Westerklief en nog zo wat

1. Drukke week achter de rug waarin slechts op dinsdag en woensdag plaats was voor poëzie. De boeiende discussie over Ghayath Almadhouns gedicht ‘Wij’ woensdagavond in Perdu (zie bericht hieronder) draaide vooral om de vraag hoe ironisch het kan of moet worden gelezen. Volgens mij tot op het bot: Almadhoun maakt geen enkele verontschuldiging maar verwijt, laakt alleen maar. Wat ik overigens heel goed kan begrijpen. Maar niet iedereen was het met deze uitleg eens. De slotzin bleef ook aan tafel een mysterie.

2. Vanochtend mijn tanden gezet in en stukgebeten op een gedicht van John Ashbery, ‘How I Met You’ uit zijn laatste bundel Quick Question. Mijn vertaling van het woord ‘lapping’ in onderstaand fragment is voorlopig blijven steken op ‘overlappende’:

I was racing along the moon, the water’s edge
seemed about right, but how was I to know
which edge? The lapping or the water?

3. Ik denk lang na over de vraag ‘how works of poetry could not merely reproduce conflict but present a counter-hermeneutics anticipating tactical media practices?’ Er spreekt strijdlust uit deze vraag. Dichters die tot actie willen overgaan. Door een tegenleer te lanceren, die andere interpretaties mogelijk maakt. Poëzie als politieke daad. Zoiets. Ik begrijp ze wel, maar moet toch ook glimlachen. Realiseer me dat ik cynisch ben.

4. Al geruime tijd werk ik aan compositie en procedé voor Een lijn is een vore deel 2. Op basis van samples scherp ik de boel steeds verder aan. Onderstaand gedicht is zo’n proeve en zal niet tot de bundel gaan behoren, maar leidde wel tot een doorbraak in de vaststelling van de productiemethode.

WESTERKLIEF

In Westerklief werd nog niet zo lang geleden
hakzilver in de grond gedetecteerd, bijna 100
Arabische en Karolingische munten tussen scherven in
van een aardewerken pot met radstempelversiering en meer

dan 1000 jaar oud. ’t Was een Viking, die ze
achterliet. Hij hakte sieraden, munten en baren in kleine stukjes
tot gewichtsgeld voor de handel. Hij hield zijn prestige op
door goederen te binden in plaats van de vriendschap.

In feite is de ontstaansgeschiedenis van ’t geld zo logisch
als wat. Hoeveel eieren is een brood is een koe is een vliegreis
naar de Malediven waard? De stilte

het bewijs dat je er bent. De oceaan een oneindig bekken
waarin je al je munten kwijt kunt, wat op de een of andere manier meer
substantie lijkt te geven, als een klop op je schouder.

Ton van ’t Hof

(Dit bericht verscheen eerder, op 09-03-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)

‘Wij’ van Ghayath Almadhoun

Vanochtend, ter voorbereiding, het gedicht vertaald van de in Zweden woonachtige Palestijn Ghayath Almadhoun, dat morgenavond in VersSpreken door Asmaa’ Azaizeh, Joost Baars, Matthijs Ponte en mijzelf zal worden besproken in Perdu. Het is een vertaling van een Engelse vertaling; ik spreek geen Arabisch.

WIJ

Wij, die zijn uitgestrooid in fragmenten, wier vlees door de lucht vliegt als regendruppels, bieden iedereen in deze beschaafde wereld onze diepste verontschuldigingen aan, mannen, vrouwen en kinderen, omdat wij ongewild en zonder toestemming te vragen in hun vredige huizen verschenen. Wij verontschuldigen ons voor het in hun sneeuwwitte geheugen stampen van onze afgehakte lichaamsdelen, omdat we het beeld van wat normaal is geschonden hebben, een heel mens in hun ogen, omdat we de onbeschaamdheid hebben gehad om plotseling op te duiken in nieuwsflitsen en op de pagina’s van het internet en de kranten, naakt, op ons bloed en verkoolde resten na.
Wij bieden allen onze verontschuldigen aan die niet de moed hadden om recht in onze verwondingen te kijken uit angst dat ze te geschokt zouden raken, en aan diegenen die ’s avonds hun bord niet meer leeg konden eten nadat ze onverwachts nieuwe beelden van ons op de tv hadden gezien.
Wij verontschuldigen ons voor de pijn die we eenieder aandeden die ons zo zag, onopgemaakt, zonder dat er ook maar enige moeite was gedaan om ons weer in elkaar te zetten of onze overblijfselen bijeen te voegen nog voor we op hun beeldschermen verschenen. We bieden ook de Israëlische soldaten onze verontschuldigingen aan, die de moeite namen om op de knoppen te drukken in hun vliegtuigen en tanks om ons aan flarden te rijten, en het spijt ons dat we zo akelig keken toen ze hun bommen en granaten recht op onze dwaze hoofden mikten, en dat ze nu uren moeten doorbrengen in psychiatrische klinieken, in een poging om weer mens te worden, zoals ze dat waren voor onze transformatie in walgelijke lichaamsdelen die hen achtervolgen telkens wanneer ze proberen te slapen.
Wij zijn de dingen die jullie hebben gezien op jullie beeldschermen en in de pers, en als je zou proberen om de stukjes in elkaar te zetten, als een puzzel, dan zou je een duidelijk beeld van ons krijgen, zo duidelijk dat je niet meer in staat zou zijn om ook nog maar iets te doen.

Ghayath Almadhoun
Vertaling Ton van ’t Hof

(Dit bericht verscheen eerder, op 05-03-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)