Ernst Jan Peters bespreekt in Meander mijn bundel Dichter & andere dingen:

Van ‘t Hof neerzetten als ‘avant-gardist’ doet hem onvoldoende recht omdat die term suggereert dat er een voorhoede is die voor de grote massa het slagveld betreedt. Dichters als Van ‘t Hof zijn niet geïnteresseerd in de beweging die komt als zij weer zijn vertrokken. In zijn optiek lopen er nog te veel mensen achter die oude revolutie van de Vijftigers aan. De aandacht van Van ‘t Hof gaat primair uit naar de materie: wat kan ik hakken uit deze steensoort? Welke spiegels van mijn ziel krijg ik dan te zien? Niet het gevoel dient te worden verwoord, maar na de verwoording dient de emotie zich aan. De vorm vraagt aandacht en genereert zo een betekenis die wellicht een andere is voor de dichter dan van de lezer. Het geproduceerde leidt een eigen, autonoom bestaan. De dichter is een ding, het gedicht zelf een levend organisme.

Lees verder: Scheppen is hergebruiken.