Over de kunst van het reizen

Waarom reizen we? En dan bedoel ik niet het pendelen tussen kantoor en thuis maar het zwerven, het ogenschijnlijk doelloos rondtrekken, tijdens vakanties bijvoorbeeld, van A naar B naar C etc. In De kunst van het reizengeeft Alain de Botton daar geen sluitende verklaring voor. Uit individuele motieven probeert hij meer algemene beweegredenen te deduceren. Zo wordt de Britse romanschrijver Raymond Williams aangehaald – reizen als ‘alternatief voor het zelfzuchtige welbehagen, de gewoonten en de beslotenheid van de alledaagse samenleving’ – en ook Gustave Flaubert, die wilde ontsnappen ‘uit de gegoede kleinburgerlijkheid’ en in zijn dagboek uitriep: ‘ik verveel me, ik verveel me, ik verveel me’. Hang naar exotisme is volgens De Botton een veelvoorkomende aanleiding tot het pakken van de reiskoffers:

‘[D]e charme van een buitenlands oord [komt] eenvoudig voort uit het besef dat het nieuw en anders is, dat je er kamelen aantreft waar thuis paarden zouden rondlopen, dat je er onopgesmukte panden vindt, waar thuis zuilen zouden staan. Maar misschien is er sprake van een nog groter genoegen: misschien waarderen we uitheemse elementen niet alleen omdat ze nieuw zijn, maar omdat ze beter in overeenstemming lijken met onze aard en overtuigingen dan al wat ons eigen land te bieden heeft. […] Wat we in het buitenland exotisch vinden kan precies datgene zijn waarnaar we vergeefs hunkeren in ons eigen land.’

Ook nieuwsgierigheid kan ons volgens De Botton aanzetten tot reizen, waarbij hij Nietzsche citeert, die onderscheid maakte tussen het verlangen naar nieuwe feiten, dat ooit ontdekkingsreizigers dreef, en het loffelijke gebruik van ‘reeds welbekende feiten voor innerlijke, psychologische verrijking.’ De Botton beseft wel dat niet iedere reiziger als vanzelfsprekend interesse heeft in, bijvoorbeeld, de fresco’s aan de muren van een oude kerk; aan nieuwsgierigheid liggen namelijk prikkelende vragen ten grondslag:

‘Als kind willen we weten: “Waarom is er goed en kwaad?” “Hoe zit de natuur in elkaar?” “Waarom ben ik ik?” Als de omstandigheden en het temperament het toelaten, breiden we deze vragen gedurende onze volwassenheid uit en richt onze nieuwsgierigheid zich op een steeds omvangrijker gebied van de wereld, totdat we op zeker moment die ondefinieerbare fase bereiken waarin niets ons meer verveelt.’

Als je fresco’s of andere uitheemse zaken niet in verband kunt brengen met kwesties die je bezighouden, dan blijven ze vaak stomvervelend. En dan kunnen sommigen af en toe, in een vreemde omgeving, ‘worden overvallen door de sterke behoefte in bed te blijven en het volgende vliegtuig naar huis te nemen.’

De kunst van het reizen, Alain de Botton, Pandora, 10e druk, 2009

Wijvenheide

In Wijvenheide van Luuk Gruwez zijn 45 gedichten opgenomen. Meer dan de helft is gelegenheidspoëzie, veelal in opdracht geschreven. 19 ervan pende Gruwez neer bij een schilderij of een ets. Van de etsen zijn helaas geen afdrukken opgenomen in de bundel, waardoor een cyclus van vijf gedichten onbegrijpelijk is. De thematiek is een wonderlijk allegaartje. Sommige gedichten zijn zo slecht dat ze hadden moeten worden doorgehaald:

VROEGERE LIEFSTEN

Ze zeggen dat liefsten van vroeger, zij van wie
men nooit meer zeker weet in welke mate zij van vroeger,
ze zeggen dat vroegere liefsten soms het meest. Zéggen zij.
Dat vroegere liefsten je vermoeien, je vermoedelozen.

Dat vroegere liefsten aan de tralies in je hersens rukken
en daar woekeren, daar hevig woekeren. Zo weinig,
zeggen zij, weten liefsten van vroeger wat verdwijnen is
dat zij besluiten hun afscheid uit te stellen, uit en uit

tot zij zichzelf en iedereen vergeten zijn.

Luuk Gruwez

Gruwez is een bard die zich weinig gelegen laat liggen aan moderne poëtische ontwikkelingen en het volk pruikerig blijft toezingen, tafereeltje hier, snorretje van Flaubert daar. Nee, dit is niet mijn poëzie. Ze bevat nauwelijks verrassingen, geen reflecties op haar materialiteit, is veelal gesloten, geordend, zonder rafelingen en daardoor futloos ook. IKEA-poëzie, zeg maar.

Valt er dan helemaal niets te genieten in Wijvenheide? Jawel. Als Gruwez het vrouwelijk schoon bewierookt, met een ondeugende twinkeling in zijn ogen: op dat moment stijgen de gedichten boven de middelmaat uit.

Al mijn lichaamsdelen wens ik u te presenteren
zodat u mij van top tot teen bekijken kunt. Ik zie
uw pukkels en uw sproeten wel. Ik neem uw pens waar
en uw stekelhaar. En zelfs die oppergaai van u: ik zie hem staan.

Maar als deze doorsneebundel de VSB Poëzieprijs 2013 krijgt, dan eet ik mijn hoed op.

(Dit bericht verscheen eerder, op 27-11-2012, op 1hundred1.blogspot.nl.)