Virtualia. Teletonen

Ik geraak niet in vervoering van Virtualia. Teletonen, maar dat heeft Sybren Polet ook niet op het oog met zijn poëzie. Wat dan wel? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we op zoek naar het kloppend hart van deze verzen. Ik sla de bundel open op een willekeurige bladzijde:

    RANDLAND

1

H. Euclidio. Zelfs de natuur
heeft soms gevoel voor humor,
wiskundige.

Minerale vergissingen.

Kunstmensen als proefdieren.
Proeftaal,
die je reeds meent te horen.

2

Eeuwig omgeven door rrrandfiguren,
terloopse aanwezigheden.
Alle land
grensland met zijn alom aanwezige
illegale verbalen.

Ontbonden alfabet.
Zwijgmuziek.

*

Leven is levensecht spelen.

Sybren Polet

Hier is iemand aan het woord die in zichzelf lijkt te verkeren. Wiens gedachten we lezen. Flarden ervan. Geen aaneengesloten redeneringen. Ze zijn er misschien wel, maar we komen ze niet aan de weet. Dit gedicht doet verslag van een overdenking. Zware kost, dat wel, waaraan het fragmentarische karakter mede debet is.

Waar zou dit gedicht over kunnen gaan? In het eerste deel wordt Euclides aangesproken, Oud-Griek en grondlegger van de meetkunde. Nu wil het geval dat de natuur zich niet wenst te houden aan alle axioma’s van Euclides en ‘minerale vergissingen’ voortbrengt: niet-Euclidische geometrische vormen, waarvan broccoli een voorbeeld is. Daarnaast hebben Escher en Gaudi als ‘kunstmensen’ geëxperimenteerd met kunstvormen – proeftalen? – die niet voldoen aan het Euclidische parallellenpostulaat. Maar ‘proeftaal’ zou ook kunnen verwijzen naar de programmeertaal Euclid, die in de jaren 70 werd ontwikkeld.

Alhoewel met ‘rrrandfiguren’ ook fractals worden bedoeld, niet-Euclidische zelfgelijkende meetkundige figuren die o.a. op kustlijnen kunnen lijken, roept deel twee bij mij vooral associaties op met asielzoekers en vluchtelingen. De regels ‘Ontbonden alfabet. / Zwijgmuziek.’ zorgen daarbij voor een onheilspellende sfeer. Ineens ook krijgen de woorden ‘kunstmensen’, ‘proefdieren’ en ‘proeftaal’ uit het eerdere deel donkere connotaties. In de laatste regel besluit Polet zijn gedachtegang en trekt de conclusie dat het leven zich beweegt tussen verbeelding en realiteit, ‘levensecht spelen’ is, soms lollig dan weer gewaagd of zelfs levensgevaarlijk.

Polets poëzie is in de eerste plaats een intellectualistische aangelegenheid: zij draait om het verstand. Kennis is een sleutel om zijn gedichten verder te kunnen openen. Evenals tijd. Alleen al voor bovenstaand vers een uurtje of twee puzzelen en googelen. Ik houd er wel van. Maar geraak er niet van in vervoering. Daartoe zouden ook mijn zintuigen in stelling moeten worden gebracht. En dat doet Polets poëzie toch te weinig.

Polet is geen groot commercieel succes. Op een toekenning van de VSB Poëzieprijs 2013 zit de boekenbranche dan ook niet te wachten. Ik gun het hem wel.

(Dit bericht verscheen eerder, op 04-12-2012, op 1hundred1.blogspot.nl.)