Ik lees het bij Gerbrand Bakker en schrijf het op omdat ik het niet vergeten wil: Boudewijn Büch ligt begraven op Driehuis-Westerveld. Ik zoek “Driehuis-Westerveld” op: ‘Westerveld, gelegen aan de Duin en Kruidbergerweg in Driehuis, is een van de oudste particuliere begraafplaatsen in Nederland.’ Driehuis, vlakbij Velsen. Daar ga ik Büch dan nog eens opzoeken. Waarom ligt ie eigenlijk daar?

Begonnen in Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek 1918-1939 van de Fransman André Gide. Privé-domein nr. 259. Wie was Gide (1869-1951)? ‘Zonder enige twijfel een van de belangrijkste Europese schrijvers van zijn tijd,’ lees ik op de achterflap, ‘maar ook een vat vol tegenstrijdigheden. Schrijver van de eerste moderne roman van de vorige eeuw (Les Faux-Monnayeurs), zorgvuldig stilist, oprichter van de Nouvelle Revue Française, homoseksueel die zich het hoofd brak over geloofskwesties, moralist en reiziger.’

Ik kende Gide niet, totdat ik enkele weken geleden een citaat uit een van zijn dagboeken tegenkwam, over kunst, waarna ik direct Het innerlijk blauw aanschafte (2e-hands, € 24 exclusief verzendkosten). Het citaat, uit 1918, in het Engels:

‘All great works of art are rather difficult to access. The reader who thinks them easy has failed to penetrate to the heart of the work. That mysterious heart has no need of obscurity to defend it against an overbold approach; clarity does this well enough. Very great clarity, as it often happens for the most beautiful works… is, to defend a work, the most specious girdle; you come to doubt whether there is any secret there; it seems that you touch the depths at once. But ten years later you return to it and enter still more deeply.’

Wat een pil: 662 bladzijden, bijna 6 cm dik. Benieuwd of Gide mijn aandacht weet vast te houden.

Ik vermaak me uitstekend met Gerbrand Bakkers Rotgrond bestaat niet. Over cultuurlandschap en natuur (Cossee, 2018). Bakkers manier van kijken is onderhoudend, zijn toon amusant. Toontje.

Voor Bakker is veel, zo niet alles, betrekkelijk. Steeds weer probeert hij de dingen tot hun juiste proporties terug te brengen.

Maar met betrekking tot het verdwijnen van planten- en diersoorten relativeert hij me toch te veel. Bakker lijkt onvoorwaardelijk in de veerkracht van de natuur te geloven: hier verdwijnt iets, daar komt er weer wat bij.

Op tweederde van het boek ben ik de term biodiversiteit nog niet één keer tegengekomen en heeft Bakker nog geen aandacht gewijd aan ecosystemen die verdwijnen of leefomgevingen die worden ontwricht. Dat verbaast me, in een boek als dit, wel.

Is dat erg? Nee. Het heeft iets recalcitrants. Wat ik dan weer innemend vind.

Update: op pagina 132 kom ik dan eindelijk het woord biodiversiteit tegen, en op pagina 133 nog tweemaal. Bottom line: Bakker moet niets van, in zijn ogen, onvoldoende onderbouwde doemscenario’s hebben. Bovendien is de natuur onvoorspelbaar.

Tja. Geef hem eens ongelijk.

Gerbrand Bakker was vijftig toen hij een oud huis in de Eifel kocht. Hij wilde al heel lang iets buiten, terug naar het platteland, maar niet terug naar zijn geboortegrond, in Noord-Holland, omdat hij bang was dat hij daar dan overspoeld zou worden door weemoed en melancholie. ‘Dat zou ik niet trekken,’ schrijft hij in Jasper en zijn knecht, ‘vandaar dat ik zo tevreden ben met heuvels en dalen, beuken- en sparrenbossen, beekjes en rivieren, zwarte ooievaars, ringslangen en hazelwormen (ik wil Koos van Zomeren en zijn vrouw hier nog eens uitnodigen), duizenden overtrekkende kraanvogels in maart (naar het noorden) en in november (naar het zuiden), een voor mij vreemde taal.’

Zat vanochtend al rond tienen aan de overkant van de Westersingel terwijl de zon langzaam door de sluierbewolking heen brak. Zitten schilderen tot de batterij van mijn iPad leeg raakte (ik schilder op een iPad Pro). Tegen enen weer thuis met razende honger en opgefrist hoofd.

Je thuis voelen, dat is wat Bakker doet in de Eifel en ik in het Friese gewest doe. Ik ben geboren in Haarlem en opgegroeid in Den Haag en Leiderdorp, maar ga er voor geen goud naar terug. Te veel mensen, te druk. Beton en bakstenen. Geef mij de lage Friese horizon maar, waarboven de duizelingwekkende wolken.

D3FBA97F-7335-44DC-BB4B-F8DF3366971E
Westersingel, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

‘Over de hele wereld raakt het water sneller op dan het wordt aangevuld’, lees ik in de ochtendkrant, we verbruiken te veel en verspillen te veel. De hoogleraar die wordt aangehaald is ‘positief over de toekomst, maar dan moet de wereld de komende jaren grote stappen zetten.’ Ik ben minder positief. Dé wereld is té verdeeld om grote stappen te kunnen zetten. Dikke kans dat er strijd wordt aangegaan. Lees vervolgens ook maar weer eens dat rundvlees om idiote hoeveelheden water vraagt, ruim 15.000 liter per kilo, en schrap alle vlees van mijn boodschappenlijstje.

Een uurtje door de stad gewandeld. Ik heb last van mijn linkerachillespees – oude kwaal – en moet het deze week wat rustiger aan doen. Het is vandaag alwéér grijs en alwéér winderig; ik word er zo langzamerhand behoorlijk sikkeneurig van. Thuis dan toch eindelijk begonnen aan het samenstellen van het eerste deel van mijn schrijversdagboek, dat een keuze uit mijn blogberichten uit de periode 2009-2017 omvatten zal. Zonder notenapparaat maar met een namenregister. Om het e.e.a. zelfstandig leesbaar te maken zal er ook moeten worden geredigeerd. Al met al best een klusje.

In bad aan Gerbrand Bakkers deeltje in de Privé-domeinreeks begonnen, Jasper en zijn knecht (2016). Had nog nooit wat van hem gelezen en moest wennen aan zijn, uh, enigszins houterige stijl. Maar hij boeit me vooralsnog wel. Ben benieuwd of zijn verhuizing naar de idyllische Duitse Eifel ook de uitwerking heeft die hij beoogde. Daarnaast wil ik weten wat Bakker van het dagboekschrijven bakt. De lineaire tijdlijn die aan het boek ten grondslag ligt en loopt van december 2014 t/m december 2015, wordt in elk geval herhaaldelijk doorbroken door herinneringen, oude verhalen, een terugkijken op het verleden.