06012017

Gisteravond maakte een luisteraar van Radio 4 me wijs dat David Sylvian de Schubert van deze tijd is. Ik geloof niet dat ik die associatie deel. Wel was zij aanleiding om weer eens naar de prachtige stem van Sylvian te luisteren.

Vannacht bij mijn dochter geslapen, die in de buurt van het ziekenhuis woont, waarin ik vanochtend een CLL routineonderzoek moest ondergaan (a.s. maandag pas uitslag). Kwam onderweg de zonsopgang tegen.

img_4048
Landschap 49, Putten, 2017 © Ton van ’t Hof

Eenmaal thuis eerst wat gelummeld en daarna besloten om toch maar mijn boekenverzameling te catalogiseren. Al was het maar om elk boek nog eens grondig door mijn handen te laten gaan, er herinneringen aan op te halen.

Vandaag was de dichtbundel De Karavaan van Bertus Aafjes aan de beurt, door J.M. Meulenhoff in 1953 uitgegeven. Ik meen dat ik het hardcover exemplaar lang geleden voor een paar gulden op de Deventer Boekenmarkt heb aangeschaft. Het ruikt muf en er zit (waar kom je dat nog tegen!) een erratum in:

Pagina 60, 5e regel, lees:
Klein als hij was, leek hij een grote paaskaars,

en laatste regel:
Boven de paaskaarsgloed. Gothiek van zegen.

Nieuwsgierig sla ik pagina zestig open en lees ‘paarskaars’ en ‘paarskaarsgloed’.

Deze bundel heeft ongetwijfeld mijn aversie tegen Aafjes aangewakkerd: dit is poëzie van de kleine catechismus, een onverdraagbaar zoet wereldbeeld van priesterlipjes. Geen enkel gedicht vind ik de moeite waard. Wat niet geldt voor het motto, dat is ook nu nog (of juist nu) ijzersterk:

6357d9da-9fcb-427c-bae8-6b54bff2417b