De tijd wacht op niemand

Ouder worden we allemaal (2)

Ongeduld
Met mijn vader naar het ziekenhuis geweest, voor een routinecontrole van zijn hart. Hij is drieëntachtig. Had vorig jaar een hartaanval, een openhartoperatie en een beroerte. Van deze klappen heeft hij zich redelijk goed hersteld. Maar waar je een zekere relativering en dankbaarheid zou verwachten, is vooral zijn ongeduld toegenomen. En daar had hij al geen gebrek aan.

Diamanten
‘Hours are like diamonds, don’t let them waste / Time waits for no one’ – The Rolling Stones

Afgedankt
‘In 2001 besloot ook de Nieuwe Revu de samenwerking na vijftien jaar met [Boudewijn Büch] te beëindigen. […] [Hoofdredacteur Jildou van der Bijl] benadrukte dat Boudewijns columns “ontzettend gewaardeerd” werden, maar omdat hij vanwege zijn televisiereizen weken vooruit werkte, kon hij niet inspelen op de actualiteit en dat paste niet bij de koers die zij voor ogen had. Dat argument rammelde een beetje, aangezien in februari 2001, toen zij zijn ontslag bekendmaakte, het al duidelijk was dat De wereld van Boudewijn Büch het laatste seizoen was ingegaan. Vermoedelijk was een ander argument dan ook zwaarwegender: Boudewijn was te oud. Haar columnistenschare overziend, had Van der Bijl geconcludeerd dat het tijd werd voor vers bloed en dus werd de tweeënvijftigjarige Büch vervangen door de dertigjarige presentator en journalist Beau van Erven Dorens.’ – Eva Rovers in Boud: Het verzameld leven van Boudewijn Büch (1948-2002)

Levenslessen van honderdjarigen

Over ‘Openbaar boekbezit’ van Boudewijn Büch

Boek uit (5)

Ter gelegenheid van haar 75-jarige bestaan bracht de openbare bibliotheek van Deventer in 1991 het boekje Openbaar boekbezit: Over verre leeszalen, kille bibliotheken en vergeten pennevoerders uit, geschreven door Boudewijn Büch en van illustraties voorzien door Peter van Straaten.

img_1124

Eva Rovers attendeerde me in haar biografie over Büch, Boud: Het verzameld leven van Boudewijn Büch, op het bestaan van deze publicatie, waarna ik via boekwinkeltjes.nl bij Leeshal Oost in Amsterdam voor € 6,42 inclusief verzendkosten een tweedehands exemplaar op de kop wist te tikken.

Openbaar boekbezit is keurig vormgegeven, werd gezet uit het Janson en gedrukt op 90 grams hv romandruk. De zestig bladzijden zijn gebonden in een harde kaft, die in mijn geval aan het verkleuren is: van oudroze naar lichtgrijs. Drukkerij Salland de Lange en Wolter Kluwer Rechtswetenschappen bv, beide gevestigd te Deventer, verleenden financiële ondersteuning van deze jubileumuitgave.

Büch schreef de tien hoofdstukjes, lees ik achterin, in 1991 ‘op de eilanden Mahé, Praslin, La Digue (Seychelles), Réunion, Mauritius, Rodrigues en te Amsterdam/Parijs’. Hij bezocht deze eilanden overigens om opnames te maken voor zijn televisieprogramma De wereld van Boudewijn Büch. In een van de afleveringen, die in 1992 werden uitgezonden, krijgt een geëmotioneerde Büch van de directeur van alle musea op Mauritius, Rajendradev Gajeelee, het bekende dodobotje, dat later van een ander dier zou blijken te zijn.

Maar, ondanks alle goede bedoelingen, is Openbaar boekbezit inhoudelijk een wat slordig boekje geworden. Misschien is haastig een beter woord. Waardoor de meeste verhaallijnen amper zijn uitgewerkt en de hoofdstukjes regelmatig een oppervlakkige indruk maken. Wat wel blijft hangen: het mateloze verlangen van Büch ‘naar slecht onderhouden bibliotheekgebouwtjes in verre kille of gloeiend hete oorden, naar boekerijtjes op uitgewoonde of bijna verlaten plekken’. En om dat verlangen is het een Büch adept per slot van rekening te doen.

img_1123

Hoewel, nu ik het boekje uit heb, bemerk ik dat ik alle weetfeitjes al weer ben vergeten, op eentje na: ruim vijfentwintig jaar geleden veronderstelde men dat het museale boekenhoekje in het gehucht Ushuaia op Vuurland ‘de zuidelijkst gelegen openbare bibliotheek ter wereld’ was. Wat je hier aan hebt? Niets natuurlijk. Maar lekker is het wel.

Over ‘Boud’ van Eva Rovers

Boek uit (3)

In de Volkskrant noemde Max Pam Boudewijn Büch onlangs een ‘charlatan’ en Eva Rovers’ biografie over Büch ‘een grote teleurstelling’. Dit laatste oordeel was gebaseerd op een jachtige lezing van het boek, ‘op z’n Boudewijn Büchs, dat wil zeggen met een snelheid van ten minste 200 pagina’s per uur.’ Zijn grootste bezwaar: Rovers zou nergens tot een analyse van Büchs drijfveren zijn gekomen. Wat nonsens is. Rovers geeft, voor wie de biografie aandachtig leest, meerdere mogelijke verklaringen voor verschillende soorten gedragingen van Büch. Pam is degene die hier maar wat heeft aangerommeld en teleurstelt.

Na alles wat ik van en over Büch heb gezien, gehoord en gelezen, geloof ik dat vooral zijn duizend angsten voor eenzaamheid, de dood en vergetelheid zijn doen en laten stuurden, van zijn verzamelwoede tot zijn opzettelijke overdrijvingen en verdraaiingen van de werkelijkheid. Hij moest en zou geliefd en markant zijn. Maar raakte regelmatig verstrikt in zijn eigen verzinsels.

‘Ik ben in dit gedrukte werk niet zoals ik wil zijn, zoals ik ben en zoals ik zou moeten zijn. Ik heb mezelf ergens verborgen, maar ik weet langzamerhand zelf niet meer waar precies.’ – Boudewijn Büch in Een boekenkast op reis (De Arbeiderspers, 1999)’

Rovers heeft veel facetten van Büchs complexe persoonlijkheid weten te belichten. Maar ook uit deze biografie wordt duidelijk dat we niet of nog niet in staat zijn om het leven te herleiden, zoals Pam dat graag zou zien, tot louter causale verbanden; er blijven vooralsnog raadsels over.

Zo kan uit Büchs excessieve hang naar geborgenheid voor een deel zijn verzameldrift of charlatanerie worden verklaard, maar naar de oorsprong van de geborgenheidsneiging zelf blijft het gissen.

‘Saskia [Schinck, producer van ‘Goethe achterna’] merkte dat hij van het kleinste teken van genegenheid gelukkig werd: “Hij wilde dat ik er was, meer niet. Dan was hij als een kind zo blij als ik een kop koffie voor hem had gemaakt.” Zelf vond ze het ook bijzonder om bij hem te zijn, om hem te horen praten over zijn nieuwste aanwinst of om een beetje te dwalen door dat gigantische, sprookjesachtige huis, waar vlinders even mooi waren ingelijst als de foto van het blonde jongetje dat op het bureau stond. Sommige avonden bleef ze ook slapen: “Ik hield alleen zijn hand vast. Dat was genoeg. Hij wilde gewoon iemand bij zich hebben.”‘

En dat Nederland niet alleen voor multinationals een belastingparadijs was en is, blijkt uit onderstaand citaat; Büch mocht jaarlijks tonnen aan boekaankopen van zijn inkomstenbelasting aftrekken:

‘Alleen al aan royalty’s verdiende hij jaarlijks gemiddeld zo’n 100.000 gulden. Samen met de circa 270.000 gulden die hij eind jaren negentig bij de VARA verdiende, de ruime ton die hij jaarlijks met zijn columns bij elkaar schreef en zijn inkomsten uit theater- en reclamewerk, wat samen goed was voor meer dan een tweeënhalve ton, kwam hij op een jaarinkomen van ongeveer 800.000 gulden. Dat was nog los van lezingen, gastoptredens en incidentele opdrachten zoals het openen of inrichten van tentoonstellingen. De belasting die hij over dat alles moest betalen was relatief laag, want dankzij een gunstige regeling met de fiscus mocht hij boeken tot 1000 gulden volledig van zijn inkomstenbelasting aftrekken en gold voor duurdere boeken een investeringsaftrek van 50 procent.’

Dit leidt tot een exorbitant hoge aftrekpost voor vakliteratuur. Büchs boekenverzameling, die na zijn dood werd geveild voor meer dan een miljoen euro, was eigenlijk van ons allemaal.

Enfin. Ik heb Boud met veel plezier gelezen, draaide met tegenzin de laatste bladzijde om. Deze biografie gaat nog een keer mee op vakantie.

Boud: Het verzameld leven van Boudewijn Büch, Eva Rovers, Prometheus, 2016: via bol.com.

Foto Boudewijn Büch (links) © Michiel Hendryckx