Ontsnappen aan de massa

Zin is de ervaring dat we ertoe doen.


Wat maakt het leven de moeite waard? is een vraag van alle tijden. Filosoof Jan-Hendrik Bakker gaat in zijn boek In stilte: Een filosofie van de afzondering voor een eigentijds antwoord te rade bij kluizenaars die hun verhalen in egodocumenten hebben geboekstaafd, onder wie Kierkegaard, Nietzsche, Baudelaire, Merton en Thoreau. Omdat kluizenaars zelden zelfmoord plegen was bij hem de vraag gerezen of het zou kunnen ‘dat in de extreme omstandigheden van de eenzaamheid de fundamentele waarden van het bestaan weer gaan spreken?’ Met het hedendaags individualisme heeft Bakker niet veel op:

De neoliberale opvatting van wat het betekent mens te zijn is tegenwoordig dominant geworden. De versmalling van het individuele bestaan tot een egoïstisch streven naar steeds meer consumptie doet het menselijke bestaan geweld aan. Het gebod om van het leven te genieten, om vooral het (eigen) geluk na te jagen, heeft alles wat met existentieel ongemak te maken heeft verbannen naar een plaats achter de coulissen van de welvaart.

Kluizenaars zijn er sinds mensenheugenis geweest. Vaak gaat de afzondering gepaard met een strenge en vrome leefwijze, de ascese:

De ascese heeft twee kanten. Ze laat zien aan anderen hoe overbodig overdaad is, er zit dus een demonstratief element in, zoals bij Diogenes. Maar ze is ook bedoeld om de persoon die de ascese op zich neemt tot de essentie van zijn eigen bestaan te brengen. Dat is de existentiële kant van de ascese. Uiteraard kunnen beide goed samengaan.

Bakker is vooral geïnteresserd in de zogenaamde ‘wereldse ascese’, die wil ontsnappen aan de massaliteit om daar een politiek getinte onthouding van aardse genoegens tegenover te stellen.

Veel kluizenaars trekken zich terug in de natuur. Daar blijken door de eeuwen heen verschillende motieven voor te zijn geweest. Waar de één verlangt naar stilte en harmonie, wil de ander een confrontatie met zichzelf aan of de wereld laten zien dat er maar weinig nodig is om een zinvol bestaan te leiden. Wel wordt je zelf in afzondering je belangrijkste gesprekspartner:

Nu maakt het een groot verschil waar dat innerlijk gesprek plaatsvindt. De eenzaamheid in de natuur is iets anders dan in een culturele omgeving. […] Als alle culturele signalen van een gemeenschap ontbreken verandert daardoor de aard van het zelfgesprek. Ik ben alleen met mezelf en niet te midden van anderen. Maar ik ben niet uitsluitend alleen met mezelf, ik ben ook tegenwoordig in een omgeving die niets met menselijke cultuur te maken heeft en desondanks bestaat, groeit, sterft en weer opkomt.

Romantici zien in de ontmoeting van mens en natuur een vreugdevolle samensmelting van de menselijke ziel met de geest van de natuur. Ook kan het treffen met een natuurverschijnsel leiden tot een sublieme ervaring: het overweldigend besef van een grote aanwezigheid buiten ons dat stil maakt. De Franse reisauteur Sylvain Tesson weet tijdens een eenzaam verblijf van zes maanden in de Siberische wouden de tijd ‘te stillen’ en zich te bevrijden van elke prestatie- of productiedwang: in plaats van zijn eigen leven komt het ritme van de natuur centraal te staan.

Wildernis is de ontkenning van alles wat cultuur is, daarom trekt zij onweerstaanbaar in tijden dat de menselijke beschaving voor sommigen verstikkend wordt.

Later meer over dit inspirerende boek.

In stilte: Een filosofie van de afzondering, Jan-Hendrik Bakker, Atlas Contact, 2015: via bol.com.

Over de kunst van het reizen

Waarom reizen we? En dan bedoel ik niet het pendelen tussen kantoor en thuis maar het zwerven, het ogenschijnlijk doelloos rondtrekken, tijdens vakanties bijvoorbeeld, van A naar B naar C etc. In De kunst van het reizengeeft Alain de Botton daar geen sluitende verklaring voor. Uit individuele motieven probeert hij meer algemene beweegredenen te deduceren. Zo wordt de Britse romanschrijver Raymond Williams aangehaald – reizen als ‘alternatief voor het zelfzuchtige welbehagen, de gewoonten en de beslotenheid van de alledaagse samenleving’ – en ook Gustave Flaubert, die wilde ontsnappen ‘uit de gegoede kleinburgerlijkheid’ en in zijn dagboek uitriep: ‘ik verveel me, ik verveel me, ik verveel me’. Hang naar exotisme is volgens De Botton een veelvoorkomende aanleiding tot het pakken van de reiskoffers:

‘[D]e charme van een buitenlands oord [komt] eenvoudig voort uit het besef dat het nieuw en anders is, dat je er kamelen aantreft waar thuis paarden zouden rondlopen, dat je er onopgesmukte panden vindt, waar thuis zuilen zouden staan. Maar misschien is er sprake van een nog groter genoegen: misschien waarderen we uitheemse elementen niet alleen omdat ze nieuw zijn, maar omdat ze beter in overeenstemming lijken met onze aard en overtuigingen dan al wat ons eigen land te bieden heeft. […] Wat we in het buitenland exotisch vinden kan precies datgene zijn waarnaar we vergeefs hunkeren in ons eigen land.’

Ook nieuwsgierigheid kan ons volgens De Botton aanzetten tot reizen, waarbij hij Nietzsche citeert, die onderscheid maakte tussen het verlangen naar nieuwe feiten, dat ooit ontdekkingsreizigers dreef, en het loffelijke gebruik van ‘reeds welbekende feiten voor innerlijke, psychologische verrijking.’ De Botton beseft wel dat niet iedere reiziger als vanzelfsprekend interesse heeft in, bijvoorbeeld, de fresco’s aan de muren van een oude kerk; aan nieuwsgierigheid liggen namelijk prikkelende vragen ten grondslag:

‘Als kind willen we weten: “Waarom is er goed en kwaad?” “Hoe zit de natuur in elkaar?” “Waarom ben ik ik?” Als de omstandigheden en het temperament het toelaten, breiden we deze vragen gedurende onze volwassenheid uit en richt onze nieuwsgierigheid zich op een steeds omvangrijker gebied van de wereld, totdat we op zeker moment die ondefinieerbare fase bereiken waarin niets ons meer verveelt.’

Als je fresco’s of andere uitheemse zaken niet in verband kunt brengen met kwesties die je bezighouden, dan blijven ze vaak stomvervelend. En dan kunnen sommigen af en toe, in een vreemde omgeving, ‘worden overvallen door de sterke behoefte in bed te blijven en het volgende vliegtuig naar huis te nemen.’

De kunst van het reizen, Alain de Botton, Pandora, 10e druk, 2009