10.52 u. Motregen, korte stadswandeling, voormalige Westerkerk & duiven (Columba livia). Richel als vluchtplaats. Gekir. En heul veul vogelpoep. ‘De stadsduif wordt soms wel gevleugelde of vliegende rat genoemd.’ (Zie foto.)

14.52 u. Griepprik gehaald.

16.22 u. Gary Snyder (1930) trouwde in 1991 voor de vierde keer, ditmaal met de zeventien jaar jongere Carole Lynn Koda, met wie hij tot haar dood in 2006 getrouwd zou blijven. Over Caroles moeder schreef hij het volgende:

KOFFIE, MARKT, BLOESEM

Mijn Japanse schoonmoeder
geboren in Amerika
hard tegen bemiddelaars
een slimme handelaar
werkte, toen ze opgroeide, op blote voeten
in de delta, op de boerderij.
Houdt niet van Japan.
Zit in de vroege ochtend
bij het raam, koffie in de hand,

en kijkt naar kersenbloesem.
Jean Koda
kan het best zonder gedicht af.

17.22 u. Twee mededelingen: (1) ‘Oostenrijkse wetenschappers vonden 9 soorten microplastics in menselijke ontlasting.’ (2) ‘Tien producten die doorgaans maar éénkeer gebruikt worden, mogen vanaf 2021 niet langer van plastic worden vervaardigd. Dat heeft het Europees Parlement woensdag besloten. Het gaat onder meer om rietjes, bestek, borden, roerstokjes en wattenstaafjes.’

18.05 u. Denk: Lofzang op de onsterfelijke wind: wat een prachttitel (van het 5e studioalbum van de Japanse postrockband Mono)!

20.30 u. Van PSV-Tottenham (tussenstand 1-2) overgeschakeld naar Tussen kunst en kitsch: na drie wedstrijden weten we het zo langzamerhand wel: PSV heeft helemaal niets in de Champignons League te zoeken. PS Toch nog 2-2 geworden; heeft de Allerhoogste zich in de loop van deze wedstrijd gemengd?

21.05 u. Mijn weerstand tegen verkoudheid is zojuist doorbroken.

96FF338B-E01B-4619-AF38-6BD193EBD333
Voormalige Westerkerk, Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

19.46 u. Tegen de middag met de trein naar Deventer afgereisd om met de oprichters van de gloednieuwe uitgeverij Petrichor – Jeroen Diepenmaat, Matthias Kaljouw en Martin Knaapen – te praten over mijn ervaringen in het uitgeefvak.

(Deventer, de stad waar mijn vader geboren is en mijn grootvader enkele jaren in een schoenenzaak werkte.)

Petrichor geeft boeken uit ‘op het gebied van kunst en poëzie’ en lanceerde onlangs het eerste nummer van het kunst- & poëzieblad petrichor, dat viermaal per jaar zal verschijnen.

Grijze dag. Was zelf een stuk opgewekter. Las in de trein Gary Snyders fabelachtige poëziebundel Danger on Peaks (Shoemaker & Hoard, 2004), waarin hij onder andere zijn beklimmingen van Mount Saint Helens beschrijft. Ik herinner me nog beelden van de klap waarmee deze vulkaan in 1980 uitbarstte en tientallen mensen het leven benam. Over de dood van een van hen zegt Snyder het volgende:

a calm voice on the two-way
ex-navy radioman and volunteer
describes the spectacle – then
says, the hot black cloud is
rolling toward him – no way
but wait his fate

Openhartig gesproken met drie artistiekelingen die niets liever willen dan de kunsten een platform bieden. Hun uitgaven zien er pico bello uit. Dit initiatief kan uitgroeien tot iets moois.

(Het Deventer biertje dat ik dronk, DAVO Surf Ale, smaakte overigens verdomd goed!)

Nog eenmaal Snyder:

EEN BUTS IN EEN PUTEMMER

Ik klop een buts uit een putemmer
     vanuit de bossen
          reageert een specht

20.34 u. Ronald de Boer tijdens de voorbeschouwing: ‘Het gaat er vandaag echt om, denk ik, geen domme fouten weg te geven.’

F8DC2782-5F59-4431-B971-2D032EEE1D9F

Gary Snyder werd in 1930 in San Francisco geboren. Zijn jeugd bracht hij door op een boerderij in de staat Washington. Hij studeerde antropologie, literatuur en Aziatische culturen en talen, en werkte in de jaren 50 op zee en in de houtindustrie. Daarna raakte hij geïnteresseerd in het zenboeddhisme en bezocht Japan verscheidene malen. Voor zijn bundel Turtle Island (1974), waaruit onderstaand gedicht (in mijn werkvertaling) afkomstig is, ontving Snyder de Pulitzer Prijs voor Poëzie.

WAAROM BOOMSTAMTRUCKERS VROEGER OPSTAAN DAN ZENSTUDENTEN

Op de bestuurdersstoel, halfdonkere nanacht,
Blinkend gepoetste naven
En de glimmende dieseluitlaat
Wordt heet en fluttert
Op de glooiende Tyler Road
naar de rooiplek bij Poorman Creek.
Dertig stoffige mijlen.

Een ander leven is er niet.

De titel trok direct mijn aandacht: hij belooft een antwoord op een vraag die niet in mijn gedachten zou zijn opgekomen, maar niettemin intrigerend is. Titels kunnen ertoe doen. Daarna zet Snyder de lezer even achter het stuur van een zware truck waarmee boomstammen worden vervoerd. Hoe vaak ben ik zelf niet voor dag en dauw opgestaan en naar een of andere werkplek gereden! In tegenstelling tot veel trucks blonk mijn dienstauto echter nauwelijks en hoefde er ook niet in te worden gewoond. Toch laat de trots van een trucker op zijn truck zich goed indenken. Met weinig woorden weet Snyder in de eerste strofe veel resultaat te behalen. Dat is knap.

Dan het eenregelige antwoord: boomstamtruckers staan vroeger op dan zenstudenten omdat dat nou eenmaal zo gaat, bij het vak van trucker hoort, waarin het maken van lange zware dagen de normale gang van zaken is. Omdat ze niets anders dan trucker zouden willen zijn. Een ander leven is er niet.

Ik geloof dat ik vooral voor de oprechtheid van dit ongecompliceerde gedicht val.

09BFBD63-31D8-4612-B288-B28B6864B422