Soms liggen we naast onszelf

In Peter Verhelsts Zoo van het denken (Prometheus, 2011) kom ik in het gedicht ‘Ivoorbekspecht (Picus pileatus)’ de volgende zinnen tegen:

[…] Soms liggen we naast onszelf,
niet langer in staat te bewegen. We smeren ons in met cederolie

in de hoop door de spechten te worden bezocht. […]

Deze zinnen ontroeren me. Ze doen me denken aan een dierbare, die ooit aan automutilatie deed, in haar onderarmen sneed, om te voelen of ze nog leefde. Verhelst heeft met dit gedicht geen verwijzing naar een persoonlijkheidsstoornis op het oog gehad, vermoed ik; het gedicht gaat primair over de schuwe ivoorbekspecht ‘die zich in de wouden ophield ten zuiden van Ohio. In de twintigste eeuw leek hij uitgestorven, maar onlangs verschenen foto’s van enkele exemplaren op het web.’ De regels die op bovenstaand citaat volgen en tevens het gedicht afsluiten, geven hoop, op zowel het terugvinden van de verdwenen vogel als, in mijn versie, heling van de persoonlijkheidsstoornis:

[…] Soms liggen we naast onszelf,
niet langer in staat te bewegen. We smeren ons in met cederolie

in de hoop door de spechten te worden bezocht. De wind zingt
door de holtes, half jongen, half man. Op een dag vinden we
de ontbrekende helften.

Ik ben ook begonnen in het boek Een andere Boudewijn Büch: Terugblik op een vriendschap (Aspekt, 2e geheel herziene en verbeterde druk, 2006) van Harry G.M. Prick. Büch was enkele jaren nauw bevriend met Prick, destijds conservator van het Letterkundig Museum in Den Haag. Prick blijkt een fervent dagboekschrijver te zijn en reconstrueert gebeurtenissen tot in de kleinste details! Heerlijk! Noot 40 doet me een zoektocht naar een boek starten:

‘Voor een niet gering deel was Boudewijns poëtica geïnspireerd dóór en hecht gegrondvest óp een oneindig aantal keren door hem bestudeerd boek van Rolf Kloepfer en Ursula Oomen, Sprachliche Konstituenten moderner Dichtung, met de ondertitel: Entwurf einer descriptieven Poetik: Rimbaud, in 1970 verschenen bij Athenäum Verlag.’

Sinds Marjorie Perloff in 21st-Century Modernism: The “New” Poetics betoogde dat de vroege modernisten constructieve kunstvormen introduceerden, waarin constructie in plaats van mimesis de boventoon voerde en waarbij in het geval van poëzie taal ‘charged with meaning’ een belangrijke rol speelde: ready-mades, woordsculpturen, zaum, syntactische permutatie etc. zoek ik naar poëtica’s uit die tijd, eind negentiende, begin twintigste eeuw. Ik heb via AbeBooks een tweedehands exemplaar van Sprachliche Konstituenten moderner Dichtung gevonden in Duitsland, voor € 15 inclusief verzendkosten, en besteld.

(Dit bericht verscheen eerder, op 28-07-2014, op 1hundred1.tumblr.com.)