Omdat het er eens van komen moest: ik ben vanochtend begonnen in Marcel Prousts Op zoek naar de verloren tijd 1. Kant van Swann. Waarom nu? Omdat het ineens—vanuit mijn diepe zelf—in me opkwam. Geen specifieke aanleiding, of het moet Murakami’s ophemelen zijn geweest van enkele grote 19e-eeuwse schrijvers, waarbij hij Proust overigens niet noemde.

Plantenbak van cortenstaal in de achtertuin geplaatst. De nieuwe bak moet nog met roest overdekt worden. Na 3 maanden is de achtertuin nu zo goed als af.

Onder de vlag Gaia • Paperbacks reeks zal volgend jaar mijn Dingen & structuur. Journaal 2019 verschijnen. Vanmiddag heb ik de maand januari geredigeerd en gezet.

Wat zullen we nu weer hebben? Jawel, we overwegen de aanschaf van een 2e-hands motorkruisertje.

‘Klimaatsceptici spelen vandaag een beetje de rol van de hansworst die je op een feestje komt vertellen dat zijn kettingrokende opa toch maar mooi 92 jaar is geworden.’—Pieter Leroy, hoogleraar milieu en beleid aan de Radboud Universiteit

De koan van vanochtend: Wat is de beste keuze? Mijn antwoord: De gegeven omstandigheid.

In en rondom Langweer gekuierd. Het weer was een stuk zonniger dan voorspeld. Weinig vogels, veel boten. Aardige dorpsstraat met verscheidene etablissementen.

Wolken ouwehoeren niet maar zwijgzaam zijn ze evenmin.

Een boek dat ik niet licht vergeten zal: Haruki Murakami’s Waarover ik praat als ik over hardlopen praat. Het gaat over doorzettingsvermogen, in dit geval met betrekking tot het voltooien van een marathon of een roman. Als ik dit werkje tien jaar eerder had gelezen, dan zou ik stante pede een trainingsschema voor een marathon hebben opgesteld.

Langweer, 2019 © Ton van ’t Hof

Haruki Murakami krijgt, net als ik, pas goed vat op de dingen—ik lees momenteel zijn boek Waarover ik praat als ik over hardlopen praat—als hij ze opschrijft.

Heb me voor het eerst tijdens een meditatiesessie geconcentreerd op een koan—‘Als niets volstaat, wat doe je dan?’ Wat me goed beviel. Ik slaagde erin om mijn aandacht langdurig te richten op het zenraadsel. Antwoorden die spontaan bij me opkwamen: balken als een ezel & het schrobben van de vloer.

Een voettocht langs de Don, van bron tot uitmonding in de Zee van Azor!

Kwam in een gedicht van Philip Whalen, dat hij in de jaren 60 schreef, de woorden ‘PRINCESS BEATRIX’ tegen, als naam van een tulp.

Merkte toen pas de binnenvallende zonnestralen op die, qua weer, een aangename dag beloofden. We zijn gaan fietsen en namen onze eigen mondkost mee! Kookte, voor de sandwiches, vier eieren.

Hempensermeerpolder: drie piepjonge kluten!

Terzijde. Hoewel ik ooit, lang geleden, aan een roman begonnen ben—getiteld Bolhoed—heb ik het vak van romanschrijver nooit geambieerd. Raakte daarentegen direct verslaafd aan bloggen. Ik ben geen marathonloper maar een middellangeafstandswandelaar.

Suwâld, 2019 © Ton van ’t Hof