Gerrit Jan Zwier: ‘Een dagboek moet óf rijk zijn aan gebeurtenissen, óf rijk aan ideeën, zei [Michel] Van der Plas nog, en het beste is natuurlijk als beide aanwezig zijn.’
     Ik had bovenstaande zin nog niet overgenomen of het volgende vond plaats: omdat ik de kerstboom water wilde geven, duwde ik enkele van de onderste takken omhoog en opzij, te wild waarschijnlijk, want de twee en een halve meter hoge boom vol ballen viel rinkelend om, bovenop Hennie, die net aankwam om me te helpen; alleen haar benen staken nog onder de boom uit.
     ‘Kunstwerken,’ zei de onlangs overleden Amerikaanse schrijver-criticus William Gass, ‘worden beheerst door de vraag: Waarom zus en niet zo?’ Deze kijk lijkt me typisch iets voor critici; die immers óok wat te doen moeten hebben. Veel kunstenaars zullen, denk ik, als antwoord hun schouders ophalen: zij nemen beslissingen vaak intuïtief, niet beredeneerd.
     Buiten Leeuwarden heerste de stilte. Op veel plaatsen was het nog behoorlijk glad; voor elk bruggetje moest ik van de fiets afstappen. Hoog in de lucht, tegen vijftig tinten grijs, wegtrekkende vogels. Wat waterhoentjes op besneeuwd gras. De weldaad van een gebrek aan gebeurtenissen.

DF430470-932B-4A6B-B9B6-C3CF24CBC0DB
Nije Wielen, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof

Volkomen eerlijk zijn en me niet mooier voordoen dan ik ben. Met deze woorden sluit ik me aan bij dagboekschrijver Gerrit Jan Zwier, die zich op zijn beurt aansluit bij dagboekschrijver Hans Warren, die zich op zijn beurt weer aansluit bij etc.
      Koos van Zomeren schreef met Het verhaal een bijzonder verhaal rondom de volgende kerngedachte: ‘Dat iedereen gelooft wat hem het beste uitkomt, denk ik nog steeds. Maar het is niet meer zo’n vernietigende, bijna haatdragende gedachte. In de loop der jaren is er een wanhopig soort deernis ingeslopen. Moet je niet elke poging om het leven inhoud te geven respecteren?’ De laatste zin slaat ook op een zelfmoord die verderop in het boek plaatsvindt. Uiteraard heeft Van Zomeren met ‘elke poging’ geen laakbaar gedrag in gedachten, althans daar zie ik hem niet voor aan.
      Dan nog: Moet je elke [niet laakbare] poging om het leven inhoud te geven respecteren? Ook als het op fundamentalistische, orthodoxe, antiliberale leest geschoeide handelwijzen betreft? Hierover moet ik nadenken.
      Wat doe je als iemand een boek bestempelt als ‘een van de beste reisboeken die er in Nederland verschenen zijn’? Op je qui-vive zijn. Wat doe je als je vervolgens hoort dat de schrijver ooit op de Hebriden verzuchtte: ‘Voor zo’n beroep [vuurtorenwachter] zou ik ook wel wat voelen.’ Met spoed aanschaffen dat boek! Wat ik gedaan heb: Aan de rand van de zee, Jan van der Vegt, Nijgh & Van Ditmar, 1976.
      Vanmiddag op familiebezoek in Almere. Er is sneeuw voorspeld.