Oppen weer geregeld in mijn gedachten op. Ik ben in Kandahar in de ban van zijn werk geraakt. Zonder Oppen had Aan een ster / she argued er anders uitgezien. Vanmiddag heb ik wat zitten lezen in The Selected Letters of George Oppen en kwam daarin een begripsbepaling van poëzie tegen, die hij al dertig jaar in ere hield. Een oerbeginsel dat ik onderschrijf:

I thought of a

               PREFACE

My heart leaps up when I behold!

A grain of sand in the world,
An hour in eternity

43D3B986-3939-4216-A6A8-56D7DD89D0CF
Cabaretier Chris Verlaan, Leeuwarden, d.d. 16 december 2017 © Ton van ‘t Hof

Via Dongjum naar Ried gereden, noord van Franeker. Hier ontspringt Hennie’s moederreeks. Een moederreeks is de vrouwelijke tegenhanger van de stamreeks. Je werkt in rechte vrouwelijke lijn terug in de tijd: van iemands moeder, naar haar moeder enzovoort, tot je niet verder kan.
     Ried ligt aan De Rie, een vaart die deel uitmaakt van de Elfstedenroute. Er wonen bijna vijfhonderd mensen en er is één winkel: een bakker. Aan de Hoofdstraat vind je de enige kerk. Achter de kerk zagen we de reeds onder water gezette ijsbaan liggen; als het om schaatsen gaat zijn en blijven Friezen rasoptimisten.
     Toen Tietje Gerrits in 1746 of 1747 in Ried ter wereld kwam had het dorp honderdvijftig inwoners. Van haar vader, Gerrit Gerrits, en haar moeder, Hiske Pieters, weten we dat ze elkaar in 1739 in Dongjum, een gehucht vier kilometer verderop, het jawoord gaven. Meer kennis hebben we niet van die twee. Hiske is Hennie’s stammoeder, de oudst bekende voorouder in haar moederreeks.
     Oudgrootmoeder Tietje huwde in 1770 met Jouw Sibrens, afkomstig uit Klooster Anjum, dat op een steenworp afstand ligt van Ried. Ze kregen vier kinderen: eerst twee jongens, Sybren en Gerryt, en daarna twee meisjes, allebei Fokje geheten. Het eerste meisje stierf kort na haar geboorte. Het gezin heeft zowel in Ried als Klooster Anjum gewoond. Ik heb geen idee hoe de kost werd verdiend. Jouw overleed in 1806 en Tietje in 1820. Ze werd 73. In 1811 had ze nog Hiemstra als achternaam aangenomen. Hiem = erf rondom boerenhuis.

36E9ACF7-7D95-457C-B806-F125990182A2
Ried, 2017 © Ton van ‘t Hof

Gerrit Jan Zwier: ‘Een dagboek moet óf rijk zijn aan gebeurtenissen, óf rijk aan ideeën, zei [Michel] Van der Plas nog, en het beste is natuurlijk als beide aanwezig zijn.’
     Ik had bovenstaande zin nog niet overgenomen of het volgende vond plaats: omdat ik de kerstboom water wilde geven, duwde ik enkele van de onderste takken omhoog en opzij, te wild waarschijnlijk, want de twee en een halve meter hoge boom vol ballen viel rinkelend om, bovenop Hennie, die net aankwam om me te helpen; alleen haar benen staken nog onder de boom uit.
     ‘Kunstwerken,’ zei de onlangs overleden Amerikaanse schrijver-criticus William Gass, ‘worden beheerst door de vraag: Waarom zus en niet zo?’ Deze kijk lijkt me typisch iets voor critici; die immers óok wat te doen moeten hebben. Veel kunstenaars zullen, denk ik, als antwoord hun schouders ophalen: zij nemen beslissingen vaak intuïtief, niet beredeneerd.
     Buiten Leeuwarden heerste de stilte. Op veel plaatsen was het nog behoorlijk glad; voor elk bruggetje moest ik van de fiets afstappen. Hoog in de lucht, tegen vijftig tinten grijs, wegtrekkende vogels. Wat waterhoentjes op besneeuwd gras. De weldaad van een gebrek aan gebeurtenissen.

DF430470-932B-4A6B-B9B6-C3CF24CBC0DB
Nije Wielen, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

Oudgrootvader, ik had er nog nooit van gehoord. Maar Jelle Broers Brandsma is Hennie’s oudgrootvader. Er zitten zes generaties tussen hen in. Hij werd omstreeks 1753 geboren in Finkum, Feinsum in het Fries, een gehucht dat tien kilometer ten noorden van Leeuwarden ligt. Soms fietsen we er langs of doorheen. Een kerk en nog geen vijftig huizen. Vroeger woonden hier monniken en een rijke familie, die veel grond bezaten. En er stond een state, waar knechten werkten. Wie weet Jelle Broers wel. Ik heb drie beroepen van hem kunnen achterhalen: koemelker, arbeider en gaardenier.
     Zou er over twee- of driehonderd jaar ook iemand in míjn verleden wroeten? Als de wroeter dan nog toegang zou hebben tot mijn WordPress- of Facebookberichten, dan zou hij of zij weten hoe ik er anno 2017 uit zag en wat ik toen zoal deed en dacht! Van Jelle Broers is nauwelijks meer iets bekend. Enkele feitjes nog: dat hij in 1780 met Hiltje Johannes trouwde, en met haar een zootje kinderen kreeg, om vervolgens in 1826, op 73-jarige leeftijd te sterven, in Stiens, niet ver vanwaar hij geboren werd. O ja, hij en zijn kinderen en kleinkinderen namen in 1811, toen het dragen van een familienaam verplicht werd, de naam Brandsma aan, ook wel Brantsma geschreven. Helaas geen woord over het hoe en waarom.

Vanmiddag is Jeroen van den Heuvel langs geweest. Aangenaam gesprek over Ooteoote o.a. en het uitgeven van poëzie.

Korenvelden bij Finkum, Dirk Beintema, 2014, 70 x 80 cm, olieverf op doek

De dag begint níet goed. Op het strand van het Siberische eiland Wrangel scheuren ijsberen een dode walvis aan stukken. Ze barsten van de honger, kunnen door het uitblijven van het ijs niet van het kale eiland af om op zeehonden te jagen. Ik tel bijna zeventig ijsberen op de krantenfoto. Er zitten veel moeders met jongen bij. Vanwege de opwarming komt het ijs tegenwoordig een maand later aan om zich vervolgens een maand eerder weer terug te trekken. De Wrangelse ijsberen hebben dus twee maanden minder tijd om zich te verdikken. Dat eist slachtoffers. En ik voel me daar medeverantwoordelijk voor.
     Ja, medeverantwoordelijk. Nee, ik ben niet zwaarmoedig. Realiseer me overigens dondersgoed dat ik voor dit soort zielenroerselen tijd heb omdát ik geen kopzorgen heb over het eten op tafel, de kleren aan mijn lijf en het dak boven mijn hoofd. Wat ík aan die opwarming doe? Mijn footprint op deze aardkloot steeds kleiner maken.

Als ik onze walnotenboom vorig jaar had gesnoeid, dan had ik nu niet zulke halsbrekende toeren hoeven uithalen. Hennie houdt de ladder vast terwijl ik op dakgoothoogte takken snoei. Hij heeft het dit jaar wél goed gedaan: ca. twee kilo walnoten, die Hennie, onder mijn ogen, zomaar cadeau doet aan buurman Julius; hé hó!

Na een kop snert toch nog even op de fiets geklommen voor een rondje Wyns. Het weer, waarbij zon en buien elkaar afwisselen, is té mooi voor een wolkenspotter als ik.

Wyns, 2017 © Ton van ‘t Hof