Probeerde me tevergeefs een voorstelling te maken van het volgende krantenbericht: ‘Ruim 1500 zeldzame schildpadden zijn op de luchthaven van de Filipijnse hoofdstad Manilla door de douane onderschept. De dieren zaten in de bagage van een Filipijnse passagier verstopt tussen kleding en schoenen.’

De moeder van een van mijn zwagers is overleden. Ze was in de zeventig, ziek en wilde niet meer. Ik heb haar een enkele keer ontmoet maar kan haar niet goed meer voor de geest halen. Op het eind leidde ze een teruggetrokken leven en was enigszins vervreemd geraakt; wat ik spijtig vind. Morgen is er gelegenheid tot afscheid nemen.

In het natuurgebied Zwagermieden is onlangs om een waterrijk deel een hek geplaatst dat broedende weidevogels moet beschermen tegen kleinere grondgebonden predatoren als vos en marter. Dát hek was het doel van mijn wandeling vanmiddag (zie video).

Na het lezen van Anne Fulda’s biografie vind ik Emmanuel Macron een sympathieke noch onsympathieke überambitieuze kameleon. Fulda belicht zijn vele gezichten op vlotte wijze:

‘Iemand die als geen ander zachtmoedig weet te verleiden en die tegelijk wat snoeverig zijn eigen rol durft op te eisen. Hij verstoort grondig en totaal de gevestigde politieke orde, is tegelijk een supergediplomeerde technocraat, en dan ook nog halvelings een rockvedette.’

Wat ik met Macron gemeen heb: een obsessie met vrijheid en onafhankelijkheid: die mogen niet in het gedrang komen. En we houden allebei van ons publiek.

Zwagermieden, 2019 © Ton van ’t Hof

Finale. Frankrijk-Kroatië. Bij rust, tegen de verhouding in, de Kroaten zijn beter, 2-1. Emmanuel Macron hangt nerveus over de balustrade van gepantserd glas heen. Onze kamer ruikt naar uitgebakken kippenvleugeltjes. Alleen Uruguay wist in 1930 en 1950 als klein voetballand het wereldkampioenschap te winnen. Tussen de reclames door raken de voetbalexperts het met elkaar eens: Frankrijk kreeg onterecht een penantie toegekend. Na rust geven individuele acties de doorslag en winnen de Fransen met 4-2. Goh, wat had ik het die Kroaten gegund.

Maandagochtend. Auto naar de garage gebracht. Druiventros gemeten: 108 mm lang, 60 mm breed. Hij is in drie weken tijd nauwelijks gegroeid: 2 mm in de lengte en 7 mm in de breedte. Zou dat normaal zijn? Of speelt het warme, droge weer de plant wellicht parten? Ik geef hem toch regelmatig een flinke plens water. Bovendien kunnen wijnstokken goed tegen de warmte en staat de plant er gezond bij; hij hangt bomvol druiven.

Daarna de kruidentuin bewaterd en muntblaadjes geplukt voor een kop muntthee. De insectenhotelletjes hebben nog geen gasten mogen ontvangen. Wel heeft een spinnetje tussen muur en een van de twee hoteldaken een web gesponnen dat intussen vol berkenzaad zit. Telkens als ik me voorover buig trekt het spinnetje zich vliegensvlug achter het hotelletje terug.

Toen Florence Green in de winter van 1960 het (verzonnen) Engelse kustplaatsje Hardborough in Suffolk voorgoed verliet, ‘boog ze beschaamd haar hoofd: het dorp waar ze bijna tien jaar lang had gewoond, had geen boekhandel gewild.’ Zo eindigt Penelope Fitzgeralds De boekhandel, dat in 1978 op de shortlist van de Booker Prize stond en onlangs verfilmd is. Voordat ik de film ga zien, wilde ik eerst het boek lezen. Dat bevalt mij meestal beter dan andersom.

En ik heb de 140 bladzijden in één ruk uitgelezen. Klassiek aandoende stilering; vormelijk bijna. Het is de schrijfster om moed te doen, daar draait de novelle om, de moed die niets anders is ‘dan de vastberadenheid om zich staande te houden’ in een gemeenschap. Maar omdat de hoofdrolspeelster zich hierbij niet aan de gedragscode van het Engelse klassenstelsel houdt, wordt ze uiteindelijk verstoten. 

Toen ze beschaamd het dorp verliet had ik haar wel willen toeroepen: Trek het je niet aan! Laat ze toch het heen-en-weer krijgen! Jij bent jezelf gebleven en daar mag je trots op zijn!

B73BA271-E24E-4121-9CC5-B570E2F0ED7E

Frankrijk-België. 51e minuut: 1-0. De Belgische koning stapt, heel genereus, met uitgestoken hand op de president van Frankrijk af, die net zijn vuisten aan het ballen is. Niet lang daarna brengt België een extra aanvaller in, wat tot extra spektakel leidt maar niet meer tot doelpunten. Frankrijk is simpelweg té goed georganiseerd. Tussendoor lees ik nog een interview met journalist Max van Weezel, bij wie alvleesklierkanker is geconstateerd: ‘Pas nu ik de dood in de ogen kijk denk ik: waar heb ik mij druk over gemaakt?’

In Ik bestaat uit twee letters van A.H.J. Dautzenberg las ik gisteren een passage over een sprinkhaan, die door een jonge Dautzenberg werd opgehangen aan een touwtje, dat op zijn beurt werd bevestigd aan een waterkraan die uit de garagemuur stak. Hij schaamt zich nog altijd diep voor deze handeling en zegt dat hij sindsdien ‘geen vlieg, geen spin, geen wesp, geen mier’ meer bewust heeft doodgemaakt. Ik haalde ook zoiets uit toen ik elf was.

Zomer 1970. We waren net van Den Haag naar Leiderdorp verhuisd, van een appartement op drie hoog naar een gloednieuw rijtjeshuis met een ligbad en centrale verwarming. Overal om ons heen werd flink gebouwd en veel straten lagen nog open. Een paradijs voor schoffies zoals ik. Een jaar eerder hadden er op de plek van ons huis nog koeien staan grazen. Mijn nieuwe vrienden en ik struinden de buurt af en vingen een tijd lang padden, die we in kartonnen verhuisdozen bewaarden. Onze schuur stond er vol mee. Op een dag namen we een stel van die beesten mee naar een flat die juist was opgeleverd. Vanaf de bovenste verdieping, zeven hoog, lieten we de padden vervolgens naar beneden vallen, morsdood.

Wat een wreedheid, bah. Ik kan me geen andere voorvallen van dierenmishandeling herinneren waar ik bij betrokken ben geweest. Deze gebeurtenis moet toch een diepe indruk op me hebben gemaakt. Alle andere padden hebben we naderhand vrijgelaten.

Morgen trekken we er twee dagen op uit, zuidwaarts. We zullen in de buurt van Mildam overnachten op een camping. Vanmiddag bij wijze van proef onze nieuwe tent voor de eerste keer opgezet!

2FE7285F-D8A2-4C54-9AF5-76F278D93382