Achteruitgang insecten

In het Nederlands Dagblad van 3 april jl. staat een artikel van Petra Noordhuis over insecten in Nederland: hun aantal zou de afgelopen decennia met meer dan de helft zijn afgenomen. De wetenschappers die aan het woord komen baseren deze conclusie op de weinige insectentellingen die zijn gedaan. Het bewijs is dun. Om tot beter gefundeerde uitspraken te komen is meer feitenkennis nodig.

Ook over de oorzaak van de afname lopen de meningen uiteen: waar de één de totale gedaanteverandering die het platteland heeft doorgemaakt als reden aanwijst, gelooft een ander dat bestrijdingsmiddelen de echte boosdoener zijn.

platteland
Landschap 101, Sint Annaparochie, 2017 © Ton van ’t Hof

Omdat broedvogels hun jongeren met insecten voeden, gaan de wetenschappers ervan uit dat de insectenafname een belangrijke verklaring is voor de achteruitgang van broedvogels in Nederland. Daar zijn wel betrouwbare cijfers over: tussen 1960 en 2012 zijn we in Nederland driekwart van de boerenlandvogels kwijtgeraakt.

Het lijkt erop dat de Europese Commissie binnenkort een groep bestrijdingsmiddelen wil verbieden, die zeer schadelijk voor insecten is. Daarnaast is meer onderzoek inclusief monitoring nodig. Frank Berendse, auteur van het boekje Wilde apen: Natuurbescherming in Nederland, stelt een maatregel voor die het gebruik van bestrijdingsmiddelen progressief belast, waardoor producten die op een schone manier zijn geproduceerd relatief goedkoop worden.

Een prijsgedreven aanpak is een veel sterkere prikkel voor de boeren om schoner te produceren.

De enige oplossing is om voldoende oppervlak tegen onszelf te beschermen

img_0685

In onze huidige wereld verdwijnen planten- en diersoorten in rap tempo. Volgens Frank Berendse, auteur van het boekje Wilde apen: Natuurbescherming in Nederland, zijn de belangrijkste oorzaken ‘de snelle afname van het oppervlak ongeschonden natuur en de steeds verder toenemende invloed van de landbouw [de effecten van ammoniak, grondwaterstandsverlaging, bestrijdingsmiddelen] en het stedelijk gebied op de stukken natuur die nog over zijn. De enige oplossing is om voldoende oppervlak tegen onszelf te beschermen.’ Berendse legt ook uit waarom het behoud van diversiteit van belang is:

‘Met de afname van het oppervlak natuur verdwijnen niet alleen soorten, maar vermindert ook de verscheidenheid van het genetisch materiaal binnen de soorten die overblijven. We beseffen vaak niet genoeg dat de vrijwel onafzienbare variatie in DNA, die nog steeds op onze planeet aanwezig is, cruciaal is voor de toekomst van de biosfeer. De omstandigheden op Aarde veranderen voortdurend en zullen zeker de komende decennia in hoog tempo anders worden. Dat geweldige reservoir van erfelijke variatie zal dan hard nodig zijn, zodat het proces van natuurlijke selectie voortdurend nieuwe, aangepaste soorten kan blijven kneden. Alleen bij voldoende oppervlak zal het mogelijk zijn het spectrum van genetische variatie in zodanige omvang te bewaren, dat wilde planten en dieren door genetische aanpassing in staat blijven om te overleven, ook in een snel opwarmend klimaat.’

Op dit moment is 54% van het Nederlandse grondgebied in gebruik voor landbouw. Met de helft kun je ook in de toekomst de Nederlandse bevolking makkelijk voeden. De bijdrage van de landbouw aan ons bruto binnenlands product (bbp) was in 2014 nog maar 1,5%. De economische betekenis van de landbouwsector slinkt al jaren. Kort samengevat: 1,5% van het bbp wordt geproduceerd op 54% van de grond die we tot onze beschikking hebben.

De door Berendse voorgestelde oplossing klinkt logisch: verklein de hoeveelheid landbouwgrond van 54 naar 32% van het Nederlandse grondgebied, vergroot het aandeel bos- en natuurterrein van 12 naar 20% en schakel over op schone landbouw. Alleen dan kunnen planten- en diersoorten in Nederland een duurzame toekomst worden gegeven.

Ik hoop dat het pamflet van Berendse, emeritus hoogleraar aan Wageningen UR, weerklank zal vinden in politiek Den Haag. Voor mij zal natuurbeleid in elk geval een belangrijk punt worden waarop ik politieke partijen volgend jaar bij de verkiezingen beoordelen zal.

Wilde apen, Frank Berendse, KNVV Uitgeverij, 2016: via bol.com.

Boeken, een bonnetje & de natuur

Naar de kringloopwinkel gefietst en € 1,20 aan twee boeken uitgegeven: een vogelgids en een bossenatlas. Ik moet bekennen dat ik meer dichters dan vogels of bomen bij naam ken.

img_0678

In het vogelgidsje kom ik een bonnetje tegen dat heel goed van het vogelgidsje (3e druk 1964) zou kunnen zijn.

img_0682

Daarna een uurtje in bad gelegen om de pijn in mijn rug wat te verlichten. Begonnen in Wilde apen: Natuurbescherming in Nederland van prof. dr. Frank Berendse, extern medewerker van Wageningen UR:

‘Een belangrijke stap is dat heel recent in de nieuwe Wet Natuurbescherming een artikel is opgenomen dat de intrinsieke waarde van de natuur erkent. Die intrinsieke waarde is de verantwoordelijkheid die we hebben voor de wilde planten en dieren waarmee we samenleven. De grote vraag is hoe we al die soorten de ruimte geven, waarin ook zij hun eigen toekomst kunnen bepalen. Daarover gaat dit boekje.’

Ik krijg steeds meer oog voor de natuurlijke omgeving waarin ik leef. Ga steeds beter begrijpen dat wij mensen daar geen eigenaar van zijn, maar slechts één van de vele soorten die er deel van uitmaken. En wat me ook duidelijk is: zonder andere soorten ís er geen natuurlijke leefomgeving en kunnen wij niet voortbestaan. Dat gaat simpelweg niet.

Wilde apen, Frank Berendse, KNVV Uitgeverij, 2016: via bol.com.

Steeds meer eiken kwijnen weg en sterven

Nee, niet naar de Nacht van de Poëzie geweest dit jaar. Ik vond de rendementsverwachting te laag. Wel met kranten en tijdschriften op terrassen gezeten en een flink eind gefietst. Verontrustende berichten over onze natuur gelezen.

img_0645

Onze zandgronden raken steeds verder uit balans. Ammoniak, afkomstig van onze veestapel, is volgens Wilco Meijers, redacteur van Puur natuur, het kwartaalblad van Natuurmonumenten, de voornaamste boosdoener. Dat komt in de bodem terecht en zorgt voor verzuring en ophoping van stikstof, waardoor oorspronkelijke planten, paddenstoelen en schimmels verdwijnen. Ook onze eik is de dupe. Steeds meer eiken kwijnen weg en sterven. Onze eik goddomme!

Ook in Trouw aandacht voor de natuur. Om precies te zijn voor het boek Wilde apen van bioloog Frank Berendse, net met pensioen als hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie in Wageningen. In dit boek gaat Berendse in op de wijze waarop het Nederlandse natuurbeleid wordt gedomineerd door het landbouwbelang. Ik citeer:

‘Het ruimtebeslag van de landbouw past niet bij de ontwikkeling van een dichtbevolkt land met schaarse grond. Het grootste deel van Nederland is boerenland, waar zich een ecologische ramp voltrekt die zijn weerga niet kent. Mijn eigen oude vogeltellingen laten zien dat vrijwel alle vogels in het boerenland ongelooflijk hard zijn achteruitgegaan. […] Studies wijzen uit dat beheersovereenkomsten met boeren wel veel geld hebben gekost, maar niet hebben bijgedragen aan het herstel van de natuur in het agrarisch gebied. […] Nederland is domweg te klein om een groot deel van onze schaarse grond te gebruiken voor een milieu- en natuurverslindende bedrijfstak.’

Maar wat kan ik hier aan doen? Allereerst als consument mijn verantwoordelijkheid nemen: minder vlees inslaan. Vervolgens m’n stem laten horen, standpunten innemen, actie voeren. Ecopoëzie schrijven. De natuur heeft onze hulp nodig.

Wandeling van hier naar daar.

Herstel van de onmiddellijkheid.

Van dat wat niet op de kaart staat.

En niet helemaal logisch te werk gaat.

Hoppende bloemen in de wind.

Wilde apen, Frank Berendse, KNVV Uitgeverij, 2016: via bol.com.