Zo lang als ik me kan herinneren ben ik een hapsnap lezer geweest. Nooit één boek van A tot Z, maar steeds kleine stukjes uit een boek of vijf, tien of vijftien. Omdat ik die boeken ook nog laat slingeren, maak ik een rondgang door ons huis; op dit moment lees ik:

  • Monet at Argenteuil, Paul Hayes Tucker, 1982, Yale University Press
  • The Poetics of Space, Gaston Bachelard, ed. 1994, Beacon Press
  • Kunst zien en begrijpen, Herbert Read, Prisma, 1961
  • Zo vliegen de walvissen, Laura Demelza Bosma, Holland, 2007
  • Nachtroer, Charlotte Van den Broeck, Arbeiderspers, 2017
  • Inventions of a Barbarous Age: Poetry from Conceptualism to Rhyme, Robert Archambeau, MadHat Press, 2016
  • Alle vogels, Koos van Zomeren, Arbeiderspers, 2017
  • As Ever: Selected Poems, Joanne Kyger, Penguin Books, 2002 (e-boek)
  • I Am Flying Into Myself: Selected Poems 1960-2014, Bill Knott, Farrar, Straus and Giroux, 2017 (e-boek)
  • The Work of Art in the Age of Deindustrialization, Jasper Bernes, 2017, Stanford University Press (e-boek)

Kunst, filosofie, geschiedenis, natuur, literatuurwetenschap en poëzie. Een partieel overzicht van mijn interessegebieden. Ik ga graag een gesprek met meerdere, uiteenlopende boeken aan. Dat stimuleert me. Er zijn poëziebundels uit voortgekomen. En veel blogberichten.

Vrijdag, 19 mei 2017

Ik kende de Franse filosoof Gaston Bachelard (1884-1962) niet en weet ook niet meer wie me op zijn boek The Poetics of Space uit 1958 wees. Veelzeggend is wel dat de Engelse vertaling uit 1994 nog steeds in druk is. Daarin lees ik:

Poetry puts language in a state of emergence, in which life becomes manifest through its vivacity.

Bij Bachelards opmerking dat het leven zich manifesteert in de ‘levendigheid’ van poëtische taal, heb ik niet een-twee-drie beeld, maar bij de dichter als lantarenopsteker des te meer: poëzie brengt woorden aan het licht, stelt taal in staat om in al zijn rijkdom te verschijnen. Dit komt in de buurt van mijn eigen poëtische praktijk.

Ik heb Robert Anker eenmaal de hand geschud, net na mijn Contrabastijd, waarbij hij me gulloos aankeek, alsof hij de hand van een dissident schudde.

Ik meen dat Awater ooit één Stanzabundel heeft besproken, eentje van Frank Keizer. Om een principiële kwestie kan het hier dan ook niet gaan.

Ik geloof nu toch dat het Robert Archambeau was, die me op Bachelard & zijn boek wees.

In poetry, non-knowing is a primal condition. – Gaston Bachelard

Een literaire criticus is een lezer die …

Gaston Bachelard in The Poetics of Space (1958):

A literary critic is a reader who is necessarily severe. By turning inside out like a glove an overworked complex that has become debased to the point of being part of the vocabulary of statesman, we might say that the literary critic and the professor of rhetoric, who know-all and judge-all, readily go in for a simplex of superiority.