Als het leven zin heeft

Wat verwacht het leven vandaag van me? Welke taken wachten me?

Als mijn tijd niet beperkt zou zijn geweest – ik ga een keer dood – dan waren dit vanochtend zinloze vragen geweest.

Best een grote verantwoordelijkheid die op me is afgeschoven: Met wie of wat breng je je tijd door?

Wees blij dat het leven zin heeft!

Voornemens voor vandaag: Hennie een ontbijtje op bed brengen, Foppe helpen met zijn hek.

En de plannen werden onverkort uitgevoerd. Zonder schelden of tieren. En de boterbloemen waren fantastisch evenals de zinderende horizonten.

Het half voltooide hek

‘Net in boer’

Gekkenhuis gisteren: eerst werden schouw en kachel geplaatst en daarna heb ik tot 21.30 u. hout staan versnipperen. Zwaar werk, aan zo’n versnipperaar. Zeker het oudje dat wij gebruikten, met een mes dat niet al te scherp meer was. Vanochtend met spierpijn in armen en schouders de laatste vracht takken in de gapende muil gestouwd.

Omdat ik Lien, een van onze twee poezen, de hele ochtend nog niet had gezien, ging ik boven, waar ze meestal soest, op zoek naar haar. Toen ik het bijna had opgegeven kroop Lien eindelijk onder de dekens van een van de logeerbedden vandaan. Ze zag er niet uit. Zat onder de stront. Koeienstront, rook ik, toen ik haar probeerde schoon te boenen. Die was vannacht dus bij de boer op stap geweest.

Heb vanmiddag de stroomvoorziening aangelegd van de schrikdraad van Foppe’s paardenwei. Ouderwetse kwaliteit bakstenen van de eensteensmuur waar ik doorheen moest boren. Godsammelazerus.

Tijdens de thee kwam de aardappelman bij de familie Douwes op bezoek. Of ik ook een zakje wilde? ‘Doe maar,’ zei ik, wetende dat onze aardappelen op waren.

‘Wat kost het?’
‘Acht euro.’
‘Hoeveel zit er in een zak?’
‘Zestien kilo.’
‘Zestien kilo? Daar doen we een jaar mee!’

Waar de tafel hartelijk om moest lachen. Toen Foppe vertelde dat ik de nieuwe buurman was, antwoordde de aardappelman: ‘Dat dacht ik al. Aan zijn handen te zien is het geen boer.’

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof

Boerke

‘Van de dieren uit wordt de aarde in de twintigste eeuw geteisterd door een monsterachtige mensenplaag. Straks misschien ook van de mensen uit gezien.’ – Hans van Straten in De omgevallen boekenkast (1987)

Een boek vol waarnemingen die zelden worden overdacht: Terloops. Voettochten 1957-1973 van J.J. Voskuil. Bijzonder. Bijzonder aangenaam ook.

Wat een geweldige serie is dat toch, Oases in de Oriënt, waarin Kefah Allush door oogstrelende landschappen reist en speeddate met verscheidene culturen in het Midden-Oosten. Mede door het lezen van stripboeken raakte ik als kind al geïnteresseerd in de woestijn: Blake en Mortimer. Het Geheim van de Grote Pyramide, in twee delen, Kuifje. De sigaren van de farao en Kuifje en het Zwarte Goud.

Vandaag een lading sloophout naar de milieustraat gebracht (35 minuten wachttijd), laatste schijf boomstam aan stukken gezaagd en Foppe geholpen met het maken van een nieuw hek, dat zijn paarden in de wei moet houden. Een klus die nog niet geklaard is.

In het slootje schuin voor ons huis vertoeven inmiddels zeven eendenkuikens, en in de slootkant ontdekte ik ook nog een broedende eend, zie foto hieronder.

‘Je bent een echt boerke aan het worden,’ zei Hennie na het eten tegen me, terwijl ik in een smerige overall op de bank plofte.

Waarboven meeuwen cirkelen

Begonnen aan een long poem dat me De Grote Poëzieprijs moet opleveren. De titel is er al: ‘De kunst van het lesgeven in poëzie’.

Ondanks de regen veel bezige bijtjes vanochtend: Ingrid was in de weer met een bezem en Wolter met maïs, Foppe mixte drijfmest tot een homogene massa en Hennie en ik versjouwden takkenbossen van A naar C (de C van container).

Na boterhammen met ei, kaas en appelstroop naar Anjum gekard voor een wandeling. Hennie verklaarde me voor gek en dook het bad in, maar ik wilde foto’s maken van opgeklaarde luchten. Liep over landweggetjes, opgebroken weggetjes en geen weggetjes. Anjum: daar zijn toch ooit twee brute moorden gepleegd, waar toen een pensionhoudster voor veroordeeld is? Vredig dorp te midden van akkers en weilanden, tegen wad en Lauwersmeer aan, en waarboven meeuwen cirkelen.

Lichtte twee Adidas trainingsbroeken uit de brievenbus, trok er eentje aan en hoorde vanuit de keuken iemand zeggen dat ik wel een kamper leek. 

Anjum, 2020 © Ton van ’t Hof

Berenburg & frikadellen

The day after. Overal op ons perceel, het erf van Wolter en in de berm aan de overkant van de weg lagen doorgezaagde takken en stammen. Terwijl Hennie de voortuin fatsoeneerde en het gazon maaide deelde ik het hout in: dunner hout voor het houtschuurtje achter (één jaar drogen), dikker hout voor de opslagplaats naast de garage (twee jaar drogen). Vervolgens ruim een kuub dunner hout in kleinere stukken gezaagd.

Ik heb van mijn leven nog nooit zoveel beweging gehad als in de afgelopen drie maanden. Voel me een jonge god.

Gisteravond nog anderhalf uur met Foppe en Rindert gesproken, vooral over het boerenbedrijf. Eén ding is me intussen duidelijk geworden: er komt veel geld bij ze binnen – ze zijn loonwerkers en beschikken samen over drie tractoren en allerlei landbouwwerktuigen – maar ze geven het ook met bakken (lease, afbetaling, onderhoud) weer uit.

Foppe toucheerde nog even een van Rikus’ koeien die op het punt stond te kalven: het fokstiertje – wat het volgens de administratie was – lag goed.

Rindert had toen al afscheid genomen: om zich een Berenburg in te schenken en het vet aan te zetten voor wat frikadellen.

Brantgum, 2020 © Ton van ’t Hof