Tagged:George Oppen Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • tonvanthof 16:55 op 17 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Günther Grass, George Oppen, John Ashbery, , Stephen Toulmin,   

    Nog altijd op zoek naar het beste boek van de wereld (zie o.a. dit bericht) kom ik in Maarten van der Graaffs debuutroman Wormen en engelen (Atlas Contact, 2017) de volgende passage tegen:

    ‘Het maakt uit of en aan wie je een verhaal vertelt. Zowel jouw leven als dat van de ander zal erdoor veranderen. Soms begrijp ik hoe ingrijpend het eigenlijk is om gesprekken te voeren waarin je daadwerkelijk iets wil verduidelijken. Het lijkt simpel, maar dat is het niet.’

    Een boek schrijven is inderdaad niet simpel, laat staan een goed, extraordinair of zelfs levensveranderend boek. Het boek dat in aanmerking wil komen voor ‘het beste boek van de wereld’ dat ík ooit gelezen heb zal van die laatste orde moeten zijn: levensveranderend. Dat boek zal op zijn minst mijn leven blijvend veranderd moeten hebben.

    En er zijn al boeken die dat hebben gedaan. Ze staan in mijn boekenkast. Vijf boeken van vijf blanke mannen (over dit laatste ontluisterende feit volgt nog een bericht). Twee dichtbundels, twee filosofische werken en één roman. In willekeurige volgorde (inclusief jaartal waarin het oorspronkelijke boek voor het eerst werd gepubliceerd):

    • Hotel Lautréamont, John Ashbery, 1992
    • De bot, Günther Grass, 1977
    • Handboek voor de levenskunst, Wilhelm Schmid, 2004
    • Kosmopolis: Verborgen agenda van de Moderne Tijd, Stephen Toulmin, 1990
    • Of Being Numerous, George Oppen, 1968

    Na Oppen en Ashbery ben ik andere poëzie gaan schrijven, Grass en Toulmin hebben mijn kijk op de Westerse geschiedenis ingrijpend veranderd en door Schmid ben ik anders gaan leven.

    Een levensveranderd boek of vijf op driekwart mensenleven. Dat moet beter kunnen.

    In de komende jaren zou ik nog graag een dozijn van dit soort boeken willen lezen. Maar hoe kom ik eraan?

     
  • tonvanthof 16:20 op 13 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: , George Oppen,   

    De afgelopen jaren heeft de Amerikaanse dichter George Oppen (1908-1984) bij een handjevol Nederlandse poëten, die regelmatig in Perdu rondhingen, in de belangstelling gestaan. Over mijn band met Oppen hield ik in 2010 nog een lezing onder de titel ‘A sense of being in the world’.

    Ik had begin dit millennium via internet kennisgemaakt met Oppens werk en wist niet beter of hij was toen nog een volslagen onbekende dichter in Nederland. Maar niets is minder waar. Een week of twee terug las ik op Facebook of in de weekmail van Terras dat J. Bernlef in zijn essaybundel Het ontplofte gedicht (1978) reeds over hem had geschreven. De Amerikaanse dichter, die in 1969 een Pulitzer voor Of Being Numerous had gekregen, leefde destijds zelfs nog. Bernlefs essaybundel heb ik vervolgens ogenblikkelijk via boekwinkeltjes.nl aangeschaft.

    En intussen gelezen. In een stuk over jazz, poëzie en ‘vormloze vorm’ wordt Oppen een kort optreden gegund. Aan bod komen zijn opmerkelijke levenswandel, zijn kijk op poëzie en het belang van zijn oeuvre. Knap dat Bernlef dat laatste al doorzag:

    ‘Oppens Collected Poems vormen een indrukwekkende prestatie, vooral door de niet aflatende hardnekkigheid waarmee hij iedere gemakkelijke oplossing uit de weg gaat en probeert een indruk in zo weinig mogelijk woorden zo min mogelijk vast te leggen.’

    Maar het meest opmerkelijke is de vergelijking die Bernlef maakt tussen de gedichten van Oppen en de schilderijen van Edward Hopper. De gesignaleerde overeenkomsten, die ik nog niet eerder was tegengekomen, vind ik verbluffend en van een verdomd-ja!-kwaliteit. Chapeau voor Bernlef. Ik citeer de passage:

    ‘Beiden hadden voorkeur voor de kust van New England, voor de architectuur van de Amerikaanse stad, voor een manier van kijken die vanuit de bewoonde wereld, meestal een kamer, naar buiten blikt, of andersom, maar altijd afgebakend door een raam, een lijst. Met hartstochtelijke verbetenheid houden zij vast aan hun visie: de mens is geen meester over de dingen, hij is zelf een ding onder dingen en de eenzaamheid die dat besef mogelijkerwijs met zich meebrengt dient in alle helderheid onder ogen gezien te worden (“I have not and never did have any motive of poetry / But to achieve clarity”). De stugge manier van schilderen van Hopper vindt bij Oppen zijn pendant in korte, rompachtige zinnetjes, samengevoegd in strofen van drie of vier regels, zoals deze:

    For we are all housed now, all in our appartments,
    The world unintended to, unwatched.
    And there is nothing left out there
    As night falls, but the rocks

    Het zou een beschrijving van een van Hoppers schilderijen kunnen zijn.’

    En is dat misschien ook wel.

     
  • tonvanthof 15:31 op 4 October 2017 Permalink | Beantwoorden
    Tags: Daniel Wildenstein, David Bromige, Drew Gardner, George Oppen, Gerrit Kouwenaar, , Levison Wood, Rachel Blau DuPlessis, Ruud Schaafsma, Victor Alexandrov,   

    Oké. Vooruit dan: ik ben een controlfreak. Geen extreem geval, maar toch eentje die een behoorlijk aantal onzekerheden wil uitbannen. Omdat ik niet graag iets kwijtraak, geef ik veel dingen een vaste plaats. Omdat ik overzicht wil blijven houden, structureer ik onophoudelijk zaken.

    Deze ordentelijkheid strekt zich ook tot mijn boekenkast uit: ik rangschik boeken op auteursnaam, niet op genre, en volgens de letters van het alfabet. Op een van de laatste planken ligt een ongeordend stapeltje lectuur: de boeken die nog gelezen moeten worden.

    Nu ik na enige maanden afwezigheid weer bij Goodreads terugben, heb ik grote drang om deze ongelezen lectuur op mijn Want-to-Read-lijstje te zetten. Verzet hiertegen heeft, weet ik, geen enkele zin. Daar word ik alleen maar ongedurig van. Dit zijn ze dan:

    • Adder onder adders: Mijn jeugd tijdens de Russische revolutie, Victor Alexandrov, De Arbeiderspers, 1966
    • T as in Thether, David Bromige, Chax Press, 2002
    • Flarf: An Anthology of Flarf, red. Drew Gardner e.a., Edge, 2017
    • Vet hart, Koenraad Goudeseune, Bokeh, 2016
    • De stem op de 3e etage, Gerrit Kouwenaar, Querido, 1960
    • 21 Poems, George Oppen, New Directions, 2017
    • The Selected Letters of George Oppen, red. Rachel Blau DuPlessis, Duke University Press, 1990
    • Verder struinen op IJsland, Ruud Schaafsma, eigen beheer, 2016
    • Gelatenheid, Wilhelm Schmid, De Bezige Bij, 2015
    • Monet or the Triumph of Impressionism, Daniel Wildenstein, Taschen, 2010
    • Walking the Himalayas, Levison Wood, Hodder & Stoughton, 2017
     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren
%d bloggers liken dit: