12.37 u. Wandelde van Tzummarum naar Koehool aan de zeedijk en weer terug, ruim acht kilometer. Achter de aardappelrooimachines wonden massa’s meeuwen zich op, de wind schaterde van plezier.

14.43 u. Verzamelde twee omschrijvingen van poëzie. De eerste is van de Griekse wijsgeer Gorgias van Leontini (ca. 480-376 v.Chr.) en afkomstig uit zijn Lofrede op Helena:

‘Poetry (poiēsis) as a whole I deem and name “speech (logos) with meter.” To its listeners poetry brings a fearful shuddering, a tearful pity, and a grieving desire, while through its words the soul feels its own feelings for good and bad fortune in the affairs and lives of others.’

De tweede is van John Ashbery (1927-2017) en te vinden in zijn bundel Flow Chart: A Poem (1991):

‘Een dezer dagen moet je je erin gaan ophouden,
de poëzie, en hiertoe moeten belangrijke voorbereidingen worden getroffen, de zandpaden
aangeharkt, de puinmuur ontdaan van dode druivenranken, maar wat
als poëzie totaal iets anders zou zijn, niet dit vorstelijke weer
waaraan het oog van een god vastzit, dat binnen-
en buitenwaarts kijkt? Wat als het alleen maar een bescheiden, andere manier van leven was,
zoals bijvoorbeeld door de wind bewogen worden? of de verschillende rustgevende geluiden die we nu horen
te laten voor wat ze zijn en de inspanning te registreren die ieder wezen heeft gepleegd om zijn gemoedsgesteldheid effentjes te ontbieden en dan
stil te vallen, in de hoop dat er genoeg gebeurd is?’

D0BDC041-8CA5-4CF7-B6BC-752AC3168441
Het wad bij Koehool, 2018 © Ton van ’t Hof