Om 02.15 uur wakker. Gevolgd door een gedachtestroom over zaken die nog geregeld moeten worden met betrekking tot de verhuizing van ma. Opgestaan toen de kerkklok vier keer sloeg.

Brief ontvangen waarin staat dat de as van pa op 5 juli jl. verstrooid is vanuit een vliegtuig over de Noordzee. Toen dit aan ma werd voorgelezen zei ze lachend: ‘Dat vind-ie leuk hoor, uit het vliegtuig!’

Zag een vlog over een gezellig samenzijn in een verlaten sanatorium in het Georgische plaatsje Skaltoebo, waar heet bronwater door de straten loopt. Een Georgiër, Wit-Russin en Londenaar brachten een toost uit op hun vrijheid & Europeaan-zijn. Kennelijk rekbare begrippen. En waarom ook niet!

Je zoekt het een, vindt iets anders:

  • de geboorte- en overlijdensakte van mijn overgrootvader Geert Leupen: geboren op 28 oktober 1863 in Gasteren (DR), overleden op 28 juli 1939 in Epe (GD);
  • de vermeldingen van de geboorte van mijn moeder in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant en De Gelderlander, beide op zaterdag 19 oktober 1935;
  • vijf edities van het Algemeen adresboek van de stad Nijmegen en omliggende dorpen, waaruit blijkt dat mijn grootvader Harm Geert Leupen van 1936-1951 met zijn gezin aan de Postdwarsweg 15 te Nijmegen woonde en al die tijd het beroep van ‘kellner’ (sic) uitoefende.

Laat ik nou onlangs met Tim tijdens onze 2-daagse wandeltocht in Drenthe in de uitspanning Pannenkoekenboerderij Brinkzicht te Gasteren thee met gebak hebben geconsumeerd! En mijn moeder is dus op een woensdag geboren (weetfeitje).

kelner: ‘ober, bediende in café of restaurant’; ontleend aan Duits Kellner, ontwikkeld uit Oudhoogduits kellenāri ‘keldermeester, beheerder van de voorraadkelder’, ontleend aan middeleeuws Latijn cellenarius, afleiding van klassiek Latijn cellārium ‘voorraadkelder, wijnkelder’.

Wat gebeurd is, is gebeurd:

  • halfjaarlijkse CLL check-up gehad: lichte lineaire stijging van witte bloedcellen (tevreden arts), suiker weer eens op het randje (jojo-effect);
  • verhuizing van moeders geregeld: over ruim twee weken rijdt er een verhuiswagentje voor;
  • moeders naar Almere gebracht: ‘Ga ik weer naar huis? Ik begrijp er niets van!’;
  • boodschappen gehaald: courgettespaghetti in plaats van échte (hoe suiker op je hersenen inwerkt!);
  • spontane e-mail ontvangen: waaruit blijkt dat ik in de Bilderdijkstraat (Haarlem) geboren ben (wat ik nog niet wist—mijn moeder kan zich de straatnaam niet meer herinneren).

Op de snelweg:

‘Hé, je mag hier maar negentig.’
‘Bij nat wegdek, ma.’
‘Maar het is hartstikke droog?’
‘Er hangt een bordje onder, waarop staat dat áls het wegdek nat is, je negentig moet rijden.’
‘Maar het is hartstikke droog! Hoe kán dat nou?’

Bovenop de stapel lag een familiefoto waarop een van mijn overgrootmoeders van moederskant centraal staat, Maria Spann, geboren Eerden. Ze poseert samen met twee dochters, hun echtgenoten en een zootje kleinkinderen. Links heeft mijn grootvader Harm Geert Leupen een hand op de schouder van zijn oudste dochter (mijn moeder) gelegd, en helemaal rechts kijkt mijn grootmoeder Gerarda met nauwverholen trots in de camera. Ik schat dat deze foto in 1947 genomen is. Mijn overgrootmoeder is dan al enkele jaren weduwe.

Via het Gelders Archief vond ik een kopie van haar geboorteakte: Maria Eerden werd op 20 maart 1876 in Millingen aan de Rijn geboren. Haar vader Jacobus was op dat moment 37 jaar oud en riviervisser van beroep, haar moeder Margaretha, meisjesnaam De Bruijn, was twee jaar jonger dan Jacobus en zwaaide de scepter over het huishouden.

Stomtoevallig kreeg een oudere broer van Jacobus, Hermanus, op dezelfde dag eveneens een dochter: Helena. De vader van deze broers, Cristoffel Eerden, blijkt voordat hij riviervisser werd militair te zijn geweest. Hij is de derde militair die ik tot nu toe in mijn stamboom ben tegenkomen—de twee anderen zijn mijn vader (KVV’er geweest) en ikzelf. Ik heb nog veel uit te zoeken. Elke nieuwe genealogische vondst roept nieuwe vragen op.

En dan komt het telefoontje tóch nog onverwachts: er is een kamer vrij voor mijn moeder in een zorginstelling in Bartlehiem. Maandag ga ik met haar kijken. Ik ben er zelf al geweest. Het is een prachtige verbouwde oude zuivelfabriek aan de Dokkumer Ee. Er ligt een grote tuin omheen en ze houden er kippen, konijnen en pony’s. In de omgeving verder niets dan weiland, koe, schaap, paard en hier en daar huis. Mijn moeder zal er verrukt over zijn. Maar er wonen ook oudjes die lichamelijk en geestelijk al (veel) verder heen zijn. Daar zal ze moeite mee hebben. Maar we laten haar ditmaal geen keus; langer in Almere blijven wonen is simpelweg geen optie meer.

Nog 999.999.999.999 bomen te gaan; wij hebben er nét eentje geplant. Die was overigens wel wat duurder dan € 0,27. Toch een tof klimaatidee. Nu de organisatie nog.

Heinrich Heine—De Harzreis. ‘Wat is angst? Komt zij voort uit het verstand of uit het gemoed?’

Heerlijk rondje—Fûns, Bears, Wirdum—gefietst; biertje bij Duhoux.

Heine zélf—zijn leven & werk—interesseert me niet zo, maar de idiotie (industrie?) eromheen—de dweperij, verkettering, detailstudies, prullaria—des te meer!

Boksum, 2019 © Ton van ’t Hof

Vanochtend zo druk geweest als een klein baasje: geschilderd, tekst gezet, boodschappen gedaan.

Vond ’s middags een kopie van mijn Diploma Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO), dat ik, na zeven jaar op en neer te zijn gefietst (4 km enkele reis) naar de Bona (Scholengemeenschap Bonaventura-Kijckenborg te Leiden), in juni 1978 uitgereikt kreeg. Mijn eindexamen omvatte de volgende zeven vakken: Nederlandse taal en letterkunde, Engelse taal en letterkunde, Geschiedenis/Staatsinrichting, Wiskunde I, Wiskunde II, Natuurkunde & Scheikunde. Gek genoeg worden de cijfers niet op het diploma vermeld. Voor ik aan de eindexamens begon stond ik voor zes van de zeven vakken onvoldoende. Gelukkig wist ik een eindsprintje in te zetten en slaagde met zeven zessen!

In het grote archief kwam ik ook nog rapporten tegen van mijn vader en moeder. Daar staan géén onvoldoendes op! Van mijn pa betreft het waarschijnlijk zijn laatste rapport van de lagere school, met een 9 voor gedrag en een 9 voor vlijt! Ma zat in 1951/52, 16 jaar oud, in de derde klas van de R.K. U.L.O. School te Eindhoven, en volgende er 18 (!) vakken. Ze werd ook nog eens beoordeeld op gedrag, vlijt, beleefdheid en orde, waar ze in het 3de trimester respectievelijk een 6, een 7, een 7 en een 6 voor scoorde. Toch vreemd om dit soort waarderingen voor je ouders te vernemen.

De drie do’s (dogma’s) van de Amerikaanse cursussen creatief schrijven: Write what you know; show, don’t tell; find your voice. Maar wat weet ik & wie ben ik?

Wow, op zijn eerste wandeldag door de Harz—niet bepaald vlak terrein—overbrugt Heinrich Heine bijna veertig kilometer! We noteren 1824. Heine is dan 26 jaar.

Gisteravond met goede vrienden bourgondisch getafeld en diep in het glaasje gekeken.

Heute bis drei im Garten gearbeitet. Onze druif heeft weer iets lelijks te pakken. Lijkt me geen galmijt dit keer. Daar moet ik van de week dus wat aan doen.

Will, de oudere broer van pa, gaat achteruit. Hij heeft moeite om de dood van mijn vader te verwerken. Ook is, met de inname van zijn rijbewijs onlangs, zijn mobiliteit verder afgenomen. En zo ebt druppelsgewijs de joie de vivre weg. Ik moet hem binnenkort eens opzoeken.

Jeroen Brouwers—Mijn Vlaamse jaren. ‘Soms kuch ik wel eens, maar geen mens die ervan opkijkt.’

Het is bloedheet. De poezen liggen uitgeteld in de schaduw op het vaalgele grind. Ergens dreunt een basgitaar. Het hondje—geen idee van wie—is gestopt met janken. De rosé hangt in het glas. Ik staar in de blauwe ruimte, een open einde tegemoet.

Belde gisternacht bij mijn vader aan. Ik stond beneden voor een gesloten haldeur. Dat is het mooie van dromen: daarin kun je na je dood blijven optreden, mits ze maar van iemand anders zijn. Ook op het vierde belsignaal kwam geen reactie. Ik keek omhoog maar zag niemand bewegen achter de ramen van de ruime seniorenflat. Ver kon-ie in zijn belabberde toestand toch niet zijn. Chagrijnig hield ik mijn vinger wel een eeuw op het zwarte knopje, totdat ik zijn gruizige stem door het luidsprekertje hoorde:

‘Geen mens komt erin, niet één enkele terrorist!’

Mannen en hun angsten.

‘Grijskopkievit gespot in Workum’. Wat groot nieuws is in Friesland, want breed uitgemeten op pagina 3 van het regionale dagblad. Het beestje moet de weg zijn kwijtgeraakt. Hij komt gewoonlijk alleen voor in Siberië, China en Japan, wat overigens best een riant leefgebied is. En als je als grijskopkievit dan toch in Workum bent aangeland, ga je natuurlijk even buurten, zoek je het ‘gezelschap’ op van je ‘bijna-soortgenoten, de gewone kievit.’ Wat ik me wel afvraag: hoe zou hij zijn neven en nichten hebben herként? Vogels weten veel meer dan wij denken.

En dan is daar toch ineens het bewijs: mijn zussen en ik werden inderdaad één dag na onze geboortes gedoopt. Uit het familiearchief vis ik drie getuigenissen op, die zijn opgemaakt door de geestelijken die ons ‘dit Sacrament’ toedienden. ‘Door het H. Doopsel werd [ik] Kind van God en lidmaat van de H. Kerk.’ Na mijn misdienaarschap, waarover later meer, nooit meer iets mee gedaan. Mijn doop vond plaats in de Sint-Antoniuskerk te Haarlem, in bijzijn van mijn in allerijl opgetrommelde peter en meter, respectievelijk de oudere broer van mijn vader, Will, en een jongere zus van mijn moeder, Gerda.

‘De rooms-katholieke, oosters-orthodoxe en de meeste protestantse kerken uit de tijd van de Reformatie kennen het kinderdoopsel (of kinderdoop), waarbij een kind zo vroeg mogelijk gedoopt wordt. Dit doet men naar aloude traditie en omdat de ouders krachtens hun christelijke overtuiging de heilzame of zelfs heilsnoodzakelijke werking van het doopsel niet mogen onthouden aan hun kind.’ (Bron: Wikipedia.)

En ik gok er vooralsnog op dat ma telkens, vermoeid als ze moet zijn geweest, is thuisgebleven.