Twaalf ambachten, dertien ongelukken. Wie telkens weer van beroep verandert, slaagt nergens in. Overgrootvader Geert Leupen oefende vele beroepen uit: wever, veldartillerist, dienstknecht, tapper (verkoper van alcoholische dranken), logementhouder, landbouwer, koopman en slager.

Wat kun je hieruit concluderen? Dat hij weinig goeds van zijn leven wist te maken? Nogal wat pech moet hebben gehad? Een arme sloeber was? Mijn moeder herinnert zich hem als ‘een hele aardige man’, maar mijn grootmoeder (Geerts schoondochter) haalde haar neus voor hem op en maakte hem uit voor ‘rassocialist’.

Mijn overgrootvader heeft de industrialisatie volop meegemaakt. Het zou me niet verbazen als hij vanwege mechanisering zijn eerste baantje, dat van wever, verloor. Gezien de verscheidenheid aan ambachten zat Geert niet gauw bij de pakken neer en nam van alles aan om zijn grote gezin te kunnen onderhouden.

Nu eens was hij in loondienst, dan weer probeerde hij als eigen baas zijn brood te verdienen. Het is niet zo verwonderlijk dat hij in deze omstandigheden sympathiseerde met het socialisme.

Uit alles wat ik inmiddels over hem weet komt een trotse man naar voren, die graag zelfstandig wilde zijn. In de kwestie betreffende de boerenplaats, waar ik hier eerder over berichtte, acteerde hij als een rouwdouwer. Daarnaast was hij gek met zijn gezin, bij elk huwelijk van zijn kinderen, dat zich soms ver weg voltrok, waren hij en Geertruid aanwezig.

Ik denk dat ik deze gozer wel mag.

De Varkensmarkt te Assen, waar Geert en Geertruid Leupen van 1891-92 woonden

Als genealoog, die de afstamming en verwantschap van zijn eigen familie naspoort, ben ik de schepper van mijn scheppers, en laat in het spoor van mijn zoektocht geschiedenis na, die ik ‘de onze’ zou willen noemen.

Onze geschiedenis, die haar ‘verenigde kracht’ ontleent aan het ouderschap, onze genetische en niet-genetische bijdragen aan de vorming van iedere nieuwe loot aan onze stamboom.

Mijn motief? Het verlangen naar eenheid.

Marjo, de jongste zus van mijn moeder, laat weten dat het gezin Leupen in april 1949 verhuisde van de Postdwarsweg 15 te Nijmegen naar de Botstraat 3 in Eindhoven. Bevat het Nijmeegs adresboek uit 1951—zie vorig bericht—(gedeeltelijk) oude informatie of bleef er wellicht een Leupen op de Postdwarsweg achter? Ik moet snel bij de broers en zussen van mijn moeder langs om hun herinneringen vast te leggen!

In oude edities van De Gelderlander kom ik drie berichten tegen waarin mijn grootvader Harm Geert Leupen wordt genoemd:

  • Maart 1937: de uitslag van ‘de jaarlijksche periodieke verkiezing voor leden van het bestuur der R.K. Werkl.-Vereen.’ Mijn grootvader had zich, 26 jaar oud, kelner van beroep, verkiesbaar gesteld en vergaarde 47 van de 323 stemmen.
  • December 1938: een uitgebreid artikel over de kelner, de man die de gasten bedient: ‘dat ambt moet hij goed verstaan, het eischt kennis en ervaring.’ Mijn grootvader wordt genoemd als een van ‘de heeren’ die cursussen verzorgen op het gebied van serveren.
  • December 1940: een zoekertje waarin mijn grootvader om een ‘R.K. meisje voor de morgenuren’ vraagt. Enkele weken daarvoor was dochter Greet geboren, het zesde kind van mijn grootouders.

Ik herinner me mijn grootvader vooral als een vriendelijke, kalme gepensioneerde die het liefst zijn tijd doorbracht in de moestuin en tussen de kippen. Als hij een sjekkie pielde kon hij me lachend over zijn bril aankijken en plagend vragen, ik was nog te jong, of ik er ook eentje wilde roken. Later hebben we samen nog wel eens een Gauloise gepaft.

Mijn grootmoeder had in mijn belevenis thuis de broek aan. Grootvader voerde uit. Maar of die rolverdeling ook zo duidelijk was als ik dat als relatieve buitenstaander ervoer, waag ik toch te betwijfelen. Uit bovenstaande krantenberichten komt een ambitieuze jongeman naar voren, die naast zijn werk en zich rap uitbreidende gezin kennelijk ook nog tijd vond voor vakbondswerk en het verzorgen van cursussen. Een verfrissend inzicht.

Maar dan dat rooms-katholieke. Tot nu toe heb ik in de overwegend Drentse familie van mijn grootvader geen greintje geloof kunnen ontdekken. En als er toch nog een geloof opduikt, dan lijkt het protestante vanzelfsprekender. De familie van grootmoeder Spann was daarentegen dik r.-k. Zou mijn grootvader Harm Geert in 1933, toen hij met zijn Gerarda trouwde, tot de rooms-katholieke kerk zijn toegetreden? Wat in voorkomend geval toch een daad van opoffering moet zijn geweest!

In de jaren 30 werkte mijn grootvader Harm Geert Leupen in dit hotel.

Muziektherapie voor druiven, kopte de krant van de week. Sinds 2008 klinkt al in honderden Franse wijngaarden muziek: om druiven te helpen in hun strijd tegen schimmels. Rond Bordeaux is de druivensterfte met 75% gedaald.

Nu is ook onze druif door schimmel aangetast. Daarom zette ik vanochtend maar eens een draagbare speaker in een vensterbank en liet Rondo alla Zingarese van Brahms door de achtertuin galmen.

‘Ze zijn niet allemaal gek hier,’ zei mijn moeder gisteren in de recreatieruimte van haar nieuwe verblijf, terwijl ze aandachtig om haar heen keek en van haar glaasje rode wijn nipte.

Nee, ik schrijf poëzie geen stille kracht toe. Anderen doen dat wel. Dikwijls in schimmige taal. Zoals Michael Cross, in zijn serie op Jacket2 over ‘de ontologische status’ van het gedicht:

‘Dit is de ware aard van de excessiviteit van het gedicht: het op losse schroeven zetten van de werkelijkheid door het amplificeren van haar breuklijnen, het vinden van een weg naar generatieve noviteit door het verstoren van ingewortelde opdelingen als subject/object en schrijver/lezer.’

Het heeft iets religieus.

Bericht van lieve nicht E. De behandeling van haar ernstig zieke echtgenoot A. is nog alleen gericht op ‘kwaliteit van leven’. Even bood niets me meer vertroosting.

Mijn moeder zegt dat ze is geboren aan de Postdwarsweg 15 te Nijmegen. Door in oude kranten en adresboeken te snuffelen heb ik achterhaald dat haar ouders in april 1935 verhuisden van Groesbeek naar de Elzenstraat 38 te Nijmegen, en in 1936 inderdaad aan de Postdwarsweg 15 woonden. Mijn moeder kwam in oktober 1935 ter wereld. In april van datzelfde jaar, tijdens de verhuizing van Groesbeek naar de Elzenstraat, verkeerde mijn grootmoeder dus al drie maanden in gezegende omstandigheden. Zouden mijn grootouders nog voor de geboorte van mijn moeder zijn verkast naar de Postdwarsweg of pas erna?

Nog een opmerkelijk detail: in tegenstelling tot de adresboeken in de jaren ervoor staat er in de editie van 1951 dat er naast mijn grootvader (met zijn gezin neem ik aan) ook nog de personen J.F.H.J. Elbers en B.J. Klein Gunnewiek aan de Postdwarsweg 15 verbleven. Mijn grootouders hadden op dat moment al negen kinderen. Dat moet een hele bedoening zijn geweest. Hielden ze wellicht kostgangers om wat centjes bij te verdienen?

Postdwarsweg 15, Nijmegen, via Google Maps

Bovenop de stapel lag een familiefoto waarop een van mijn overgrootmoeders van moederskant centraal staat, Maria Spann, geboren Eerden. Ze poseert samen met twee dochters, hun echtgenoten en een zootje kleinkinderen. Links heeft mijn grootvader Harm Geert Leupen een hand op de schouder van zijn oudste dochter (mijn moeder) gelegd, en helemaal rechts kijkt mijn grootmoeder Gerarda met nauwverholen trots in de camera. Ik schat dat deze foto in 1947 genomen is. Mijn overgrootmoeder is dan al enkele jaren weduwe.

Via het Gelders Archief vond ik een kopie van haar geboorteakte: Maria Eerden werd op 20 maart 1876 in Millingen aan de Rijn geboren. Haar vader Jacobus was op dat moment 37 jaar oud en riviervisser van beroep, haar moeder Margaretha, meisjesnaam De Bruijn, was twee jaar jonger dan Jacobus en zwaaide de scepter over het huishouden.

Stomtoevallig kreeg een oudere broer van Jacobus, Hermanus, op dezelfde dag eveneens een dochter: Helena. De vader van deze broers, Cristoffel Eerden, blijkt voordat hij riviervisser werd militair te zijn geweest. Hij is de derde militair die ik tot nu toe in mijn stamboom ben tegenkomen—de twee anderen zijn mijn vader (KVV’er geweest) en ikzelf. Ik heb nog veel uit te zoeken. Elke nieuwe genealogische vondst roept nieuwe vragen op.