Oordeel zelf

Een vlag boven Oostende, Hans Claus, Uitgeverij P, 2006

Biebboek (3) – Ton van ’t Hof bespreekt poëziebundels die hij aantreft in de Centrale Bibliotheek Leeuwarden

Als ik het bundeltje mee naar huis neem, vraag ik me af hoe Een vlag boven Oostende van de tamelijk onbekende Belgische dichter Hans Claus in godsnaam in de bibliotheek van Leeuwarden is terechtgekomen? Zou de ‘aanschafinformatie’ van NBD Biblion het enthousiasme van de bibliothecaresse hebben opgewekt? Wie weet. Het titelloze openingsgedicht:

IJs laat ik aan de lente.
Elk nodeloos gewicht drijft boven.
Op het vlies van het water
liggen zacht de vergezichten
en het blauw van later.
Ik daal ten hemel en leun
op mijn weg tegen een toren
van gedichten.

Dit gedicht is aan vijftig jaar poëzie voorbijgegaan. Het is een hoopje oubolligheid met twee mottige slotregels, die me doen denken aan wat ik ooit, lang geleden, in een liefdesbrief schreef: ‘Mijn liefde voor jou leunt tegen de toren van Pisa.’ Foei. Als ik de eerste strofe van het tweede gedicht tot me neem, vergaat me de lust tot verder lezen en leg ik het boekje weg:

Is het een mensenrecht
te rijmen met niets
dan halve zekerheden?

Enkele dagen later geef ik de bundel toch nog een kans en kom tot de conclusie dat er naast veel rijmelarij toch ook enkele verzen in staan, die m’n aandacht wel kunnen vasthouden. Als Claus over de vergankelijkheid dicht, dicht hij een slag beter:

In mijn hoofd staat een huis,
een heerlijk huis met hoge dromen
aan het raam. Ik nodig er
mijn overschot aan vrienden uit,
we drinken en eten lange nachten.

Dan groeit gras de muren dicht,
geen schaduw blijft voorbij.
Leegte en stof vechten hun laatste gevecht
in weerwil van het licht.

Het huis heeft in mijn hoofd gestaan,
een herinnering kent haast geen ontkennen.

Enkele jaren geleden vroeg iemand me waarom ik bundels die ik niet zo apprecieer eigenlijk bespreek, ‘verspilde moeite,’ vond hij (het was een hij), ‘al die negativiteit straalt alleen maar op de poëzie af.’ Ach, antwoordde ik, mijn oordeel doet er niet zo toe, als de poëzie in de bespreking maar tot leven komt, opdat de lezer zelf zijn of haar mening kan vormen.

(Dit bericht verscheen eerder, op 26-09-2015, op ollauogalanestas.tumblr.com.)