Het ‘haha’ van het lachen

mona

Na wat wikken en wegen besluit ik dat Wilhelm Schmids uitspraak over Hitler in zijn Handboek voor de levenskunst geen grap is. Het is Schmid hoge ernst als hij het Duitsland tussen de twee wereldoorlogen in een samenleving noemt ‘die het lachen was verleerd’ en poneert dat lachen voldoende zou zijn geweest voor het volk om zich van de dictator te ontdoen, ‘want dat kleeft als een klit aan degene die de salvo’s over zich heen heeft gekregen’. Stel je dat eens voor, Hitler die na een toespraak niet wordt toegejuicht maar uitgelachen; hij zou zich druipstaartend hebben verwijderd.

In hetzelfde chapiter, dat over de kunst van het lachen gaat, kom ik een passage tegen die aan mijn onderzoek naar vroeg modernistische constructieve kunstvormen raakt. Schmid bestempelt het lachen, en in het bijzonder het lachen van de wanhoop, tot een dadaïstisch thema:

‘Waar kun je het best leren lachen? In het cabaret. En in het dadaïsme, dat meteen vanaf zijn begin één donderend lachen was. “Onbeperkte vrijheid voor HH”, eiste een dadaïstisch pamflet uit 1919, waarbij HH staat voor de “dadasofe” Hannah Hoch, maar ook voor het ‘haha’ van het lachen, dat in het geweer werd gebracht tegen de vastgeroeste structuren van de maatschappij. Toen al spraken de dadaïsten zich uit voor een radicale sanering van de hele aardbol; een onderdeel van hun propagandada, en een reactie op de ervaringen van de Eerste Wereldoorlog, die ze een sarcastisch lachen nastuurden: “We zagen toen de waanzinnige eindproducten van de heersende orde,” zei Georg Grosz in 1925, “en braken in lachen uit.” Dat was het lachen van de wanhoop – de enig mogelijke reactie op een catastrofe.’

Vrij Nederland weer eens aangeschaft (goh wat verlang ik toch naar de oude VN op krantenpapier!) omwille van een artikel over US blogger Emily Gould, dat weinig nieuws blijkt te bevatten. Wel opvallend: een aankondiging van ‘VN Masterclasses in samenwerking met Querido Academie’ over het schrijven van een roman, een familiegeschiedenis, een biografie, een kort verhaal, een waargebeurd verhaal, een recensie (met Rob Schouten en Jeroen Vullings) en een misdaadverhaal. Opvallend omdat het gedicht en het blogbericht ontbreken, twee uitersten op de actualiteitswaardeschaal der genres. Het citaat van de dag is afkomstig van de Franse filosoof Bernard Stiegler:

‘De mens is een prothetisch wezen, het is niets zonder hulpstukken.’

(Dit bericht verscheen eerder, op 16-08-2014, op 1hundred1.tumblr.com.)