Mijn eerste meubelstuk

Vanochtend de eerste verjaardag van Gaia Chapbooks gevierd met de publicatie van het negende deeltje in de reeks: Your Daily Fake Poetry van debutant Bob Vanden Broeck.

Vervolgens deel tien gezet, dat volgende maand zal verschijnen: De kolengruizer van Martin Knaapen.

Daarna pompoensoep gemaakt en wat gelezen:

‘Het probleem met Nederland is dat de landschappen hier nog vergankelijker zijn dan wijzelf.’

Koos van Zomeren

‘s Middags de overall aangetrokken en mijn eerste meubelstuk gemaakt: een stoel, vrij (want niet helemaal gelijk) naar een ontwerp van de Italiaanse designer Enzo Mari (1932). Morgen beitsen.

Stronverkoue, doopneuz. Otrivin gehaald. 

Las dat Charles Olson vond dat dichters de menselijke psyche dienden te verkennen en met behulp van ‘the image’ moesten openbaren. Dat was hun terrein, hun werk.

Al enige tijd bemerk ik dat ook mijn eigen poëtica in deze richting verschuift. Maar weet wel: op dit vlak ben ik een draaitol.

Wachtte op een verhuisman / die nooit kwam.

Ging in bad & dronk een biertje. Bekommerde me even om de praktijk van het bestaan en concludeerde: vrijmoedigheid geboden.

Deel me onomwonden uw mening mee!

Nam me voor om volgende week een houten stoel te timmeren. 

‘Voorstel voor zelf-ontwerp: stoel’, Enzo Mari, 1974