In het groen groen knollenland

Na een ochtend stenen leggen, at ik gebakken kippenlevertjes met stukjes appel en droge worst, en dronk er een glas rode wijn bij, uit Puglia.

Gorgias van Leontini schaterde om de veronderstelling dat logisch redeneren uiteindelijk zal leiden tot waarheid. Hij leefde ver voor Christus en werd ruim honderd jaar oud.

Omdat het altijd nog groener kan, potte ik vanmiddag zestien nieuwe planten, voor op het bakstenen terras.

Fien en Pierke, paarden van de overbuurman, kregen een appeltje van me. Ooit een paard horen smakken?

H.H. ter Balkt hekelde een achteloze omgang met de natuur en de dingen. Zijn eerste dichtbundel, die in 1969 verscheen, heette voluit Boerengedichten, ofwel Met de boerenbijl, bijeengelezen door zijn lintworm 96 bladzijden verfomfaaid en bespat met spreuken, raadsels en verkrommingen; in het groen groen knollenland van de haas. Een natuurtalent, Nederlandsch fabrikaat; Goedgekeurd door de Ver. van Huisvrouwen.

De natuur is de natuur niet meer. Zij bestaat niet langer buiten ons. De wildernis is finito. Er is geen enkele plek meer op aarde die niet door menselijk handelen geschonden is. Natuur en cultuur zijn één pot nat geworden. We leven in het Antropoceen.

Woorden als natuurbehoud, natuurbescherming en natuurherstel stoelen thans op achterhaalde opvattingen. In een wereld die we elke dag opnieuw, of we dat nu leuk vinden of niet, vormgeven, geldt de wezensvraag: Welke wereld creëren we?

Ruim de helft van de wereldbevolking woont in verstedelijkte gebieden, bestaat uit stadsmensen die vogelsoorten niet meer van elkaar kunnen onderscheiden en zich ongemakkelijk voelen bij stilte of in een donker bos.

In deze veranderde omstandigheden is de natuurpoëzie uit vorige eeuwen, waarin de natuur als een fetisj wordt vereerd, niet langer toereikend om de instabiliteit van onze verknoeide leefomgeving te beschrijven. Poëtica’s van dichters als Herman Gorter, H.H. ter Balkt, Mary Oliver en Wendell Berry worden momenteel door ecodichters geactualiseerd.

In de komende afleveringen van Het verlangen naar spetterend vers zal Lynn Kellers boek Recomposing Ecopoetics (2017) centraal staan.

Wat allemaal niet wil zeggen dat ik een ouderwets natuurgedicht niet meer zou kunnen waarderen. Deze is van Berry:

DE KALMTE VAN WILDE DINGEN

Als de wereld me tot wanhoop drijft
en ik ‘s nachts wakker word van het minste geluid
angstig voor wat mij en mijn kinderen te wachten staat,
ga ik buiten liggen, waar de carolina-eend
in zijn schoonheid rust op het water en de grote reiger zich voedt.
Ik bedaar tussen wilde dingen
die zich niet belasten met bezinning op toekomstig
verdriet. Tegenover me stilstaand water.
En boven me voel ik de aanwezigheid van dagblinde sterren
die wachten op licht. Zo verblijf ik
een tijdje in de goedheid van de wereld, en ben vrij.