De Rutgersneus

Eergisteren werd ik verblijd met een portret van mijn overgrootouders Geert Leupen en Geertruid Rutgers; eindelijk weet ik hoe ze er op middelbare leeftijd uit zagen. Ik had nog niet eerder een foto van ze gezien. Ik vermoed dat ze toentertijd al, rond 1925, in buurtschap Wissel, vlakbij Epe (GD), woonden.

Hoewel Geert een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken was, maken hij en Geertruid hier geen onbemiddelde indruk. Hun serieuze blikken verraden een tijdperk ver voor de selfie.

Ik heb me altijd afgevraagd van wie Tim zijn rechte neus heeft, maar deze pic lijkt een aanknopingspunt te bieden.

In druilregen door het Drentse land van mijn voorouders gereden. Gestopt in Peest (bij het huis waarin mijn betovergrootvader Jan Leupen kort woonde en stierf), Gasteren (bij het huis waarin mijn oom Hindrik Leupen woonde), Anloo (waar talloze Leupens zijn gedoopt), Eext (waar overgrootmoeder Rutgers vandaan kwam) en Rolde (waar grootvader Geert Leupen een logement hield).

In Makkinga (FR) nog het graf van Lammegien Leupen bezocht, de oudste zuster van mijn grootvader van moederskant. Lammegien werd in 1896 in Assen geboren, trouwde in 1914 met boerenknecht Pieter Hendriks Tjassing en legde in 1970 het moede hoofd neer.

Naast het graf van Lammegien en Pieter lagen nog drie Tjassings, die zomaar zonen van hun zouden kunnen zijn geweest: Hendrik, Fedde en Gerard.

PS Heb via AlleFriezen kunnen achterhalen dat Hendrik inderdaad een zoon van Lammegien en Pieter was, die in 1946 op 31-jarige leeftijd ‘door een noodlottig ongeval’ plotseling van zijn familie werd weggerukt.

Mijn betovergrootvader Jacob Rutgers werd in 1831 te Anloo (DR) ter wereld gebracht en groeide in armoe op. Hij zou het schoppen tot boerenknecht, landbouwer en arbeider.

De gemeente Anloo was toentertijd 9162 bunders (ruim 90 km2) groot en had drieduizend inwoners (33 inwoners/km2; thans heeft Drenthe bijna 200 inwoners/km2).

Jacob sleet zijn leven op dit postzegeltje. Hij moet veel van zijn streekgenoten hebben gekend. In 1855 trouwde hij met Annechien Thijs uit het dorpje Eext, dat ook tot de gemeente Anloo behoorde.

Ze kregen drie dochters: Harmtien, die al op 5-jarige leeftijd stierf, nog een Harmtien en Geertruid, mijn overgrootmoeder. (Geertruid zou zich in 1891 met Geert Leupen verbinden.)

Toen Annechien Thijs in 1875 overleed, 46 jaar oud, bleef Jacob met twee jonge dochters, 12 en 7, achter. Wat te doen? Hij zocht warmte om de hoek, bij weduwe Annechien Wilbers, die tevens op zijn dochters kon passen terwijl hij de woeste gronden bewerkte. Het isolement van de armen. Ze traden in 1879 in de echt met elkaar.

En dan de voorzienigheid: in 1891 stapte Harmtien Rutgers in het huwelijksbootje met Roelof Vedder, een zoon uit het eerste huwelijk van Annechien Wilbers. Harmtien en Roelof zouden meer dan 57 jaar bij elkaar blijven, te Eext.

Een duizenddingendag. De highlights: op basis van de proefdruk de laatste veranderingen in mijn nieuwe bundel aangebracht; onder fonkelende zon twee uurtjes gefietst; een flesje Kammeraat. Russian Imperial Stout (gebrouwen in Friesland) opengetrokken.

De verspreidingskaart van de familienaam Leupen bestudeerd. In het Nederland van 2007 kwam Leupen 254 keer als achternaam voor. De verspreiding in de oostelijke helft van Nederland komt me bekend voor; daar huist mijn familie. Met de Leupens uit het westen lijken we, vooralsnog, niet in directe connectie te staan. Maar wat niet is, kan nog komen.

Las dat Leupen een afleiding (patroniem) zou kunnen zijn van de Germaanse voornaam Lodebert of Liebert, Lieboud.

Kwam ook nog een bedrukte Koos van Zomeren tegen, in Nog in morgens gemeten. Nieuw Herwijns dagboek (2006). Van Zomeren is iemand die graag zou willen dat het leven zin heeft, en als hij beseft dat dat niet zo is, wat regelmatig voorkomt, kan hij lichtelijk neerslachtig worden. Zoals nu:

‘Onverschillig voor onze beslommeringen verstrijken de jaren. En dan is het, geloof ik, niet zozeer het besef van de dood dat me beklemt, maar het besef van de nutteloosheid van de dingen die je je leven lang met je meesleept. Wat doet het ertoe waar je je ooit hebt thuisgevoeld, wat maakt het uit waar je ooit van gehouden hebt? Terwijl de aarde maar doordraait en steeds warmer schijnt te worden, worden onze dromen kouder en kouder.’

Koos van Zomeren
Vrouwenparochie, 2019 © Ton van ’t Hof

Nijmegen, net na de bevrijding schat ik. Links staat mijn moeder, rechts haar hartsvriendin Els, die met de broer van mijn vader zou trouwen en veel te vroeg van ons heen is gegaan. Ze hebben nette kleren aan, poseren, Els lachend, mijn moeder met een wat ernstigere blik; zoals ik ze later ook zou leren kennen. Zou het leven hebben gebracht wat ze ervan verwachtten? Sommige dromen zullen zijn uitgekomen, andere niet. Opvallend: dat ding dat boven hun hoofd hangt.

Ria Leupen (links) & Els Coerwinkel, Nijmegen, ca. 1945

Berekende vanochtend onze ecologische footprint: als iedereen leeft zoals Hennie en ik dan zouden er volgens footprintcalculator.org 2,6 aardes nodig zijn. De gemiddelde Nederlander scoort op deze meetlat overigens een 3,6. En ik wil onze footprint nog verder verkleinen, o.a. door de aanleg van een moestuin op ons nieuwe stukje land en de overname van enkele kippen.

In een boek over het Drentse dorp Gasteren, waar enkele voorouders van me woonden, kwam ik een oude foto van ene Geert Leupen tegen. Omdat Geert Leupen de meest voorkomende naam in mijn stamboom is duurde het even eer ik erachter kwam welke Geert het hier betreft: de kleinzoon van een broer van mijn oudvader Hindrik Leupen. Deze Geert werd in 1884 geboren en is landbouwer en wever van beroep geweest. Hij stierf na 1955. Onderstaande foto is vermoedelijk in de jaren dertig van de vorige eeuw gemaakt, en ik denk een gelijkenis met mijn grootvader te zien.

Bijzonderheid: mijn oudvader Hindrik Leupen, van wie hierboven sprake is, werd in 1810 in Hesepe (D) geboren, trouwde in 1834 met Willemtje Sloots en overleed in 1846, pas 35 jaar oud, te Gasteren, doodsoorzaak onbekend. Acht jaar later hertrouwde Willemtje met Hindriks jongere broer Geert. Uit dit huwelijk werd Hindrik geboren, de vader van de Geert die hieronder op de foto staat.

Willemtje Sloots (1808-1887) is dus de grootmoeder van Geert hieronder en tegelijkertijd mijn oudmoeder.

Kwam in een doos vol oude papieren de bidprentjes van mijn opa & oma van vaderszijde tegen. Mijn opa ging naar de hemel toen ik twaalf was, mijn oma volgde hem dertien jaar later. De bidprentjes wekten vage herinneringen op. Aan sigarenrook en groentensoep met balletjes. De miniportretjes las ik keer op keer over:

‘Reeds lang voelde hij dat zijn gezondheid slechter werd, maar zoals dat altijd was geweest, had hij alleen maar belangstelling voor zijn goede vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen en de vele vrienden die hij had. Hij klaagde nooit om [sic] zichzelf, maar was bedroefd omdat hij voor zijn vrouw niet meer kon doen wat hij zo graag wilde.’

‘Zij was een lieve, zorgzame en gelovige vrouw die altijd voor iedereen klaar stond. Fijn dat ze in haar laatste moeilijke jaren iemand vond die haar liefdevol terzijde stond.’

Deze portretjes wierpen nieuwe vragen bij me op.

Vanmiddag een huis in Brantgum bezichtigd & een openingsbod uitgebracht.