Terwijl ik na de lunch in de zon zat met een welverdiend glas witte wijn—de schutting staat!—dacht ik na over de afgelopen weken. Het was niet altijd even eenvoudig geweest.

Maar, besloot ik, het hoeft ook niet altijd allemaal eenvoudig te zíjn.

Nu ma nog onderbrengen in een zorginstelling; ze heeft de indicatie ‘beschermd wonen met intensieve dementiezorg’ gekregen.

Gordelroos. Ik heb al ruim een week last van fucking gordelroos!

Desondanks is mijn leven leefbaar, en wil gezien worden.

En als het effentjes niet meer gaat, probeer ik ter verluchtiging de grapjurk uit te hangen. Ofschoon ik—en daar schuilt de humor in—helemaal geen grapjurk bén.

Grasduinde wat online en begreep dat er een discussie gaande is:

‘Nogal wat literatuurwetenschappers […] willen niet zozeer achterhalen wat een goede roman van een slechte onderscheidt, of een literaire zin van een niet-literaire, maar zien zichzelf als een “empowerende” maatschappijkritische kracht: met hun superieure leesvaardigheden en interpretatieve vermogens zijn ze in staat verborgen machtsstructuren bloot te leggen in teksten, in een permanent j’accuse. Hun opdracht is niet het analyseren van literaire producten, maar het veranderen van de samenleving. Die missie wordt geestdriftig uitgedragen, door aansluiting te zoeken bij gender studies […] en door te schermen met begrippen als intersectionality.’—Freek Van De Velde in Neerlandistiek

Waar ik mij wel in herkennen kan.