Wilde-appelgelei

Seamus Heaney schrijft veelal vanuit zijn herinnering:

Uit een andere wereld, met regels die je niet kunt leren,
maar waar je je naar te voegen hebt, schoot wat ik wist
me weer te binnen. Hervonden weerbarstigheid.

Het terugroepen in de gedachte, tegen de vleug in, van wat reeds gebeurd is. Soms is er een katalysator nodig om het proces te bevorderen. In het schitterende ‘Aan Pablo Neruda in Tamlaghtduff’ is dat ‘wilde-appelgelei’:

Met mijn ogen op steeltjes
was ik weer terug op een oud,
uitgesleten karrenspoor, maakte
mijn rondjes door de streek, dwars door
het vingerhoedskruid, rook
fluitenkruid en brandnetels, heel de
hoogzomerbroei
onder de stam van onze eigen boom
die oprijst in Tamlaghtduff,
zijn appelschat en – ja,
zuiver achteraf bezien – zijn gouden
stralenkrans.

Het gedicht is geschreven in een exclamatieve stijl, zo kenmerkend voor Neruda. In de afsluitende regels sluit de ik-figuur even de ogen om op te gaan in het moment en niet meer aan wat komt of is geweest te hoeven denken.

                    Even,
o mijn nuchtere Neruda,
met je ronde gezicht als de menigte
op de kruising, zie ik het
met jouw ogen nu mijn tong
en traanbuisjes erbij wegsmelten
en ik de gelei dik smeer
alsof morgen niet bestaat.

(Alle fragmenten zijn afkomstig uit District en Circle, Seamus Heaney, vertaald door Onno Kosters en Han van der Vegt, Meulenhoff, 2013.)

(Dit bericht verscheen eerder, op 25-07-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)

Warhorse-tabak

tabak

Ik was tien of elf toen ik mijn eerste sigaret opstak, een Runner rood of blauw vermoed ik, want die waren goedkoper. Wat moet dat vies zijn geweest. In zijn gedicht ‘Een pruim’ uit District en Circle (Meulenhoff, 2013) beschrijft de Ierse dichter Seamus Heaney hoe hij zijn eerste pluk tabak ervoer (vertaling Onno Kosters en Han van der Vegt):

Mijn verhemelte is het strodak, in de fik gestoken
om de buren uit hun huis te jagen, ik wil
zemelen uit een emmer likken, steengruis van de leuning.

Hoezeer het ook brandde of misselijkmakend was: je zette door. Stoer als je was. Ik zou veertig jaar blijven roken.

‘Je moet ook spugen,’ zegt Robert, ‘een pruim is niks
als je niet spuugt als de hel,’ z’n rosse kuif
een schroeiende vlam, z’n pruimfluim glansrijk.

De foto geeft een plak ‘Warhorse-tabak’ weer, waarvan in het gedicht sprake is, ‘veenbankbruine, gestempelde, verboden mannenvrucht’.

(Dit bericht verscheen eerder, op 24-07-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)

Langs Seamus Heaneys District en Circle o.a.

Seamus Heaney (1939), Ierlands bekendste nog levende dichter, ‘maakt vanaf zijn allereerste gedichten de rituelen van het dagelijkse leven op een katholieke hoeve in Noord-Ierland tastbaar en algemeen. Ook schrijft hij,’ volgens The Princeton Encyclopedia of Poetry and Poetics (4e editie, 2012), ‘ontroerend over het verdriet in dergelijke gemeenschappen, of het nu over politieke slachtoffers gaat of niet.’

Heaneys voorlaatste bundel, District and Circle (Faber and Faber, 2006), verscheen onlangs in een tweetalige uitgave onder de titel District en Circle (Meulenhoff, 2013), vertaald door Onno Kosters en Han van der Vegt. Een eerdere vertaling van Hanz Mirck werd door Meulenhoff vanwege ‘talloze fouten en slordigheden’ en veel ophef uit de handel genomen. Regio en ring (2010) wordt nu via bol.com als hebbedingetje al voor € 20,50 aangeboden.

Dit is geen recensie, maar de start van een reis. Poëzie is het spoor dat ik zal volgen, kriskras. Geen afgeronde afleveringen, maar belevenissen van dag tot dag. Of om de week.

District en Circle is opgedragen aan Ann Saddlemyer, van wie Heaney in de jaren 70 in het zuiden van Ierland een cottage huurde en die hij ‘onze hartelijkste verwelkomer’ heeft genoemd, een frase ontleend aan een gedicht van Yeats (Seamus Heaney: The Making of the Poet, Michael Parker, University Of Iowa Press, 1993). Saddlemyer is een Canadese professor die o.a. een biografie schreef over mevrouw W.B. Yeats, Georgie Hyde-Lees. Het huwelijk van William en Georgie werd overigens voltrokken in tegenwoordigheid van Ezra Pound als getuige.

Yeats, Pound, Heaney: de lijnen van een dichterschap. Nu we weten wie Saddlemyer is snijdt het motto hout:

Noem haar Augusta
want wij kwamen in augustus en van nu af
staan de hooibalen en zwarte bessen en dorsmachines van die maand
voor Augusta’s gulheid.

Wordt vervolgd.

(Dit bericht verscheen eerder, op 24-07-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)