Stamreeks Leupen

De stamreeks van mijn grootvader van moederskant ziet er voorlopig als volgt uit:

Stamvader:
Berend Leupen

Oudgrootvader:
Jan Leupen (1775-1833)
Geboren en overleden (aan waterzucht) te Hesepe, Duitsland.
Beroep: herder.

Oudvader:
Hindrik Leupen (1810-1846)
Geboren te Hesepe, Duitsland, overleden te Gasteren (DR).
Beroep: wever.

Betovergrootvader:
Jan Leupen (1834-1893)
Geboren te Anloo (DR), overleden te Peest (DR).
Beroep: wever.

Overgrootvader:
Geert Leupen (1863-1939)
Geboren te Gasteren (DR), overleden te Epe (GD).
Beroep: wever, dienstknecht, tapper, logementhouder, landbouwer, koopman, slager.
1888-1889: 1e Regiment Veldartillerie, Utrecht.

Grootvader:
Harm Geert Leupen (1910-1992)
Geboren te Oosterwolde (FR), overleden te Heeze (NB).
Beroep: kelner, logementhouder.

Bij mijn grootvader op schoot, 1961/62

Trouwfoto van mijn ouders (voor de wet)

Mijn ouders trouwden in 1957, eerst voor de wet (14 november) en veertien dagen later voor de kerk (28 november). Ze hebben de laatste datum altijd als hun trouwdatum aangehouden. ‘Wanneer zijn jullie getrouwd, pa?’ ‘28 november 1957, jongen.’

Mijn moeder was toentertijd 22 en mijn vader op een haar na 24. Ze trouwden vanuit hun ouderlijke huizen, beide gelegen aan de Botstraat in Eindhoven. Ze hadden al jaren verkering.

Op onderstaande foto zijn mijn vader en moeder te zien (zittend), de ouders van mijn moeder (links) en die van mijn vader. Ik gok dat de foto, gezien de kleding die ze dragen, is gemaakt op 14 november, de dag dat ze voor de wet trouwden, maar weet dat geenszins zeker.

Je wilt een verhaal hebben, hè.

Wakker met een stressnek, tolletje verhuisdrukte vermoed ik, of een uitlopertje van mijn ‘water & gras’ dieet.

‘Optimisme is een morele plicht.’

Karl Popper

Chapbook Willem Thies gezet (versie 1). Eerste offerte van een verhuisbedrijf binnengekregen. Voor de lunch het restje van gisteravond opgewarmd (Mexicaanse bonenschotel).

Daarna naar buiten zitten staren, naar het oplichtende licht van de dag, en de neiging onderdrukt om er een fris glas voignier bij te drinken.

Terwijl de mist weer binnenrolde erwtensoep gemaakt; het is goddomme erwtensoepweer!

Vond in mijn spambox een e-mail van Geert Leupen, een zoon van de jongere broer van mijn grootvader van moederszijde. Hij had me via mijn blog gevonden.

Mijn grootvader heette Harm Geert en zijn jongere broer Evert Geert. Hun vader, mijn overgrootvader, droeg enkel de voornaam Geert. De oudste zoon van mijn grootvader was vernoemd naar mijn overgrootvader en heette dus ook Geert. Wat ze nog meer gemeen hebben: ze zijn allemaal dood.

Nu bezit ik een foto van het graf van Evert Geert waarop staat: ‘Ter nagedachtenis aan Geert Leupen 31-12-1911 18-1-1973’. Naar aanleiding hiervan vroeg ik me op mijn blog af waarom Evert Geert zich als Geert Leupen – dus zonder Evert – had laten begraven.

Op deze vraag antwoordde Geert, de zoon van Evert Geert, in zijn e-mail aan mij: ‘Omdat mijn vader in Epe bekend stond als Geert, de naam Evert werd nooit gebruikt, ook niet in gezinsverband.’ Wat het raadsel gedeeltelijk verklaart, maar nog niet helemaal.

Geert stuurde ook nog een foto van een ansichtkaart mee, die mijn grootvader in 1949 aan zijn jongere broer stuurde, die toen net vader van een tweeling (‘de jongens’) was geworden. Acht weken eerder was Marjo (‘een echt schatje’) geboren, de jongste dochter van mijn grootvader en grootmoeder Grada.

Als genealoog, die de afstamming en verwantschap van zijn eigen familie naspoort, ben ik de schepper van mijn scheppers, en laat in het spoor van mijn zoektocht geschiedenis na, die ik ‘de onze’ zou willen noemen.

Onze geschiedenis, die haar ‘verenigde kracht’ ontleent aan het ouderschap, onze genetische en niet-genetische bijdragen aan de vorming van iedere nieuwe loot aan onze stamboom.

Mijn motief? Het verlangen naar eenheid.

Marjo, de jongste zus van mijn moeder, laat weten dat het gezin Leupen in april 1949 verhuisde van de Postdwarsweg 15 te Nijmegen naar de Botstraat 3 in Eindhoven. Bevat het Nijmeegs adresboek uit 1951—zie vorig bericht—(gedeeltelijk) oude informatie of bleef er wellicht een Leupen op de Postdwarsweg achter? Ik moet snel bij de broers en zussen van mijn moeder langs om hun herinneringen vast te leggen!

In oude edities van De Gelderlander kom ik drie berichten tegen waarin mijn grootvader Harm Geert Leupen wordt genoemd:

  • Maart 1937: de uitslag van ‘de jaarlijksche periodieke verkiezing voor leden van het bestuur der R.K. Werkl.-Vereen.’ Mijn grootvader had zich, 26 jaar oud, kelner van beroep, verkiesbaar gesteld en vergaarde 47 van de 323 stemmen.
  • December 1938: een uitgebreid artikel over de kelner, de man die de gasten bedient: ‘dat ambt moet hij goed verstaan, het eischt kennis en ervaring.’ Mijn grootvader wordt genoemd als een van ‘de heeren’ die cursussen verzorgen op het gebied van serveren.
  • December 1940: een zoekertje waarin mijn grootvader om een ‘R.K. meisje voor de morgenuren’ vraagt. Enkele weken daarvoor was dochter Greet geboren, het zesde kind van mijn grootouders.

Ik herinner me mijn grootvader vooral als een vriendelijke, kalme gepensioneerde die het liefst zijn tijd doorbracht in de moestuin en tussen de kippen. Als hij een sjekkie pielde kon hij me lachend over zijn bril aankijken en plagend vragen, ik was nog te jong, of ik er ook eentje wilde roken. Later hebben we samen nog wel eens een Gauloise gepaft.

Mijn grootmoeder had in mijn belevenis thuis de broek aan. Grootvader voerde uit. Maar of die rolverdeling ook zo duidelijk was als ik dat als relatieve buitenstaander ervoer, waag ik toch te betwijfelen. Uit bovenstaande krantenberichten komt een ambitieuze jongeman naar voren, die naast zijn werk en zich rap uitbreidende gezin kennelijk ook nog tijd vond voor vakbondswerk en het verzorgen van cursussen. Een verfrissend inzicht.

Maar dan dat rooms-katholieke. Tot nu toe heb ik in de overwegend Drentse familie van mijn grootvader geen greintje geloof kunnen ontdekken. En als er toch nog een geloof opduikt, dan lijkt het protestante vanzelfsprekender. De familie van grootmoeder Spann was daarentegen dik r.-k. Zou mijn grootvader Harm Geert in 1933, toen hij met zijn Gerarda trouwde, tot de rooms-katholieke kerk zijn toegetreden? Wat in voorkomend geval toch een daad van opoffering moet zijn geweest!

In de jaren 30 werkte mijn grootvader Harm Geert Leupen in dit hotel.

Muziektherapie voor druiven, kopte de krant van de week. Sinds 2008 klinkt al in honderden Franse wijngaarden muziek: om druiven te helpen in hun strijd tegen schimmels. Rond Bordeaux is de druivensterfte met 75% gedaald.

Nu is ook onze druif door schimmel aangetast. Daarom zette ik vanochtend maar eens een draagbare speaker in een vensterbank en liet Rondo alla Zingarese van Brahms door de achtertuin galmen.

‘Ze zijn niet allemaal gek hier,’ zei mijn moeder gisteren in de recreatieruimte van haar nieuwe verblijf, terwijl ze aandachtig om haar heen keek en van haar glaasje rode wijn nipte.

Nee, ik schrijf poëzie geen stille kracht toe. Anderen doen dat wel. Dikwijls in schimmige taal. Zoals Michael Cross, in zijn serie op Jacket2 over ‘de ontologische status’ van het gedicht:

‘Dit is de ware aard van de excessiviteit van het gedicht: het op losse schroeven zetten van de werkelijkheid door het amplificeren van haar breuklijnen, het vinden van een weg naar generatieve noviteit door het verstoren van ingewortelde opdelingen als subject/object en schrijver/lezer.’

Het heeft iets religieus.

Bericht van lieve nicht E. De behandeling van haar ernstig zieke echtgenoot A. is nog alleen gericht op ‘kwaliteit van leven’. Even bood niets me meer vertroosting.

Mijn moeder zegt dat ze is geboren aan de Postdwarsweg 15 te Nijmegen. Door in oude kranten en adresboeken te snuffelen heb ik achterhaald dat haar ouders in april 1935 verhuisden van Groesbeek naar de Elzenstraat 38 te Nijmegen, en in 1936 inderdaad aan de Postdwarsweg 15 woonden. Mijn moeder kwam in oktober 1935 ter wereld. In april van datzelfde jaar, tijdens de verhuizing van Groesbeek naar de Elzenstraat, verkeerde mijn grootmoeder dus al drie maanden in gezegende omstandigheden. Zouden mijn grootouders nog voor de geboorte van mijn moeder zijn verkast naar de Postdwarsweg of pas erna?

Nog een opmerkelijk detail: in tegenstelling tot de adresboeken in de jaren ervoor staat er in de editie van 1951 dat er naast mijn grootvader (met zijn gezin neem ik aan) ook nog de personen J.F.H.J. Elbers en B.J. Klein Gunnewiek aan de Postdwarsweg 15 verbleven. Mijn grootouders hadden op dat moment al negen kinderen. Dat moet een hele bedoening zijn geweest. Hielden ze wellicht kostgangers om wat centjes bij te verdienen?

Postdwarsweg 15, Nijmegen, via Google Maps

Muggen. Ik behoor tot het type dat door steekmuggen al op honderd meter afstand wordt waargenomen. Dwars door muren heen. Als er zich één mug in onze straat bevindt weet zij (alleen vrouwtjesmuggen steken) mij te vinden.

Om half vijf wakker. Mug. Naar beneden. Ook daar mug. Zen’sect opgesmeerd, met 40% deet, waarna er prompt een mug op mijn hand landde. Haar met andere hand doodgeslagen. Hoe oud is dat antimuggenspul eigenlijk?

De twee zorgkantoren die zich buigen over de aanvraag van een persoonsgebonden budget voor ma vergen idioot veel van mijn geduld. Ik bespeur drukdoenerij zonder énige concrete output en voel aandrift om met een houthakkersbijl te gaan zwaaien. (Wees niet bang, ik kan en zal me beheersen.)

‘Er is ook een theorie denkbaar dat de kwaliteit van de boekhandel bepaald wordt door de boeken die je er niet vindt.’—Ad ten Bosch

Eindelijk heb ik ze op een rijtje: de kinderen van mijn overgrootouders Geert Leupen en Geertruid Rutgers: elf stuks. Ga er maar aan staan! Lammegien (1891-1970) was de eerste, mijn grootvader Harm Geert (1910-1992) de een-na-laatste. Daar tussenin zaten Jacob, Jan, Annechien, Willem, Roelof, Roelof, Anna en Harmina. De benjamin heette Evert Geert, die in 1911 ter wereld kwam.

Roelof 1 werd ruim dertien maanden oud en Roelof 2 stierf—waaraan is (nog) onduidelijk—op 16-jarige leeftijd. Harmina hield het al na 34 dagen voor gezien. Hoewel ik nog niet weet wanneer Jacob, Jan en Anna de geest gaven, zou het me niet verbazen als mijn grootvader als laatste van het gezin de grote reis aanvaardde. Ik zal mijn herinneringen aan hem op een later moment boekstaven.

Een vraag die me ook bezighoudt: waarom liet zijn jongere broer Evert Geert, die slechts 61 werd, zich als Geert Leupen—dus zonder Evert—begraven?

Om 02.15 uur wakker. Gevolgd door een gedachtestroom over zaken die nog geregeld moeten worden met betrekking tot de verhuizing van ma. Opgestaan toen de kerkklok vier keer sloeg.

Brief ontvangen waarin staat dat de as van pa op 5 juli jl. verstrooid is vanuit een vliegtuig over de Noordzee. Toen dit aan ma werd voorgelezen zei ze lachend: ‘Dat vind-ie leuk hoor, uit het vliegtuig!’

Zag een vlog over een gezellig samenzijn in een verlaten sanatorium in het Georgische plaatsje Skaltoebo, waar heet bronwater door de straten loopt. Een Georgiër, Wit-Russin en Londenaar brachten een toost uit op hun vrijheid & Europeaan-zijn. Kennelijk rekbare begrippen. En waarom ook niet!

Je zoekt het een, vindt iets anders:

  • de geboorte- en overlijdensakte van mijn overgrootvader Geert Leupen: geboren op 28 oktober 1863 in Gasteren (DR), overleden op 28 juli 1939 in Epe (GD);
  • de vermeldingen van de geboorte van mijn moeder in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant en De Gelderlander, beide op zaterdag 19 oktober 1935;
  • vijf edities van het Algemeen adresboek van de stad Nijmegen en omliggende dorpen, waaruit blijkt dat mijn grootvader Harm Geert Leupen van 1936-1951 met zijn gezin aan de Postdwarsweg 15 te Nijmegen woonde en al die tijd het beroep van ‘kellner’ (sic) uitoefende.

Laat ik nou onlangs met Tim tijdens onze 2-daagse wandeltocht in Drenthe in de uitspanning Pannenkoekenboerderij Brinkzicht te Gasteren thee met gebak hebben geconsumeerd! En mijn moeder is dus op een woensdag geboren (weetfeitje).

kelner: ‘ober, bediende in café of restaurant’; ontleend aan Duits Kellner, ontwikkeld uit Oudhoogduits kellenāri ‘keldermeester, beheerder van de voorraadkelder’, ontleend aan middeleeuws Latijn cellenarius, afleiding van klassiek Latijn cellārium ‘voorraadkelder, wijnkelder’.