Het gedicht als revolutionaire gebeurtenis (5)

Bertold Brecht schreef het gedicht ‘Daurten wir…’:

Duurden wij oneindig
Dan veranderde alles
Daar wij echter eindig zijn
Blijft veel bij het oude

Volgens Hegel is de essentie van het eindige de herhaling en niet de afbakening, de grens, vage ruimtelijke intuïties: ‘de zich herhalende onvruchtbaarheid, de iteratie, het vasthouden aan Hetzelfde.’ Maar in de daad om te komen tot resultaat zit de mogelijkheid tot oneindigheid besloten: ons ‘immanente creatieve vermogen, die onvernietigbare kracht [om] buiten de grenzen te treden.’ De herhaling voorbij. Voor Badiou is vorm ‘wat de kunstzinnige daad aan nieuw denken mogelijk maakt.’ Kunst dient de mens ‘tot enige buitensporigheid tegenover zichzelf’ te dwingen.

Bertold Brecht schreef ook het gedicht ‘Und ich…’:

En ik dacht almaar: de eenvoudigste woorden
Moeten volstaan. Als ik zeg wat er is
Moet dit toch ieders hart verscheuren.
Dat je ten onder gaat als je je niet verweert
Dat zul je toch wel inzien.

Brecht vraagt zich af: Wanneer zal het nieuwe eindelijk komen? Elders geeft hij als antwoord: pas als alles in puin ligt. Een somber vooruitzicht, waar we in onze herhaling regelrecht op afstevenen. Alle reden om onszelf te haten. Ik pleit voor kunst die de mens in hoge mate veracht.

(Dit bericht verscheen eerder, op 16-04-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)