A Heap of Language | Graham Foust

Uit: A Mouth in California, Graham Foust, Flood Editions, 2009
De gedichten van Graham Foust (1970) zijn doorgaans kort en bondig; hij is een meester in de beknoptheid. ‘A Heap of Language’ is een one image poem en vangt de diepgang van een enkel moment. Het vele wit benadrukt verschillende vormen van stilte. De tweede, subjectieve helft van het gedicht werpt nieuw licht op de eerste, observerende helft en zet de hele toestand onder hoogspanning. Woorden als ‘knives’, ‘wipe’ en ‘dry’ zijn plotsklaps voor meerdere uitleg vatbaar, zadelen de lezer ineens op met een gewelddadige connotatie. Als we de afsluitende zin óok als een poëticaal statement lezen, dan maken we het ons nog ingewikkelder. Dit hoopje taal laat veel open.

Model voor een discussie

1. De moderne revolutie in de poëzie is Amerikaans (flarf, conceptuele poëzie). Restauratie van de traditie door dichters als Foust, Wigman, Gruwez en anderen heeft – hoe getalenteerd zij individueel ook mogen zijn – nog geen nieuwe poëtiek opgeleverd. De rest is bier en echtelijk gekrakeel. Het is Amerika waar de poëtische taal in onze tijd het krachtigst groeit. Wij Nederlandstalige provincialen moeten de zaak weer opnemen waar onze dichters in de jaren 60/70 van de vorige eeuw zijn blijven steken. Wij zijn nog niet de echte erfgenamen van Barbarber en Gard Sivik/De Nieuwe Stijl.

2. Achter dit alles staat een ingewikkeld probleem van acculturatie. Het lokale, Nederlandstalige standpunt wordt onontkoombaar geconditioneerd door de manier waarop we ja of nee zeggen tegen immigrantenpoëzie. Storende factor: we worden verscheurd door onze afschuw van wat Al Qaida heeft aangericht.

3. Sinds weinigen nog geloven dat recensies de verkoop van boeken bevorderen, moet men wel veronderstellen dat recensenten behalve zichzelf en de betrokkenen, aan niemand meer voedsel verschaffen.

4. Behalve van hun moed en ruime belangstelling voor jazz kunnen wij weinig overnemen (leren) van de Vijftigers. Tevelen werken ‘sub-Vijftig’.

5. Wat onze politieke poëzie betreft: die verkeert in deplorabele staat. Of dit nu veroorzaakt wordt door de tanende macht van Nederland en België of niet, onze dichters hebben zich afgekeerd van politieke vraagstukken en verschijnselen. Ik pleit hier voor een milieupolitiek als raamwerk van een gemeenschapspoëtica.

6. Het belang van de literaire vertaling is overstelpend geworden.

7. Over het werk dat voor ons ligt: de genezing van vele feilen is gelegen in de bereidheid om te leren en de durf om het blikveld te verruimen. Er is nu een omvangrijker (digitaal) poëzielichaam voorhanden dan ooit. Neemt en eet hiervan, dit is mijn lichaam.

(Dit bericht verscheen eerder, op 23-08-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)

Het gedicht als revolutionaire gebeurtenis (9)

Jacques Lacans ‘Symbolische Orde’ staat voor een universele structuur die het gehele gebied van het menselijke bestaan en handelen omvat: de relatie tussen taal, meer precies die van de betekenaar, en de geschreven en ongeschreven regels en voorschriften van onze samenleving. Deze latente orde marcheert door het onderbewuste. Zodra een kind de wereld van de taal betreedt en de regels en voorschriften accepteert, is het in staat tot omgang met anderen.

Slavoj Žižek omschrijft de Symbolische Orde als een vorm van het denken die voorafgaat en los staat van het denken zelf en ‘die de duale verhouding tussen de “externe” feitelijke werkelijkheid en de “interne” subjectieve ervaring suppleert of verstoort.’

Breken met ‘wat er is’ = doorbreken van de gelederen van de Symbolische Orde.

Graham Foust duidt de Symbolische Orde als volgt uit (vertaling Ton van ’t Hof):

een frame is een beeltenis
ondragelijk de hersenen ingeslagen –

Ik kom tussen
mijn lichaam

Ook Charles Olson verschoot (vertaling Ton van ’t Hof):

Ik keek op en zag
haar vorm
door alles heen
– zij is genaaid
in alle delen, onder
en boven

Naaien: (1) door middel van naald en draad iets bewerken, (2) door middel van naald en draad vervaardigen, (5) (zeew.) met garen, touw of lijn vastmaken, (7) (plat) (een vrouw) bekennen, beslapen.

(Dit bericht verscheen eerder, op 21-04-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)

Gedicht Graham Foust

Enkele jaren terug interviewde ik de Amerikaanse dichter Graham Foust (1970) per email. Ik was onder de indruk geraakt van zijn eerste twee dichtbundels, waaruit ik enkele gedichten had vertaald. Hij zei in dat interview over poëzie: ‘Er is een soort karteling nodig waarlangs men zijn of haar geest en tong kan halen.’

In zijn vierde bundel, A Mouth in California (Flood Editions, 2009), is de soortelijke massa van zijn gedichten verder toegenomen. De taal heeft een ontstellende dikte. Geest en tong gaan bijkans kapot aan de scherpe kartels. Een heerlijke bundel voor wie van moderne lyriek – ‘charged with meaning’ – houdt.

HET ENIGE GEDICHT

Dit is geen machine.
Het doodt geen fascisten.
Je doet alsof je het licht ziet.

Winter. Een rivier,
haar vastgelopen waterklauwen.
Je loopt erover, steekt dit over, haar.

Je vertrouwt ijs, de thermometer
en muitend verlies. Zelfs in gevaar
ben je een schrijver, leugenaar.

Graham Foust
Vertaling Ton van ’t Hof

(Dit bericht verscheen eerder, op 05-05-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)