Kaasstengels

Vroeg wakker, nokkievol adrenaline. Stelde na enig zelfonderzoek vast dat de oorzaak schuilt in een shitload aan aspiraties. Wat in mijn geval een terugkerend dingetje is en onderdeel lijkt te zijn van mijn persoonlijkheidsstructuur. Het goede nieuws: het gaat vanzelf weer over.

Mijn favoriete literaire personage? In elk geval niet de held.

Liep tegen de vader van de vader van de vader van de vader van mijn vader aan: oudouder Adrianus van ’t Hof, geboren in Heeze (1785) en overleden in Eindhoven (1857). Hij was metselaar van beroep en trouwde in 1814 met Hendrika van Baarschot, die op dat moment dienstmeid was, maar spoedig moeder zou worden.

Groot deel van de dag in de tuin gewerkt, gezonde bodemmicroben opgesnoven en emmers mos uit het grasveld geplukt. Hennie schilderde met kennelijk plezier een garageraam en verwijderde wortels en een gazen hek. Bezig blijven: de sleutel tot geluk?

At samen met m’n meissie in no time een doos kaasstengels – ‘verdraaid lekker’ – leeg.

De Olifant, Aldtsjerk, 2020 © Ton van ’t Hof

Toos Bol

Catharina Johanna Maria van ’t Hof, roepnaam Toos, stierf in 1995, in Heusden, als echtgenote van de bekende kunstschilder Kees Bol.

Kees en Toos trouwden in 1941, hij 25 jaar oud, zij 23. Hoewel hij al schilderde, verdiende Kees destijds de kost als kantoorbediende. Mijn vader heeft hem verscheidene keren opgezocht, om te praten over het schildersvak.

Toos was een dochter van een broer van mijn opa, en dus een volle nicht van mijn vader en een achternicht van mij. In de huwelijksakte lees ik dat haar ouders geen toestemming gaven tot het huwelijk met Kees. Door tussenkomst van de kantonrechter kon de verbintenis alsnog worden aangegaan.

Wat een toestand moet dat zijn geweest. Je vraagt je af waarom haar ouders Kees niet zagen zitten. Van enig standsverschil was geen sprake. Kees’ vader was bloemist, die van Toos huisschilder. Zou er een geloofskwestie aan de afwijzing ten grondslag hebben gelegen? Toos’ ouders waren, vermoed ik, streng katholiek, Kees kwam zelf uit de bijbelvaste bollenstreek. Enfin, je weet het niet.

Ik heb nog geen foto van mijn achternicht kunnen vinden, maar gelukkig heeft Kees zijn echtgenote vaak geschilderd. Er is zelfs een boek met alleen maar portretten van haar. Ik heb een exemplaar besteld.

Toos aan tafel met een olielamp, Kees Bol, 1962

Pekalongan, Midden-Java

Stormachtige wind en traag internet; er zijn leukere dingen.

Stormschade: drie afgebroken takken, groot formaat, van een van onze essen achterin.

De jongste broer van een van mijn overgrootvaders van moederszijde, Albert Spann, was veldwachter van beroep. Hij trouwde in 1921 met Wilhelmina Peperkamp en ging met haar in Balgoij, niet ver van Nijmegen, wonen.

In 1925 werd hun zoon Albert Henri geboren. Vlak na de Tweede Wereldoorlog nam hij dienst en werd als soldaat der 1e klasse ingedeeld bij het 3e Bataljon, 11e Regiment Infanterie, Limburgse Jagers.

Een boot bracht hem vervolgens naar Indonesië, om daar met zijn makkers de orde te herstellen. Albert Henri overleefde de politionele acties niet. Hij stierf op 3 november 1948 in het militair hospitaal te Pekalongan, Midden-Java.

Bidprentje, Albert Henri Spann, 1948

Op de versiertoer

Asjemenou: er lag een dikke drol op onze oprit.

Tijdens een wandeling veel kieviten gezien, foeragerend, om op te vetten, voor de lange tocht naar het zuiden. Daarboven: een wolkenveld op de versiertoer.

Ook nog noodreparaties uitgevoerd aan onze houten schuur, die aan een opknapbeurt toe is. Daarna, met het oog op de naderende storm, de buitentafels en -stoelen goed ingepakt.

Ik heb me er regelmatig schuldig aan gemaakt: het veroordelen, verfoeien of bespotten van anderen. Klootzak.

Voegde vandaag een onderwijzer, veldwachter en scheepstimmerman aan mijn stamboom toe. Machtig mooi vond ik dat.

Foudgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Gezegend

Na lang zoeken ontdekte ik vanochtend eindelijk waar twee oudere zussen van mijn overgrootvader Spann, uit Millingen aan de Rijn, naartoe waren gegaan: Duisburg, Duitsland. Hun mannen hadden daar werk in de binnenhavens gevonden.

Ze kregen er kinderen en zouden er alle vier, tussen 1914 en 1944, overlijden. Sommige kids vonden partners in Duitsland, andere in Nederland, Hoensbroek o.a.

En zo breiden families zich in allerlei richtingen uit.

Daarna gewandeld en op familiebezoek geweest. Wat me van de afgelopen weken is bijgebleven: de vele gesprekken die ik voerde over corona. Van gelijkgestemdheid was nauwelijks sprake. Nog erger dan bij voetbal.

Gelukkig waren we wel telkens met voldoende aardse wijn gezegend.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Kracht, allejezus

Zoals ik daar vanochtend zat, gekromd voor een joekel van een beeldscherm, ingespannen bezig met de opmaak van Gert de Jagers nieuwe dichtbundel, Het grote roeren.

Zoals ik vlak voor de lunch nog twee betovergrootouders opsnorde, retefanatiek, met voortanden op de onderlip: Johannis van Os en Wilhelmina van Melis, uit de buurt van Erp, Noord-Brabant, die voor een droge boterham hard op het land moesten werkten.

Zoals ik ook nog wandelen wilde, en nog ging ook, in korte broek en hoge wandelschoenen, langs graan op de halm en gerooide aardappelvelden, voornamelijk potertjes.

Zoals ik verlangend door de courgettesoep roerde en dacht aan de kracht, allejezus, waarmee de dag zich dagelijks vorm weet te geven!

Tout, au monde. Een spectaculair drama.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Onpeilbaar

Vannacht dwars door het onweer heen geslapen. De ravage in de tuin was groot, de hitte verdwenen. Vanochtend eerst boodschappen gedaan, daarna aan het opruimen geslagen.

Sommigen lezen dit blog, begrijp ik, niet zozeer om de inhoud, als wel de stijl. Hoewel ik mijn huidige leven niet bepaald duf zou willen noemen, begrijp ik dat. Hier staat plezier voorop, niet het overbrengen van betekenis.

’s Middags twee betovergrootvaders gevonden: Peter Verstraten (1838-1919) en Gertruda Haps (1841-1923), beiden geboren te St. Anthonis en overleden in het nabijgelegen Ledeacker, in het hart van de Peel. Ze werkten als boer en boerin en kregen drie zonen en twee dochters, onder wie mijn overgrootvader Lambertus Stephanus. Een paar van de kinderen voegden in de loop van hun leven stiekem een a-tje aan hun achternaam toe: Verstraaten.

Er zitten alweer eikeltjes aan de eikenbomen. Het regende alweer. Wat met orde te maken heeft, en helderheid geeft.

Deze dag had ook iets onpeilbaars.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Negentien

Zelfontplooiing is belangrijk, maar niet het belangrijkste. Dingen aanreiken is belangrijker.

Omdat ze over me heen liepen vroeg ik me af waar hun naam vandaan kwam: pissebed. Ik zocht het op en las in een oud boek over volksgeneeskunde dat je kinderen bij bedwateren een brij kunt laten eten waarin een paar pissebedden zijn meegekookt.

Vrij, klasseloos & wellevend. Stel je voor!

Nuttig? Of het nuttig is wat ik doe? Er is nog geen genre voor.

Mijn vader en ik trokken op dezelfde leeftijd het luchtmachtuniform aan: negentien.

Lambert van ‘t Hof, 1952

Aanmoediging

Gisteren is Gert [de Jager] bij ons langs geweest. Hij zag er topfit uit. Uiteraard hebben we, goed geluimd en bij vlagen gematigd optimistisch, geboomd over poëzie en verwante zaken. Hij moedigde me aan om weer wat vaker over poëzie te schrijven, ik twijfelde.

Ik krijg weer een pens. Actie graag!

Mijn betovergrootouders Ludovicus Bartholomeus Baijens en Johanna Gertruda van Hooff, van wie ik gisteren een foto publiceerde, kregen zes zonen en een dochter. Vier (!) zonen stierven kort na hun geboorte, twee zonen werden net als hun vader huisschilder en dochterlief trouwde, jawel, met een huisschilder.

Tussen de middag een tosti gegeten.

En vervolgens dan toch een nieuw blog aangemaakt, poëzielog, waarop ik vanaf vandaag mijn aantekeningen over poëzie zal publiceren.

Raard, 2020 © Ton van ’t Hof

Betrekkingen

Adam Smith was nogal geobsedeerd, hoorde ik, door samenhang.

Een van mijn betovergrootvaders heette Daniel, zonder puntjes op de e. Als hij daarentegen zijn handtekening zette, plaatste hij steevast een dubbele punt achter zijn enige voorletter: ‘D: van ’t Hof’.

Al om 11.30 u. op mijn luie reet in uitbundige zon. Boek: The Value of Ecocriticism.

‘Denken als een berg.’

Van twee andere betovergrootouders, Ludovicus Bartholomeus Baijens en Johanna Gertruda van Hooff, kreeg ik een foto in handen, die eind 19e eeuw is gemaakt. Ik zocht naar gelijkenissen maar vond ze niet. Bij Johanna moest ik wel denken aan het Nepalese segment (0,8%) in mijn DNA.

Ludovicus Bartholomeus Baijens & Johanna Gertruda van Hooff